logo
 
 
nieuwsbrief onderzoek
 
Januari 2017
 
 
Presentatie rapporten uit Hemato-oncologieregister NKR over MM en DLBCL
Onderschatting incidentie pancreascarcinoom leidt tot overschatting overleving
Vergelijking uitkomst na CRS+HIPEC vs. conventionele darmkankerchirurgie
Aanzienlijke variatie tussen centra in leverresecties bij colorectale uitzaaiingen
Specifieke overleving borstsparende behandeling en amputatie nader onderzocht
Geen overtuigend bewijs voor betere overleving borstkanker met propranolol
Overlevenden eierstokkanker: slechtere kwaliteit van leven na chemotherapie
Kans op ontwikkelen tweede melanoom vraagt om nader onderzoek follow-up
 
 
 
 
Presentatie rapporten uit Hemato-oncologieregister NKR over MM en DLBCL
 
 
Tijdens het 11th Dutch Hematology Congress zijn vrijdag 27 januari twee landelijke rapporten gepresenteerd van het Hemato-oncologieregister van de NKR met trends rond diagnostiek en behandeling van multipel myeloom (MM) en diffuus grootcellig B-cellymfoom (DLBCL) in 2014. Ook staan er concrete aandachtspunten in ter verbetering van de zorg voor deze patiënten. Beide rapporten zijn gerealiseerd in samenwerking met Nederlandse Vereniging voor Hematologie (NVvH), Stichting Hemato-Oncologie voor Volwassenen Nederland (HOVON), instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG), Special Interest Group (SIG) Hematologie en Hematon.   Lees verder
 
 
Onderschatting incidentie pancreascarcinoom leidt tot overschatting overleving
 
 
De incidentie van pancreascarcinoom in Nederland, zoals vastgelegd in de Nederlandse Kankerregistratie, is waarschijnlijk een onderschatting van het werkelijke aantal patiënten met deze ziekte. Dat schrijven Jesse Fest (Erasmus MC) en collega’s van Erasmus MC en IKNL in de European Journal of Cancer. De onderschatting van de incidentie is volgens de onderzoekers geen exclusief Nederlands verschijnsel. Ook in andere EU-landen, waaronder België, IJsland en Zweden, is de incidentie van pancreascarcinoom lager dan de gerapporteerde sterfte. Een gevolg van een te laag ingeschatte incidentie is dat de toch al slechte overleving van deze patiënten juist wordt overschat.   Lees verder
 
 
Vergelijking uitkomst na CRS+HIPEC vs. conventionele darmkankerchirurgie
 
 
Bij jonge patiënten met dikkedarmkanker én peritoneale metastasen komen na behandeling met CRS + HIPEC meer complicaties voor dan bij patiënten na conventionele chirurgie. Het gaat hierbij meestal om milde complicaties die veroorzaakt worden door minder gunstige tumoreigenschappen en een uitgebreidere operatie, maar die niet samenhangen met een verhoogde behandelgerelateerde mortaliteit. Dat blijkt uit een studie van Geert Simkens (Catharina Ziekenhuis) en collega’s uit Denemarken en Nederland (IKNL, Erasmus MC). De auteurs benadrukken dat bij vergelijkingen tussen ziekenhuizen in colorectale, chirurgische audits een adequate casemixcorrectie gehanteerd dient te worden.   Lees verder
 
 
 
Aanzienlijke variatie tussen centra in leverresecties bij colorectale uitzaaiingen
 
Percentage patiënten met een leverresectie (al dan niet na doorverwijzing naar een ander ziekenhuis) per ziekenhuis van primaire diagnose.

Er bestaat aanzienlijke variatie tussen ziekenhuizen in Nederland in het aandeel leverresecties uitgevoerd bij patiënten met synchrone, colorectale levermetastasen. Uit een landelijke population-based studie van Jorine ‘t Lam-Boer (Radboudumc) en collega’s blijkt dat patiënten in algemene ziekenhuizen minder kans hebben op het krijgen van een leverresectie in vergelijking met patiënten die gediagnosticeerd zijn in een medisch centrum gespecialiseerd in leveroperaties of academisch ziekenhuis. Ook vonden zij interregionale verschillen. De onderzoekers adviseren hepatobiliaire chirurgen te betrekken bij de bespreking van patiënten met colorectale levermetastasen in lokale, multidisciplinaire teams.   Lees verder
 
 
Specifieke overleving borstsparende behandeling en amputatie nader onderzocht
 
 
Op 30 januari 2017 presenteren onderzoekers van Erasmus MC, IKNL en Universiteit Twente op het ECCO de resultaten van hun onderzoek naar de behandeling van patiënten met borstkanker zonder uitzaaiingen. Dit onderzoek onder 130.000 borstkankerpatiënten bouwt voort op eerder onderzoek. Nu werd echter ook gekeken naar doodsoorzaken en naar subgroepen. Van in het verleden borstsparend behandelde patiënten was tien jaar na de behandeling 25% meer in leven dan van patiënten die een borstamputatie hadden ondergaan. Dit geldt zowel voor borstkankerspecifieke als voor algehele overleving. De boodschap van dit onderzoek heeft met name waarde voor nieuwe patiënten die voor de keus staan en dit voortschrijdend inzicht kunnen meenemen in hun keuze.   Lees verder
 
