Lage SES en mentaal welzijn bij (ex-)kankerpatiënt: voor- of nadeel?

Er zijn aanwijzingen dat een lage sociaaleconomische status (SES) de mentale gezondheid kan beïnvloeden, zowel negatief als positief, bij (ex-)patiënten met dikkedarm- en endeldarmkanker. Het is voor het eerst dat dergelijke bevindingen uit een studie naar voren komen. Dat schrijft Prof. Andrykowski van de University of Kentucky College of Medicine (VS) in samenwerking met onderzoekers van het IKZ in de publicatie ‘Low socioeconomic status and mental health outcomes in colorectal cancer survivors: disadvantage? advantage? ... or both?'.

Het doel van deze studie is om de relatie tussen SES en de geestelijke gezondheid, zowel negatief als positief, te onderzoeken bij patiënten met een colorectale tumor. De studie werd uitgevoerd aan de hand van een ‘population-based' steekproef van (ex-)patiënten met deze ziekte. Op basis van een theoretisch concept met betrekking tot trauma en posttraumatische groei, werd de hypothese bevestigd dat een lage SES positief samenhing met zowel een toename van de negatieve, mentale gezondheid (bijv. geestelijke nood) als met een toename van de positieve mentale gezondheid (bv. mentale groei).

Onderzochte groep overlevenden
In de studie werden 1.300 (ex-)patiënten met een colorectale tumor geïncludeerd, van wie 57 procent mannen met een gemiddelde leeftijd van 69 jaar. De diagnose had gemiddeld 4 jaar eerder plaatsgevonden. De data van deze ex-patiënten waren afkomstig van de kankerregistratie van het IKZ. Allen werd gevraagd een vragenlijst in te vullen met een oordeel over hun huidige negatieve en positieve mentale gezondheid. De SES van de respondenten (laag, gemiddeld, hoog) werd bepaald met behulp van samengestelde informatie over de WOZ-waarde van het huis en het fiscaal huishoudinkomen op postcodeniveau.

De analyses toonden aan dat een lage SES een risicofactor is voor toename van negatieve, geestelijke gezondheidsuitkomsten. Vergeleken met overlevenden met een hoge SES rapporteerden ex-patiënten met een lage SES een slechtere mentaal welzijn gerelateerd aan negen aandachtspunten die te maken hebben met de mentale gezondheid. Onder overlevenden met een hoge SES was de kans op klinisch relevante niveaus van angst en depressie ongeveer 50 procent lager.

Positieve mentale effecten?
De resultaten van deze studie ondersteunen de hypothese gedeeltelijk dat een lage SES een 'risicofactor' is voor toename van positieve, mentale gezondheidseffecten. Ten opzichte van overlevenden met een hoge SES rapporteren overlevenden met een lage SES namelijk grotere, positieve mentale gezondheidseffecten op 2 van de 5 indexen die de mentale gezondheid positief beïnvloeden (positieve zelf-evaluatie, betekenis van kanker).

De onderzoekers komen tot de conclusie dat de bevindingen van deze studie voor het eerst suggereren dat een lage SES de uitkomsten van de mentale gezondheid, zowel negatief als positief, zou kunnen beïnvloeden bij (ex-)patiënten met darmkanker.

Gerelateerd

Hogere kans op hart- en vaatziekten door antidepressiva na prostaatkanker

Overlevenden van prostaatkanker die behandeld zijn of worden met antidepressiva hebben een 51% hoger risico op het ontwikkelen van een cardiovasculaire aandoening. Dat blijkt uit onderzoek van Barbara Wollersheim (NKI-AvL, Amsterdam) en collega’s. Volgens de onderzoekers is het belangrijk dat artsen naast traditionele cardiovasculaire risicofactoren meer aandacht schenken aan patiënten die farmacologische middelen gebruiken voor angst en depressie, voorafgaand aan de besluitvorming over de behandeling van prostaatkanker.

lees verder

Gering effect bewegingsinterventies op slaapstoornissen kankerpatiënten

Gering effect bewegingsinterventies op slaapstoornissen kankerpatiënten

Bewegingsinterventies hebben geen significant effect op het verminderen van slaapstoornissen bij patiënten met kanker. Ook de slaapkwaliteit neemt niet significant toe na deelname aan bewegingsinterventies. Dat concludeert een internationale onderzoeksgroep na analyse van gegevens van 2.173 volwassenen patiënten. Volgens de auteurs dienen bewegingsinterventies daarom vooralsnog beschouwd te worden als “aanvullende therapie” ten opzichte van andere behandelingen bij slaapproblemen. In toekomstig onderzoek zouden uitgebreidere metingen uitgevoerd moeten worden, bijvoorbeeld met de Insomnia Severity Index en de Sleep Disorders Questionnaire.  

lees verder