Geen onderbouwing gevonden voor verhogen volumenorm borstkankeroperaties

Het aantal borstkankeroperaties dat een ziekenhuis jaarlijks uitvoert, speelt in Nederland geen rol van betekenis bij de kans op genezing van patiënten met borstkanker. Dit blijkt uit onderzoek van Sabine Siesling dat is gepubliceerd in Breast Cancer Research and Treatment. Het onderzoek werd uitgevoerd in samenwerking met de Vereniging Samenwerkende Algemene Ziekenhuizen en medisch specialisten.

De onderzoekers analyseerden gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie van bijna 59.000 patiënten die in de periode 2001-2005 werden geopereerd aan borstkanker. Onderzocht werd welke patiënten na gemiddeld tien jaar waren overleden en of het aantal operaties dat per jaar per ziekenhuis werd gedaan hierop van invloed was.

Geen verschillen boven 75 operaties
Uit het onderzoek blijkt dat ziekenhuizen met jaarlijks 75-99, 100-149, 150-199 en meer dan 200 borstkankeroperaties even goede resultaten hebben. In de ziekenhuizen die minder dan 75 borstkankeroperaties per jaar doen, blijkt de sterfte in de tien jaar na diagnose en na casemixcorrectie 9% hoger te zijn. In de onderzoeksperiode (2001-2005) waren er nog negentien ziekenhuizen met gemiddeld minder dan 75 operaties per jaar. Onder de patiënten die hier zijn geopereerd, bedraagt de tienjaarsoverleving 77%. Er waren 30, 29, 9 en 14 ziekenhuizen met een volume van 75-99, 100-149, 150-199, en 200 of meer ingrepen per jaar. De tienjaarsoverleving van de patiënten die in deze ziekenhuizen zijn geopereerd, bedraagt respectievelijk 81%, 80%, 82% en 82%. 
Het aantal ziekenhuizen met minder dan 75 borstkankeroperaties per jaar is door fusies en samenwerking tussen ziekenhuizen en een toename van het jaarlijkse aantal nieuwe borstkankerpatiënten sterk gedaald. Inmiddels vinden in alle ziekenhuizen in Nederland jaarlijks meer dan 75 borstkankeroperaties plaats.
 
Andere factoren meer invloed
De studie toont aan dat factoren als hoge leeftijd ten tijde van diagnose, een hoger stadium, een grotere tumor, een groter aantal positieve lymfeklieren, een diagnose langer geleden en een lagere sociaaleconomische status, in sterkere mate resulteerden in een slechtere overleving dan het aantal operaties per jaar.
Het onderzoek geeft geen onderbouwing voor een volumenorm bij de behandeling van borstkanker in Nederland en laat zien dat volume niet zonder meer gebruikt kan worden als kwaliteitsindicator voor borstkanker. Andere factoren blijken van veel groter belang om borstkanker te overleven. Door de ontwikkeling van moleculaire testen en nieuwe behandelmogelijkheden zal naar verwachting de zorg voor patiënten met borstkanker steeds ingewikkelder worden en individueler worden benaderd. Dit vereist een multidisciplinaire benadering van de monitoring van kwaliteit van zorg, zoals op dit moment wordt gedaan in de Netherlands Breast Cancer Audit (NBCA), waaraan inmiddels alle Nederlandse ziekenhuizen deelnemen.

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met:
Sabine Siesling, senior onderzoeker, s.siesling@iknl.nl

Siesling S, Tjan-Heijnen VC, de Roos M, Snel Y, van Dalen T, Wouters MW, Struikmans H, van der Hoeven JJ, Maduro JH, Visser O. Impact of hospital volume on breast cancer outcome: a population-based study in the Netherlands. Breast Cancer Res Treat. 2014 Aug;147(1):177-84.

Gerelateerd

Betere overleving na chirurgie stadium IV primaire, inflammatoire borstkanker

Betere overleving na chirurgie stadium IV primaire, inflammatoire borstkanker

Chirurgie van de borsttumor bij primaire stadium IV inflammatoire borstkanker hangt samen met een verbeterde algehele overleving en zou dus onderdeel kunnen zijn van de behandelstrategie bij deze patiënten. Dat concluderen Dominique van Uden (Rijnstate Ziekenhuis, Arnhem) en collega’s. Het onderliggende mechanisme van dit effect is vooralsnog niet bekend. Ook zijn er nog allerlei onbeantwoorde vragen, zoals de kans op complicaties na chirurgie en de kwaliteit van leven van patiënten na of zonder chirurgie.

lees verder

Impact positieve klieren na neoadjuvante chemotherapie op vervolgbehandeling

Bij cT1-3N0 ER+HER2+, cT1-3N0 ER-HER2+ en triple negatieve cT1-2N0 borstkankerpatiënten die behandeld zijn met neoadjuvante chemotherapie, kan een directe borstreconstructie worden overwogen als een acceptabele behandeloptie, vanwege het lage risico op het vinden van positieve schildwachtklieren. Dat concluderen Sanaz Samiei (Maastricht UMC+) en collega’s in Annals of Surgical Oncology. Echter, bij patiënten met cT1-3N0 ER+HER2- en triple negatieve borstkanker dienen risico’s en voordelen van een directe borstreconstructie uitvoerig besproken te worden met de patiënt, omdat het risico op het aantreffen van positieve schildwachtklieren relatief hoog is.

lees verder