Meer aandacht nodig voor individuele informatievoorziening patiënt

De informatievoorziening aan patiënten met kanker is niet optimaal. De oorzaak hiervan kan zijn dat de verstrekte informatie niet is aangepast aan de mentale gezondheidstoestand van kankerpatiënten of dat de informatie als ‘onvoldoende’ wordt ervaren. Dit kan angstige en depressieve symptomen en klachten oproepen bij patiënten, zo blijkt uit onderzoek van Nienke Beekers (IKNL) en collega’s. Ze stellen daarom voor om meer aandacht te besteden aan het optimaliseren van de informatievoorziening aan patiënten door deze aan te passen aan de individuele behoeften. 

Ontevredenheid over de informatieverstrekking door zorgverleners kan een reden zijn voor overlevenden van kanker om gezondheidsinformatie te gaan zoeken op internet. Het kan ook leiden tot meer symptomen van angst en depressie onder deze overlevenden. Het doel van deze studie was na te gaan of angstige en depressieve symptomen geassocieerd zijn met tevredenheid over de informatievoorziening en het gebruik van internet bij het zoeken naar meer informatie door overlevenden van kanker. 

Vragenlijst via Profiel 
Alle personen gediagnosticeerd met baarmoeder- of dikkedarmkanker die tussen 1998 en 2007 werden geregistreerd door de kankerregistratie van het IKZ (thans IKNL Eindhoven) of met lymfeklierkanker of multipel myeloom in de periode 1999 en 2008, kregen een uitgenodiging om deel te nemen aan Profiel, het online enquêtesysteem van IKNL en Tilburg University. In totaal ontvingen 4.446 overlevenden een vragenlijst inclusief de ‘European Organisation for Research and Treatment of Cancer Quality of Life Group Information Questionnaire’ (25 onderwerpen) en de ‘Hospital Anxiety and Depression Scale’. Ruim tweederde (69 procent) van de aangeschrevenen reageerde op de vragenlijst (n = 3.080). 

Uit de reacties blijkt dat het hebben van angstige symptomen (odds ratio (OR) 0.7; 95% betrouwbaarheidsinterval (BI) 0.5 - 0.9; P <.05) of depressieve symptomen (OR 0.5; 95% BI, 0.4 - 0.7; P <.001) of beide symptomen (OR 0.4; 95% betrouwbaarheidsinterval, 0.4 - 0.7; P <.001) negatief geassocieerd waren met het ervaren van behulpzaamheid dan wel de bruikbaarheid van de ontvangen informatie. Het hebben van depressieve symptomen of het hebben van zowel depressieve en angstige symptomen, waren negatief geassocieerd met tevredenheid over de ontvangen informatie (OR 0.5; 95% BI 0.4 - 0.7; OR 0.5; 95% BI, 0.4 - 0.7, respectievelijk; P <.001). Het hebben van depressieve symptomen was negatief geassocieerd met ziektegerelateerd gebruik van internet (OR 0.69, 95% CI, 0.5 - 0.9; P <.05). 

Aanpassen individuele behoeften 
Nienke Beekers en collega’s concluderen dat deze resultaten er op kunnen duiden dat de informatievoorziening niet optimaal is. Hetzij omdat de informatie niet is aangepast aan de mentale gezondheidstoestand van kankerpatiënten of omdat de informatie onvoldoende is en daardoor angstige en depressieve symptomen oproept bij kankerpatiënten. Om bij te dragen aan een betere geestelijke gezondheid van deze patiënten dient volgens de onderzoekers meer aandacht besteed te worden aan het optimaliseren van de informatievoorziening door deze aan te passen aan de individuele behoeften. 

  • Nienke Beekers, Olga Husson, Floortje Mols, Mies van Eenbergen, Lonneke V. van de Poll-Franse: ‘Symptoms of Anxiety and Depression Are Associated With Satisfaction With Information Provision and Internet Use Among 3.080 Cancer Survivors; Results of the PROFILES’.

Gerelateerd

Hogere kans op hart- en vaatziekten door antidepressiva na prostaatkanker

Overlevenden van prostaatkanker die behandeld zijn of worden met antidepressiva hebben een 51% hoger risico op het ontwikkelen van een cardiovasculaire aandoening. Dat blijkt uit onderzoek van Barbara Wollersheim (NKI-AvL, Amsterdam) en collega’s. Volgens de onderzoekers is het belangrijk dat artsen naast traditionele cardiovasculaire risicofactoren meer aandacht schenken aan patiënten die farmacologische middelen gebruiken voor angst en depressie, voorafgaand aan de besluitvorming over de behandeling van prostaatkanker.

lees verder

Gering effect bewegingsinterventies op slaapstoornissen kankerpatiënten

Gering effect bewegingsinterventies op slaapstoornissen kankerpatiënten

Bewegingsinterventies hebben geen significant effect op het verminderen van slaapstoornissen bij patiënten met kanker. Ook de slaapkwaliteit neemt niet significant toe na deelname aan bewegingsinterventies. Dat concludeert een internationale onderzoeksgroep na analyse van gegevens van 2.173 volwassenen patiënten. Volgens de auteurs dienen bewegingsinterventies daarom vooralsnog beschouwd te worden als “aanvullende therapie” ten opzichte van andere behandelingen bij slaapproblemen. In toekomstig onderzoek zouden uitgebreidere metingen uitgevoerd moeten worden, bijvoorbeeld met de Insomnia Severity Index en de Sleep Disorders Questionnaire.  

lees verder