logo
 
 
nieuwsbrief onderzoek
 
Januari 2019
 
 
Correlatie tussen volledige tumorrespons en afwezigheid okselmetastasen
Zorgverlening bij actinische keratose kan efficiënter in eerste- én tweedelijn
Pathologie & relevantie van mucineuze appendixtumoren en PMP
Relatie tussen behandelvolume en overleving T4 endeldarmkanker
Variatie in extra dosis bestraling bij borstsparende behandeling in Nederland
Evaluatie gebruik en impact genprofieltest bij vroege borstkanker in Nederland
Verminderde arbeidsparticipatie 5 tot 10 jaar na borstkanker nog aanwezig
Oudere patiënten met prostaatkanker krijgen minder vaak curatieve behandeling
 
 
Cijfers over kanker Oncoguide Kankersoorten
 
Correlatie tussen volledige tumorrespons en afwezigheid okselmetastasen
 
 
Het bereiken van een volledige pathologische respons in de borst na neoadjuvante systemische therapie hangt sterk samen met de afwezigheid van metastasen in de okselklieren ten tijde van de operatie bij patiënten met klinisch negatieve lymfeklieren; vooral bij de subtypes ER+HER2+, ER-HER2+ en triple negatieve borstkanker. Dat blijkt uit onderzoek van Sanaz Samiei (Maastricht UMC) en collega’s met gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie. De uitkomsten van deze studie bieden aanknopingspunten voor toekomstig klinisch onderzoek om na te gaan of okselklieroperaties in de toekomst veilig achterwege kunnen blijven bij geselecteerde subgroepen patiënten.   Lees verder
 
 
 
Zorgverlening bij actinische keratose kan efficiënter in eerste- én tweedelijn
 
 
De risicostratificatie in de eerstelijn en naleving van richtlijnen in zowel de eerste- als tweedelijn bij actinische keratose, een voorstadium van plaveiselcelcarcinoom, kan efficiënter. Dat stellen Eline Noels (Erasmus MC, IKNL) en collega’s in de British Journal of Dermatology. Ze signaleren onder meer onderbenutting en niet-passende behandelingen bij patiënten met actinische keratose, hoge verwijscijfers vanuit de eerstelijn gecombineerd met uitgebreide follow-ups in de tweedelijn. Volgens de onderzoekers kunnen inspanningen gericht op betere risicodifferentiatie en naleving van richtlijnen nuttig zijn om de efficiëntie bij actinische keratose te verhogen.   Lees verder
 
 
 
Pathologie & relevantie van mucineuze appendixtumoren en PMP
 
 
Tot een paar jaar geleden werden verschillende termen en histopathologische classificaties gebruikt voor het indelen van mucineuze appendixtumoren, waaronder de mucineuze adenocarcinomen, en pseudomyxoma peritonei (PMP, een zeldzame vorm van buikvlieskanker). Een belangrijke stap was het bereiken van consensus over de histopathologische classificatie van deze tumoren door de Peritoneal Surface Oncology Group International. Laura Legué (Catharina Ziekenhuis, IKNL) en collega’s gaan in een publicatie in Clinical Colorectal Cancer dieper in op deze classificatie met voorzichtige aanbevelingen voor de kliniek, mede omdat de huidige classificatie onvoldoende houvast kan geven voor de clinicus.   Lees verder
 
 
 
Relatie tussen behandelvolume en overleving T4 endeldarmkanker
 
 
Patiënten met lokaal gevorderde endeldarmkanker (cT4) die behandeld zijn in ziekenhuizen met een hoog behandelvolume (≥10 resecties per jaar) hebben een significant betere overleving vergeleken met patiënten behandeld in ziekenhuizen met een gemiddeld (5-9) of laag aantal (1-4) resecties per jaar. Dat blijkt uit onderzoek van Jan Hagemans (Erasmus MC) en collega’s met gegevens van ruim 16.000 patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Verdere centralisatie van zorg lijkt gerechtvaardigd om de uitkomsten voor deze patiëntengroep te verbeteren. De onderzoekers vonden bij patiënten met cT1-3 endeldarmkanker geen relatie tussen het aantal operaties per ziekenhuis en de overleving.   Lees verder
 
 
 
