Overleving jonge patiënten met contralaterale borstkanker kan beter

Vrouwen jonger dan 50 jaar met contralaterale borstkanker hebben in Nederland een slechtere overleving in vergelijking met vrouwen met unilaterale borstkanker. De prognose van vrouwen met contralaterale borstkanker is echter aanzienlijk verbeterd in de periode 1989 - 2008. Dat stellen A. Font-Gonzalez en collega's in een recent artikel in Breast Cancer Research Treatment. Om de zorg voor deze specifieke groep patiënten te verbeteren, is aanpassing van de follow-up-strategie nodig.

Om de totale overleving te vergelijken tussen vrouwen met unilaterale borstkanker en contralaterale borstkanker werd een studie opgezet met behulp van data van de Nederlandse kankerregistratie. In totaal werden 182.562 vrouwen met unilaterale borstkanker (95 procent) geïncludeerd en 8.912 vrouwen met contralaterale borstkanker (5 procent) die tussen 1989 en 2008 in de KR-database zijn opgenomen en die tot 2010 werden gevolgd.

Bij de analyses werd contralaterale borstkanker als een tijdsafhankelijke covariabele gehanteerd om de totale sterfteverhouding te berekenen tussen vrouwen met een contralaterale en unilaterale borsttumor te berekenen. Prognostische factoren met betrekking tot het sterftecijfer werden onderzocht op basis van de leeftijd bij de eerste diagnose van borstkanker.

Stijging mortaliteit 
Vrouwen met contralaterale borstkanker hadden een 30 procent hogere sterftekans (hazard ratio en 95% betrouwbaarheidsinterval (95% BI): 1,3, 1,3-1,4) in vergelijking met vrouwen met unilaterale borstkanker. Deze verhoogde sterftekans nam af met het stijgen van de leeftijd bij diagnose van de eerste borstkanker, met een hazard ratio van 2,3 (95% BI 2,2-2,5) voor vrouwen jonger dan 50 jaar en van 1,1 (95% BI 1.0-1.1) voor vrouwen van 70 jaar en ouder.

Vrouwen met contralaterale borstkanker die ten tijde van de diagnose ouder waren dan 50 jaar en die de diagnose 2 tot 5 jaar na hun eerste borstkanker kregen, hadden een 20 procent hoger overlijdensrisico (1.2, 1.0-1.3) in vergelijking met vrouwen bij wie de contralaterale borstkanker binnen 2 jaar na de eerste borstkanker werden gediagnosticeerd. Bij vrouwen jonger dan 50 jaar was het risico om te overlijden significant lager indien de contralaterale borstkanker 5 jaar na de eerste borstkanker (0,7, 95% BI 0,5-0,9) was gediagnosticeerd, in vergelijking met een diagnose binnen 2 jaar na de eerste borstkanker.

Tijdig opsporen contralaterale borstkanker 
De prognose van vrouwen met contralaterale borstkanker verbeterde echter aanzienlijk in de tijd, waarbij het sterfterisico 40 procent lager lag voor de vrouwen met een diagnose in de periode 2004-2008 dan voor vrouwen met een diagnose in de periode 1989-1993). Vrouwen met contralaterale borstkanker hadden een lagere overleving in vergelijking met vrouwen met unilaterale borstkanker. Dat gold vooral voor vrouwen jonger dan 50 jaar bij de eerste diagnose van borstkanker.

A. Font-Gonzalez en collega's komen tot de conclusie dat voor deze vrouwen een op maat gesneden follow-up-strategie nodig is die verder reikt dan de huidige aanbevelingen, mede omdat ze momenteel niet worden uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek naar borstkanker.

categorie: Overleving
Gerelateerd

Radiotherapie heeft geen invloed op 5- en 10-jaarsoverleving RAAS-patiënten

Radiotherapiegerelateerd angiosarcoom (RAAS) is een ernstige, maar late en zeldzame complicatie van radiotherapie als behandeling voor borstkanker. Uit onderzoek van Anouk Rombouts (Radboudumc) en collega’s blijkt dat, ongeacht het wel of niet toevoegen van radiotherapie, de 5- en 10-jaarsoverleving van de patiënten met RAAS stabiel blijft op 41% respectievelijk 25%. In lijn met eerdere studies heeft het toevoegen van radiotherapie, vergeleken met uitsluitend chirurgische behandeling, géén significant effect op de overleving van RAAS-patiënten. Wel toont deze studie aan dat chirurgie altijd een onderdeel dient te zijn van de behandeling van RAAS.

lees verder

Primary-Secondary Cancer Care Registry: inzicht in langetermijneffecten kanker

Door patiënten in de eerstelijn gedurende een langere termijn te monitoren, kunnen gegevens over de late effecten van kanker en behandelingen worden opgespoord. Dankzij een koppeling tussen de Nederlandse Kankerregistratie en de NIVEL Zorgregistraties Eerstelijn zal meer inzicht ontstaan in het volledige zorgpad van mensen met kanker. De gedeeltelijke samenvoeging van deze registraties heeft de naam ‘Primary-Secondary Cancer Care Registry’ (PSCCR). Momenteel bevat de PSCCR alleen gegevens over borstkanker, maar in de toekomst kan dit uitgebreid worden naar andere soorten kanker. 

lees verder