Behandelde borstkankerpatiënt wordt te vaak gecontroleerd

De nacontrole van vrouwen die zijn behandeld voor borstkanker is vooral gericht op het snel vaststellen van een mogelijke terugkeer van de tumor. Hoewel er richtlijnen zijn voor het aantal nacontroles, worden vrouwen in de praktijk vaker gecontroleerd dan geadviseerd. Op 8 mei is Annemiek Kwast, onderzoeker IKNL, gepromoveerd op haar onderzoek naar onder andere de oorzaken van deze (te) intensieve controle. 

Borstkanker is de meest voorkomende kanker onder vrouwen in Nederland. Jaarlijks wordt ruim 14.000 keer de diagnose borstkanker gesteld. Bij tijdige signalering en behandeling zijn de overlevingskansen over het algemeen goed. Na de behandeling komen vrouwen in aanmerking voor een regelmatige nacontrole. 

Nuttige nacontrole 
Die nacontrole is vooral bedoeld als ‘vinger aan de pols’, om een eventuele nieuwe tumor of de terugkeer van een behandelde tumor zo vroeg mogelijk op te sporen. Vroege opsporing moet de kans op succes van een (nieuwe) genezende behandeling vergroten. Verder zijn de nacontroles bedoeld om eventuele ziektesymptomen of gezondheidsproblemen te bespreken en is er ruimte voor individuele begeleiding en uitwisseling van informatie. Daarnaast geeft de nacontrole meer inzicht in het effect van de diverse behandelingen op de langere termijn. 

Toename 
Door de succesvolle behandeling van borstkanker komen steeds meer vrouwen in aanmerking voor nacontrole. Hoewel de behandelrichtlijn voor borstkanker nog in 2012 is aangepast, bestaat er in de praktijk nog geen duidelijke consensus over de optimale uitvoering van de nacontrole. Annemiek Kwast, werkzaam bij het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL), concludeert dat vrouwen na de behandeling vaker terugkomen voor controle dan in de richtlijn wordt geadviseerd. Bovendien neemt het aantal nacontroles toe naarmate er meer verschillende medische disciplines bij de behandeling betrokken zijn. 

Extra belasting 
“Een controle brengt voor vrouwen vaak extra spanning met zich mee,” zegt Kwast. “Ook is niet altijd duidelijk waarom vrouwen bij verschillende disciplines voor controle moeten komen. Nacontrole kan uitgevoerd worden door meerdere behandelaars en die stemmen de controles nog niet altijd optimaal op elkaar af. Bovendien wordt de opbrengst van de nacontrole en de diagnostische onderzoeken nogal eens overschat door vrouwen. En niet te vergeten: meer controles kosten meer geld. Allemaal argumenten die pleiten voor het optimaler en efficiënter vormgeven van de huidige nacontroles, zeker als het aantal behandelde borstkankerpatiënten verder blijft stijgen.” 

Patiëntvoorkeur 
Kwast deed onderzoek naar de oorzaken van de (te) intensieve nacontroles. Hoe komt het dat vrouwen vaker voor controle komen dan de richtlijn aangeeft? “Omdat patiënten zelf vaak een voorkeur hebben voor een lange en frequente nacontrole”, zegt Kwast. “Borstkanker is een ernstige ziekte, waardoor patiënten makkelijk het gevoel krijgen dat een extra controle beter is dan een keer te weinig, dat een jaar langer controleren meer veiligheid biedt dan een jaar te kort. Ook al wijzen onderzoek en richtlijnen in een andere richting.” 

Barrières wegnemen 
“Niet alleen de patiënt, maar ook de zorgverlener en het financieringssysteem spelen een rol in dit proces”, zegt Kwast. Behandelaars willen de patiënt graag terugzien om hun eigen bijdrage aan de behandeling te kunnen evalueren. Dat leidt gemakkelijk tot veel nacontroles. Uit interviews blijkt ook dat de huidige financiering de uitvoer van controles binnen het ziekenhuis stimuleert en de zelfstandige inzet van verpleegkundig specialisten belemmert. “Met deze kennis kunnen we de nacontrole misschien weer dichter in de buurt brengen van de richtlijn uit 2012. Bijvoorbeeld door invoering van het individuele nazorgplan waardoor er meer afstemming is tussen patiënt en zorgverleners, en zij beter geïnformeerd zijn over de uitvoering van de nacontrole. Ook de inzet van een verpleegkundig specialist die de controles over kan nemen van de betrokken behandelaars is een mogelijkheid.” 

Gerelateerd

Grote verschillen in uitzaaiingspatronen stadium IV inflammatoire borstkanker

Bij patiënten met stadium IV inflammatoire borstkanker worden belangrijke verschillen waargenomen in uitzaaiingspatronen en algehele overleving samenhangend met de verschillende subtypen (HR/HER2-status) van deze ziekte. Dat concluderen Dominique van Uden (Radboudumc) en collega’s in een publicatie in Breast Cancer Research and Treatment. Volgens de onderzoekers heeft dit inzicht belangrijke consequenties voor het adviseren van patiënten over hun prognose en eventuele behandelopties. De studie onderstreept tevens de mogelijkheid tot gerichtere stadiëring afgestemd op het subtype.

lees verder

Overleving na dikkedarm- en borstkanker verbeterd tussen ’03-‘12 in Nederland

De overleving van patiënten met dikkedarm- en borstkanker is tussen 2003 en 2012 in Nederland verbeterd, maar er zijn wel opmerkelijke verschillen te zien tussen oudere en jongere patiënten, met name bij borstkankerpatiënten. Dat concluderen Doris van Abbema (Universiteit Maastricht & Amsterdam) en collega’s. Bij oudere vrouwen met borstkanker is een opvallende toename te zien van endocriene therapieën en daling van het aandeel operaties. De onderzoekers vragen zich af of de richtlijnen bij deze groep patiënten consistent worden gevolgd. De gestegen overleving bij ouderen met dikkedarmkanker is vooral toe te schrijven aan ruimere inzet van adjuvante chemotherapie en verbeterde preoperatieve behandeling en chirurgie.

lees verder