Variatie in extra dosis bestraling bij borstsparende behandeling in Nederland
 
 
De variatie in het geven van een extra dosis radiotherapie is bij patiënten met invasieve borstkanker gedaald na herziening van de landelijk richtlijn Mammacarcinoom in 2011. Bij patiënten met niet-invasieve borstkanker (ductaal carcinoom in situ; DCIS) bleef deze variatie wel aanwezig. De waargenomen variatie bij patiënten met DCIS kan volgens Kay Schreuder (IKNL, University of Twente) en collega’s niet volledig worden verklaard op basis van tumor- en patiëntkenmerken en/of kenmerken van behandelcentra. De onderzoekers achten het waarschijnlijk dat persoonlijke voorkeuren binnen de behandelcentra de oorzaak zijn van deze variatie.   Lees verder
 
 
 
Evaluatie gebruik en impact genprofieltest bij vroege borstkanker in Nederland
 
 
De genprofieltest wordt in Nederland zowel binnen als buiten de kaders van de richtlijn Mammacarcinoom ingezet. Dat concluderen Kay Schreuder (IKNL, UTwente) en collega’s aan de hand van onderzoek met data uit de Nederlandse Kankerregistratie. In alle klinische risicocategorieën werd een meerderheid van de patiënten ingedeeld in een genomisch laag of intermediair risicoprofiel en was de naleving van het resultaat van de genprofieltest hoog. In geval van een discrepantie tussen het genomisch en klinisch risico, werden de patiënten behandeld in overeenstemming met de uitslag van de test. De onderzoekers signaleren dat het gebruik van de genprofieltest heeft geleid tot een afname van het gebruik van chemotherapieën.   Lees verder
 
 
 
Verminderde arbeidsparticipatie 5 tot 10 jaar na borstkanker nog aanwezig
 
 
Werkgerelateerde factoren, zoals ondersteuning ervaren op het werk, werken naar eigen vermogen of mogelijkheid om werkuren aan te passen, hangen bij overlevenden van borstkanker 5 tot 10 jaar na diagnose nog steeds samen met beperkte werkparticipatie, terwijl klinische factoren hierbij geen significante rol lijken te spelen. Dat blijkt uit een cross-sectionele studie van Sietske Tamminga (Amsterdam UMC) en collega’s. Volgens de onderzoekers kunnen nog te ontwikkelen werkgerelateerde interventies mogelijk bijdragen aan het voorkomen of beperken van deze effecten. Hierbij kan gedacht worden aan hulpmiddelen voor werkgevers, ondersteuning van zorgprofessionals tijdens het gehele zorgtraject en instrumenten voor huisartsen.   Lees verder
 
 
 
Oudere patiënten met prostaatkanker krijgen minder vaak curatieve behandeling
 
 
Oudere patiënten met prostaatkanker hebben aanzienlijk minder kans om een ‘behandeling met curatieve intentie’ te krijgen, zoals radicale prostatectomie of radiotherapie. Dit hangt deels samen met het feit dat deze ouderen vaker gediagnosticeerd worden met een ongunstiger ziektebeeld. Maar ook na correctie voor specifieke ziektekenmerken, risicoprofiel en comorbiditeiten is de kans kleiner dat ouderen met prostaatkanker een behandeling met curatieve intentie krijgen vergeleken met jongere patiënten. Mede daardoor is de relatieve overleving van deze ouderen lager dan van jongere patiënten met prostaatkanker, blijkt uit onderzoek van Robin Vernooij (IKNL) en collega’s.   Lees verder
 
 
 
Agenda
 
Maandag 11 februari 2019
Geriatrische oncologische revalidatie
IKNL, Utrecht
 
 
Donderdag 14 februari 2018
14e Jaarsymposium Oncologie
Muntgebouw, Utrecht
 
 
13 t/m 16 maart 2019
7e ACP-I congres
De Doelen, Rotterdam
 
 
Vrijdag 15 maart 2019
NVPO Congres - 2019
Hogeschool Domstad, Utrecht
 
 
Vrijdag 15 maart 2019
12e Nascholing Hematologie voor verpleegkundigen en andere disciplines
Onderwijscentrum Erasmus MC, Rotterdam
 
 
4 en 5 april 2019
Head and Neck Cancer Symposium
AvL - NKI, Amsterdam
 
 
 
 
 
Over IKNL
 
Over IKNL
Abonneren nieuwsbrieven
Contact
 
Volg ons
 
twitter   facebook