 
Geen overtuigend bewijs voor betere overleving borstkanker met propranolol
 
 
Er is geen overtuigend bewijs dat het gebruik van propranolol of andere niet-selectieve bètablokkers leidt tot betere overlevingskansen voor patiënten met borstkanker. Die conclusie trekt een internationale groep onderzoekers uit België, Denemarken, Nederland, Engeland, Ierland, Noord-Ierland, Schotland en Zweden aan de hand van data van ruim 133.000 patiënten. Namens Nederland waren Pauline Vissers (IKNL) en Myrthe van Herk-Sukel (PHARMO) betrokken bij dit onderzoek. Het gaat om de grootste studie ooit uitgevoerd naar het gebruik en effect van propranolol bij de behandeling van patiënten met borstkanker.   Lees verder
 
 
 
Neuropathie wordt beïnvloed door chemotherapie én comorbiditeiten
Neuropathische symptomen (zoals tintelende handen en voeten) nemen toe naarmate mensen ouder zijn én bij de aanwezigheid van comorbiditeiten. Dat blijkt uit een studie van Floortje Mols (IKNL, Tilburg University) en collega’s van MMC, UMC Maastricht, AvL-NKI en Radboudumc. De onderzoekers vonden echter ook hogere CIPN-scores bij mensen uit de algemene bevolking met astma / COPD, diabetes, hartziekten, hypertensie, osteoartritis en reumatoïde artritis. Om beter inzicht te krijgen in de invloed van comorbiditeit(en) en/of chemotherapieën op het ontstaan van CIPN-symptomen bij kankerpatiënten is aanvullend onderzoek nodig.
 
 
Lees verder
 
 
Relatie kwaliteit van leven & gezondheidsgedrag & persoonlijkheid
Overlevenden van dikkedarmkanker die hoog scoren op ‘negatieve affectiviteit’ zouden kunnen profiteren van meer patiëntgerichte zorg door het aanbieden van een op maat gesneden aanpak. Zorgverleners dienen daarbij alert te zijn op de neiging van patiënten om negatieve emoties te ervaren en hun ziekte en gedrag negatief te evalueren. Dat schrijven Olga Husson en collega’s in de Journal of Psychosocial Oncology op basis van een studie naar de invloed van type-D-persoonlijkheid. Volgens de onderzoekers is het zinvol om strategieën op lange termijn te ontwikkelen om patiënten met chronische aandoeningen beter te ondersteunen met een individuele benadering.  
 
 
Lees verder
 
 
 
Overlevenden eierstokkanker: slechtere kwaliteit van leven na chemotherapie
 
 
Vrouwen met een vroeg stadium van eierstokkanker die tussen 2000 en 2010 adjuvante chemotherapie kregen, hadden in 2012 een significant slechtere score op gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. Dit hangt samen met symptomen als perifere neuropathie, houding ten aanzien van hun ziekte en hun financiële situatie die gemiddeld tot zeven jaar na diagnose aanhouden. Dat blijkt uit een studie van Celine Bhugwandass en collega’s. De auteurs geven aan dat er inspanningen nodig zijn om het gebruik van adjuvante chemotherapie bij deze patiënten waar mogelijk te verminderen. Ook is aanvullend onderzoek nodig naar preventieve strategieën gericht op patiënten die in de toekomst adjuvante chemotherapie nodig hebben.   Lees verder
 
 
Kans op ontwikkelen tweede melanoom vraagt om nader onderzoek follow-up
 
 
Patiënten met een hoge nevus-dichtheid, een melanoom in situ, oudere patiënten en patiënten die meer dan tien jaar in de buitenlucht hebben gewerkt, lopen meer kans op het ontwikkelen van een tweede, primair melanoom. Dat staat in een publicatie van Melinda Schuurman (IKNL) en collega’s in de British Journal of Dermatology. Volgens de huidige richtlijn hoeft aan deze patiënten standaard geen follow-up aangeboden te worden. Aangezien deze studie aantoont dat zij een hogere kans hebben op het krijgen van een ander melanoom, zou uitbreiding van de follow-up overwogen kunnen worden. Zo’n besluit leidt wel tot toename van de werkdruk. Om die reden zou de haalbaarheid en kosteneffectiviteit hiervan eerst nader onderzocht moeten worden.   Lees verder
 
 
Agenda
 
Donderdag 9 februari 2017
‘Het melanoom actueel: It Kin Oars’
Medisch Centrum, Leeuwarden
 
 
Donderdag 9 maart 2017
Landelijk congres Neuro-oncologie 2017
Beatixgebouw, Jaarbeurs Utrecht
 
 
Donderdag 16 maart 2017
In vertrouwde handen; mogelijkheden in de laatste levensfase
Nieuwe Buitensociëteit, Zwolle
 
 
 
 
 
Over IKNL
 
Over IKNL
Nieuwsbrieven
Contact
 
Volg ons
 
twitter   facebook