logo
 
 
nieuwsbrief onderzoek
 
Augustus 2017
 
 
Bijna kwart kankerincidenties in Europa valt onder definitie ‘zeldzame kanker’
Belang snelle start radiotherapie na borstsparende operatie niet aangetoond
Intensievere follow-up borstkanker na eerder recidief lijkt niet (kosten)effectief
Gunstigere overleving na detectie intervalkanker na screening met FIT-test
Pleidooi voor concentratie van zorg voor patiënten met wekedelensarcoom
Betere overleving uitgezaaide maag- en slokdarmkanker in hoogvolumecentra
Adequate pathologische stadiëring IIIB NSCLC verdient meer aandacht
Effectiviteit chemotherapieschema’s verschilt bij longpatiënten met LCNEC
 
 
 
 
Bijna kwart kankerincidenties in Europa valt onder definitie ‘zeldzame kanker’
Bijna een kwart (24%) van alle gevallen van kanker die tussen 2000 en 2007 in Europa zijn gediagnosticeerd, vallen onder de definitie ‘zeldzame kanker’. Dat blijkt uit een publicatie in The Lancet Oncology van de RARECARENet Working Group gebaseerd op data van zeven Europese kankerregistraties, waaronder de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). De totale incidentie steeg met 0,5% per jaar, terwijl de 5-jaars relatieve overleving voor de meeste zeldzame kankersoorten toenam met 3%. De onderzoekers signaleren een grote variatie in het aandeel gecentraliseerde behandelingen, zowel per zeldzame kankersoort als tussen landen. Nederland en Slovenië hadden de hoogste behandelvolumes per ziekenhuis.   Lees verder
 
 
Belang snelle start radiotherapie na borstsparende operatie niet aangetoond
 
 
Er zijn geen aanwijzingen dat bij patiënten met stadium I-IIIA borstkanker zo snel mogelijk na een borstsparende operatie gestart dient te worden met radiotherapie om de overlevingskansen op lange termijn te verhogen. Dat concluderen Marissa van Maaren (IKNL) en collega’s van Universiteit Twente, Medisch Spectrum Twente, Medical Research Data, Haaglanden MC, UMC Leiden, UMC Groningen en Canisius Wilhelmina Ziekenhuis en Institut Curie (Parijs). Hoewel aanvullend onderzoek naar subgroepen nog wenselijk is, is het volgens de onderzoekers belangrijk om patiënten nu al te informeren over deze bevindingen om eventuele onrust te voorkomen of weg te nemen over het effect van een langer tijdsinterval tussen operatie en radiotherapie.   Lees verder
 
 
Intensievere follow-up borstkanker na eerder recidief lijkt niet (kosten)effectief
Hoewel het risico op een later recidief hoog is bij patiënten met stadium I-III invasieve borstkanker, is de absolute incidentie van recidieven laag. Dat concluderen Yvonne Geurts (IKNL) en Annemieke Witteveen (IKNL/Universiteit Twente) en collega’s met behulp van data van de NKR in Breast Cancer Research and Treatment. Volgens de onderzoekers zou een intensievere follow-up om latere recidieven vroegtijdig te detecteren waarschijnlijk niet (kosten)effectief zijn, omdat bijna de helft van de tweede recidieven al in het eerste jaar na een eerder recidief wordt gedetecteerd waarin al meerdere nazorgbezoeken plaatsvinden. En in meer dan 80% van de gevallen gaat het om een metastase, waarbij vroege ontdekking niet leidt tot een betere overleving.   Lees verder
 
 
Gunstigere overleving na detectie intervalkanker na screening met FIT-test
 
 
De FIT-test (ook wel aangeduid als iFOBT) die in Nederland wordt gebruikt voor het bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker heeft een hogere sensitiviteit dan de gFOBT die (nog) in een aantal andere landen in Europa wordt gebruikt. Dat blijkt uit onderzoek van Manon van der Vlugt (AMC) en collega’s op basis van data uit de proefperiode met de FIT-test (2006-2014) aangevuld met data van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Hoewel een aantal deelnemers daarna een intervalkanker ontwikkelde, laat de studie zien dat deze patiënten een gunstigere overleving hebben vergeleken met personen uit de algemene bevolking die op dat moment nog niet aan de screening konden deelnemen.   Lees verder
 
