Goede monitoring bevolkingsonderzoek dikkedarmkanker essentieel

De introductie van het bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker zal gevolgen hebben voor zowel de incidentie, stadiumverdeling en behandeling, maar bovenal de sterfte aan deze aandoening. Dat schrijven dr. Marloes A.G. Elferink (IKNL) en collega’s in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Goede monitoring van alle onderdelen van het bevolkingsonderzoek is volgens de onderzoekers van essentieel belang om eventueel noodzakelijke aanpassingen op te sporen en het bevolkingsonderzoek optimaal rendement te geven. 
 

Dikkedarmkanker is een van de meest voorkomende vormen van kanker in Nederland. De ziekte neemt bij zowel mannen als vrouwen de derde plaats in. De diagnose ‘colorectaal carcinoom’ wordt jaarlijks bij meer dan 13.000 patiënten vastgesteld en er overlijden ruim 5.000 patiënten per jaar aan deze aandoening. Over de jaren is de incidentie geleidelijk toegenomen, terwijl de sterfte is afgenomen. 

Vroege detectie leidt tot betere prognose 
De overleving van patiënten met een colorectaal carcinoom is sterk afhankelijk van de uitgebreidheid van de ziekte bij diagnose, waarbij vroege detectie tot een betere prognose leidt. De relatieve 5-jaarsoverleving bedraagt ongeveer 60 procent, maar is sterk afhankelijk van het stadium bij diagnose. Bij bijna de helft van de patiënten worden bij diagnose lymfkliermetastasen of metastasen op afstand aangetroffen. 
Poliepen en vroege stadia van darmkanker geven meestal geen duidelijke klachten met als gevolg dat de diagnose ‘colorectaal carcinoom’ bij de meeste patiënten pas in een laat stadium wordt vastgesteld. Vroegtijdige opsporing en verwijdering van adenomen reduceert de kans op het ontstaan van colorectaal carcinoom. Dat maakt colorectaal carcinoom geschikt voor screening door middel van een grootschalig bevolkingsonderzoek. 

Uitgangssituatie 
In Nederland is in januari 2014 gestart met de uitrol van het landelijke bevolkingsonderzoek naar colorectaal carcinoom. Alle mannen en vrouwen in de leeftijd van 55-75 jaar krijgen uiteindelijk elke 2 jaar een uitnodiging om hieraan deel te nemen. De introductie van het bevolkingsonderzoek zal volgens de auteurs gevolgen hebben voor de incidentie, stadiumverdeling en behandeling van colorectaal carcinoom en de sterfte aan deze aandoening. 
In het artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde beschrijven de auteurs de incidentie, stadiumverdeling, behandeling, sterfte en overleving van colorectaal carcinoom in Nederland voorafgaand aan de introductie van het landelijk bevolkingsonderzoek naar darmkanker. Deze informatie is gebaseerd op data van patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) en sterftecijfers van het CBS. Het overzicht in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde kan worden gebruikt als uitgangssituatie, om in de toekomst te kunnen bepalen welke veranderingen er daadwerkelijk zijn opgetreden sinds de invoering van het bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker. 

Marloes A.G. Elferink, Manon van der Vlugt, Gerrit A. Meijer, Valery E.P.P. Lemmens en Evelien Dekker: ‘Colorectaal carcinoom in Nederland; Situatie vóór en na invoering van het landelijke bevolkingsonderzoek’ (2014;158:A7699). Het volledige artikel is online beschikbaar op de website van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. 

Gerelateerd

Effect bevolkingsonderzoek darmkanker: meer diagnoses in vroeg stadium

Ruim vier jaar geleden (2014) is in Nederland het bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker van start gegaan. In de eerste jaren na introductie van dit screeningsprogramma is de incidentie van dikkedarmkanker duidelijk toegenomen, zo blijkt uit onderzoek van dr. Marloes Elferink (IKNL) en collega’s. Dit effect wordt veroorzaakt door eerdere detectie van dikkedarmkanker. De carcinomen die tijdens de screening zijn gevonden, hebben  een gunstigere (lagere) stadiumverdeling, waardoor deze patiënten vaker een minder invasieve behandeling krijgen. De eerste resultaten van het landelijk bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker zijn onlangs gepubliceerd in het Ned. Tijdschrift  voor Geneeskunde. 

lees verder

Pleidooi voor screenen op darmkanker na behandeling van hodgkinlymfoom

Mensen met een hodgkinlymfoom die in het verleden zijn behandeld met infradiafragmatische radiotherapie en een hoge cumulatieve dosis procarbazine, zouden elke vijf jaar onderzocht moeten worden op darmkanker. Dat pleidooi houden Anne van Eggermond (NKI-AvL) en collega’s in de British Journal of Cancer naar aanleiding van een omvangrijke studie met NKR-data. Het idee is om deze mensen tien jaar na de eerste bestraling, maar niet voor de leeftijd van 35 jaar, elke vijf jaar uit te nodigen voor een coloscopie. De onderzoekers wijzen er op dat deze uitkomsten met enig voorbehoud geïnterpreteerd dienen te worden, omdat nog niet exact bekend is hoe groot het risico is op een tweede maligniteit.

lees verder