Indicatoren maken kwaliteit kankerzorg Europa zichtbaar

Indicatoren maken kwaliteit kankerzorg Europa zichtbaar, dit gebeurt op basis van gegevens uit nationale en regionale kankerregistraties. De belangrijkste indicatoren die de verschillen in overleving kunnen verklaren en de kwaliteit van de kankerzorg aantonen zijn: stadium bij diagnose, tijd tussen diagnose en behandeling, en het volgen van kankerrichtlijnen. In Nederland verzamelt IKNL al deze gegevens.

Europees onderzoek
EUROCHIP (European Cancer Health Indicators Project) richt zich op het beoordelen van de zorg voor en de overleving van kankerpatiënten in Europa. Het stadium bij diagnose geeft een beeld van de aanwezigheid en effectiviteit van bevolkingsonderzoek en de mate van vroegdiagnostiek. De wachttijd tussen diagnose en start van de behandeling geeft een indicatie van de efficiëntie van de zorg. Het volgen van de richtlijnen is een kwaliteitscriterium. IKNL heeft samen met het European Network of Cancer Registries (ENCR) onderzoek gedaan naar de beschikbaarheid van gegevens om deze indicatoren te kunnen bepalen. Alle nationale en regionale kankerregistraties binnen Europa zijn benaderd. In totaal hebben 86 kankerregistraties uit 32 landen meegedaan aan het onderzoek. Dit dekt ongeveer 28% van de Europese bevolking. 

Uitkomsten
Slechts 15% van alle algemene niet-tumorspecifieke kankerregistraties verzamelen alle gegevens die nodig zijn om de drie indicatoren beschikbaar te hebben. 81% van de kankerregistraties verzamelt het stadium bij diagnose voor minimaal één tumorsoort, waarbij 39% de TNM classificatie gebruikt. 37% verzamelt gegevens die nodig zijn om wachttijd tussen diagnose en behandeling te bepalen. In 30% van de registraties is de soort behandeling beschikbaar. De operatiedatum is beschikbaar in 36% van de registraties, de startdatum van radiotherapie in 26% en de startdatum van chemotherapie in 23%. Dit betekent dat slechts 15% van alle niet-tumorspecifieke kankerregistraties het volgen van richtlijnen kan weergeven. 

Situatie in Nederland
Voor Nederland geldt dat de Nederlandse Kankerregistratie alle benodigde gegevens voor de drie indicatoren bevat. Op basis hiervan worden de effecten van bevolkingsonderzoek en de kwaliteit van kankerzorg in kaart gebracht. IKNL gebruikt de gegevens om oncologische richtlijnen te evalueren en audits te ondersteunen. 

Aanbevelingen
Door gegevens over diagnose en behandeling te registreren, ontstaat een betrouwbaar beeld van de omvang en kwaliteit van de kankerzorg in Europa. Het gebruik van gemeenschappelijke codeerregels, opgesteld door de ENCR, verhoogt de uniformiteit en vergelijkbaarheid. Om meer inzicht te krijgen in de verschillen in overleving van kanker is het van belang dat er voldoende budget beschikbaar is voor het registreren van gegevens, dat de gegevens toegankelijk zijn en dat ze worden vastgelegd volgens de ENCR regels en definities.

categorie: Kwaliteit van zorg
Gerelateerd

Niet-chirurgische therapieën reduceren risico op regionaal recidief borstkanker

Niet-chirurgische therapieën reduceren risico op regionaal recidief borstkanker

Radiotherapie als onderdeel van een borstsparende behandeling, chemotherapie en hormonale therapie reduceren elk het risico op een regionaal recidief met minstens de helft bij vrouwen met primaire borstkanker en een negatieve uitslag van de schildwachtklierprocedure. Dat blijkt uit onderzoek van Julia van Steenhoven (Diakonessenhuis Utrecht) en collega’s. Deze bevindingen bieden een verklaring voor de discrepantie tussen het aandeel vals-negatieve biopsieën en kans op een regionaal recidief bij deze groep patiënten.

lees verder

Overleving oudere CML-patiënten blijft achter; ook in tijdperk van TK-remmers

Overleving oudere CML-patiënten blijft achter; ook in tijdperk van TK-remmers

De relatieve overleving van patiënten met chronische myeloïde leukemie (CML) is sinds 2001 significant verbeterd onder oudere patiënten in Nederland. Deze toename hangt zeer waarschijnlijk samen met de introductie en ruimere inzet van doelgerichte tyrosinekinase (TK)-remmers vanaf 2001. Dat neemt volgens Geneviève Ector (Radboudumc, IKNL) en collega’s niet weg dat de oversterfte onder oudere patiënten met CML nog steeds aanwezig is. Toekomstig onderzoek kan uitwijzen wat de achterliggende oorzaken zijn.

lees verder