 
Pleidooi voor concentratie van zorg voor patiënten met wekedelensarcoom
De behandeling van patiënten met een wekedelensarcoom kan in Nederland worden geoptimaliseerd door deze zorg te concentreren in gespecialiseerde sarcoomcentra. Dit naar analogie van de bestaande centra die gespecialiseerd zijn in bottumoren. Die conclusie trekken Harald Hoekstra (UMC Groningen) en collega’s van NKI-AvL, Erasmus MC, UMC Groningen, LUMC en IKNL in een publicatie in Annals of Surgical Oncology. De verwachting is dat concentratie van deze zorg bijdraagt aan de kwaliteit van pathologische verslaglegging, naleving van richtlijnen en tevens ruimte biedt aan het ontwikkelen en implementeren van nieuwe diagnosetechnieken en behandelstrategieën.   Lees verder
 
 
Betere overleving uitgezaaide maag- en slokdarmkanker in hoogvolumecentra
 
 
Patiënten met gemetastaseerde maag- en slokdarmkanker hebben een betere overleving na palliatieve, systemische therapie in behandelcentra of chirurgische centra met een hoog behandelvolume vergeleken met therapie in centra met een laag volume. Volgens Nadia Haj Mohammad (UMC Utrecht) en collega’s is dat een unieke bevinding, omdat uitsluitend palliatieve chemotherapie, een jongere leeftijd, metastasen in een enkel orgaan en een lage lactaatdehydrogenase hebben bijgedragen aan deze verbeterde overleving. Aanvullend onderzoek moet uitwijzen welke van deze factoren geassocieerd zijn met de betere resultaten van hoogvolumecentra.   Lees verder
 
 
Adequate pathologische stadiëring IIIB NSCLC verdient meer aandacht
Behandeling met chemoradiotherapie is in Nederland sinds de invoering van de TNM7-classificatie veruit de meest gebruikte behandeling bij patiënten met stadium IIIB niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC). De inzet van chirurgie is bij deze patiënten zeer beperkt, zo blijkt uit onderzoek van Chris Dickhoff (VUmc) en collega’s. Volgens de onderzoekers is er meer aandacht nodig voor adequate stadiëring om te voorkomen dat patiënten worden uitgesloten die baat kunnen hebben bij een chirurgische behandeling. Verder wijzen ze op het schaars gebruik van chemoradiotherapie bij oudere patiënten.   Lees verder
 
 
Effectiviteit chemotherapieschema’s verschilt bij longpatiënten met LCNEC
 
 
Patiënten met grootcellig neuro-endocrien longcarcinoom (LCNEC) die behandeld zijn met het chemotherapieschema NSCLC-t (vooral met de combinatie platinum-gemcitabine) hebben een langere, algemene overleving (mediaan 8,5 maanden) vergeleken met patiënten die behandeld zijn met platinum-pemetrexed (NSCLC-pt) of platinum-etoposide (SCLC-t). Dat blijkt uit het grootste onderzoek tot dusver uitgevoerd door Jules Derks (UMC Maastricht) en collega’s met data van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) en het Nederlands Pathologieregister (PALGA). De onderzoekers adviseren de uitkomsten van de studie te laten bevestigen, bij voorkeur in een gerandomiseerde trial met patiënten met gevalideerd LCNEC.   Lees verder
 
 
Agenda
 
Dinsdag 19 september 2017
Symposium huidkanker
Zaalverhuur 7, Utrecht
 
 
Vrijdag 29 september 2017
Wetenschappelijke dag LWNO 2017
Domstad, Utrecht
 
 
Vrijdag 10 november 2017
Amsterdam Symposium Hematologie 2017
Rosarium, Amsterdam
 
 
Vrijdag 10 november 2017
Workshop ‘Door maatwerk meer grip, afstemmen bij keuze-ondersteuning'
IKNL, Utrecht
 
 
 
 
 
Over IKNL
 
Over IKNL
Nieuwsbrieven
Contact
 
Volg ons
 
twitter   facebook