Bewegen goed voor het overleven van baarmoederkanker

Gynaecologen moeten meer aandacht schenken aan het bevorderen van gezond gedrag bij vrouwen met baarmoederkanker. Gezonde voeding (minder vet, minder zoet), meer bewegen en afvallen tot een normaal lichaamsgewicht zijn belangrijke factoren die de overleving bij baarmoederkanker beïnvloeden. Dat staat te lezen in het proefschrift waarop Dorry Boll, gynaecoloog-oncoloog in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg, vrijdag 20 december promoveert aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. 

Baarmoederkanker komt steeds vaker voor, met name bij vrouwen van 60 jaar en ouder. In 1990 waren er in Nederland 1.000 gevallen van baarmoederkanker, terwijl dit aantal in 2010 blijkt te zijn verdubbeld. De komende jaren wordt een verdere toename van het aantal patiënten verwacht. De verklaring voor die groei heeft deels te maken met leefstijl.

Onderzoek 30.000 vrouwen

Gynaecoloog-oncoloog Dorry Boll onderzocht de ontwikkeling van baarmoederkanker onder Nederlandse vrouwen in de periode sinds de jaren '80 van de vorige eeuw. In deze studie werden de data van meer dan 30.000 vrouwen met baarmoederkanker betrokken. Deze gegevens, verzameld door de integrale kankercentra, zijn afkomstig uit de Nederlandse Kankerregistratie. 

Uit het onderzoek blijkt dat maar een relatief kleine groep vrouwen lijdt aan een ongunstige vorm van baarmoederkanker of te maken heeft met een ver gevorderd stadium van die ziekte. Binnen deze groep patiënten blijkt de sterfte echter onverminderd hoog. Om de kansen voor deze vrouwen te verbeteren, zijn er meer inspanningen nodig gericht op het toepassen van uitgebreidere vormen van chirurgie, meer nabehandeling met chemotherapie, radiotherapie en het inzetten van nieuwe behandelingen zoals doelgerichte therapie (target therapie) en immuun modulatoren.

Gezonde levensstijl

Een groot deel van de vrouwen met baarmoederkanker zijn echter ouder en fragiel. Zij kunnen dergelijke behandelingen vaak niet goed verdragen. De kwaliteit van leven en beheersbaarheid van de ziekte moeten dan belangrijkste leidraad zijn voor de keuze van de behandeling. De grootste groep vrouwen heeft echter een vorm van baarmoederkanker die een goede prognose heeft en goed te behandelen zijn. Maar deze vrouwen blijken vaak te dik, lijden vaker aan suikerziekte en hebben te kampen met hart- en vaatziekten.

Dit overgewicht belemmert het herstel na de behandeling van baarmoederkanker. Deze factoren die sterk samenhangen met de levensstijl blijken vaker het overlijden van deze vrouwen te veroorzaken dan de baarmoederkanker zelf. Daarop baseert Dorry Boll de krachtige aanbeveling gericht op collega-gynaecologen om bij vrouwen met baarmoederkanker juist aandacht te schenken aan het bevorderen van gezond gedrag.

Meer bewegen

Gezonde voeding (minder vet, minder zoet), meer bewegen en afvallen tot een normaal lichaamsgewicht zijn belangrijke factoren die de overleving bij baarmoederkanker beïnvloedend. Ook patiëntenverenigingen en media kunnen een belangrijke rol spelen bij de voorlichting over het belang van verbetering van de levensstijl om de kans op baarmoederkanker te verminderen.

categorie: Baarmoederkanker
Gerelateerd

Helft vrouwen met gynaecologische kanker is klinisch significant vermoeid

Helft vrouwen met gynaecologische kanker is klinisch significant vermoeid

Bijna de helft van de vrouwen met een gynaecologische vorm van kanker heeft na chirurgie te maken met klinisch significante vermoeidheid. Spontane afname van deze symptomen komt zelden voor, constateren Hanneke Poort (Dana-Farber Cancer Institute, Boston) en collega’s. Om de kwaliteit van leven van deze vrouwen te verbeteren, is onderzoek nodig naar schaalbare en effectieve interventies.

lees verder

Vijf gynaecologisch oncologische richtlijnen in de commentaarfase

Gynaecologische oncologie telt momenteel 15 gynaecologische oncologische richtlijnen, allen eigendom van de NVOG. In 2018 en 2019 heeft de NVOG SKMS-financiering ontvangen om negen gynaecologische oncologische richtlijnen te reviseren. Inmiddels zijn we met vijf richtlijnen zover dat de modules deze maand voor commentaar worden aangeboden aan de betrokken wetenschappelijke verenigingen.

lees verder