Evaluatie richtlijn Ovariumcarcinoom: behandeling patiënten sterk veranderd

Met behulp van gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) zijn negen aanbevelingen geëvalueerd van de in 2009 verschenen richtlijn Epitheliaal ovariumcarcinoom. De evaluatie heeft plaatsgevonden in de regio’s Rotterdam, Groningen en Enschede. Vastgesteld kan worden dat de behandeling van patiënten met deze vorm van kanker de laatste jaren is veranderd.

Onder 372 patiënten met de diagnose ovariumcarcinoom zijn gegevens verzameld. De belangrijkste veranderingen in behandeling zijn:

  • Er is een toename van het aantal behandelingen van patiënten met een vergevorderd ovariumcarcinoom in de universitaire centra en zogeheten hoogvolume ziekenhuizen.

  • De gynaecologisch oncoloog is bij ruim driekwart van de operaties aanwezig.

  • Of een patiënt besproken is tijdens het MDO is lastig te evalueren door incomplete dossiervoering. Betere documentatie in het medisch dossier zal hierover in de toekomst uitsluitsel kunnen geven.

  • Het aantal stadiëringsoperaties waarbij ten minste zeven (van de tien) onderdelen zijn uitgevoerd is nog steeds erg laag en voor verbetering vatbaar.

  • Het aantal complete debulkingsoperaties is in de periode 2009-2011 gestegen van 23% naar 37%.

  • Het aantal patiënten dat chemotherapie krijgt na operatie van een nog niet vergevorderd ovariumcarcinoom is lager dan op grond van de richtlijn wordt aanbevolen.

  • Ruim 80% van de patiënten met een vergevorderd ovariumcarcinoom krijgt chemotherapie.

  • De voorgeschreven cytostatica en het aantal kuren zijn conform de aanbevelingen in de richtlijn.

Meer informatie: Janneke Verloop (onderzoeker IKNL) of Thijs van Vegchel (procesbegeleider IKNL)

categorie: Eierstokkanker
Gerelateerd

Incidentie en voorspellers buikvliesuitzaaiingen bij gynaecologische kanker

Incidentie en voorspellers buikvliesuitzaaiingen bij gynaecologische kanker

Uitzaaiingen naar het buikvlies komen vooral voor bij patiënten met eierstokkanker en treden zelden op bij vrouwen met baarmoeder en/of baarmoederhalskanker. Dat tonen Lara Burg (Radboudumc) en collega’s aan in een retrospectieve studie met NKR-gegevens van bijna 95.000 patiënten. Het histologische subtype (sereus en clear cell) blijkt de sterkste voorspeller te zijn voor het krijgen van buikvliesuitzaaiingen. Daarom wordt voorgesteld nieuwe therapieën te onderzoeken op basis van histologische subtypen.

lees verder

Helft vrouwen met gynaecologische kanker is klinisch significant vermoeid

Helft vrouwen met gynaecologische kanker is klinisch significant vermoeid

Bijna de helft van de vrouwen met een gynaecologische vorm van kanker heeft na chirurgie te maken met klinisch significante vermoeidheid. Spontane afname van deze symptomen komt zelden voor, constateren Hanneke Poort (Dana-Farber Cancer Institute, Boston) en collega’s. Om de kwaliteit van leven van deze vrouwen te verbeteren, is onderzoek nodig naar schaalbare en effectieve interventies.

lees verder