Overlevingskansen kankerpatiënten in Nederland stijgen

Voor bijna alle soorten kanker stijgen de overlevingskansen. Dat blijkt uit cijfers uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Van alle kankerpatiënten uit 2008-2012 geneest ongeveer 62%. Dat is een stijging van 3% vergeleken met de periode 2004-2007. De stijging van overlevingskansen vergeleken met 1989-1993 is 15%.

Overleving
De overlevingskansen van patiënten met kanker variëren sterk per soort kanker en zijn vooral afhankelijk van het stadium waarin de ziekte is vastgesteld. Globaal geneest ruim 60% van alle kankerpatiënten. Hoewel de veranderingen langzaam gaan, zijn de overlevingskansen van kankerpatiënten de afgelopen decennia gestaag gestegen. Sinds 1989 is de 5-jaarsoverleving na de diagnose kanker met 15% toegenomen, van 47% naar 62%. De overlevingskansen zijn het meest (15% of meer) gestegen bij prostaatkanker, botkanker en een aantal hematologische maligniteiten zoals lymfklierkanker, multipel myeloom en sommige vormen van leukemie.

Een stijging tussen 10 en 15% is te zien bij onder andere kanker van de keelholte, lever, nier, endeldarm en borst. Redenen voor een stijging van de overleving zijn het ontdekken van kanker in een vroeger stadium en nieuwe en/of effectievere behandelingen. Ook is de gemiddelde overleving gestegen doordat een aantal vormen van kanker met lage overlevingskansen (maagkanker, longkanker bij mannen) steeds minder voorkomt.
Bij kanker van het strottenhoofd, maag, long, longvlies, huid, zaadbal en de vrouwelijke geslachtsorganen is de overlevingskans nauwelijks gestegen. 

Incidentiecijfers
In 2013 kregen volgens de meest recente schatting van IKNL 101.000 mensen kanker, bijna net zoveel als in 2012. Mannen krijgen vaker kanker (52.800) dan vrouwen (48.400). Borstkanker komt het meeste voor met 14.400 gevallen in 2013, gevolgd door huidkanker (exclusief basaalcelcarcinoom) met ongeveer 13.500 nieuwe gevallen, darmkanker (13.200), longkanker (12.200) en prostaatkanker (10.900). 
Ondanks de ongeveer gelijkblijvende incidentie verwacht IKNL dat het aantal nieuwe kankerpatiënten in de komende jaren stijgt met ongeveer 3% per jaar, vergelijkbaar met de stijging in de afgelopen decennia. Dit is onder andere het gevolg van de vergrijzing. De levensverwachting is het afgelopen decennium met ongeveer drie jaar gestegen. Als mensen langer leven, neemt de kans op kanker toe. 

Toenemende prevalentie
De prevalentiecijfers geven aan hoeveel mensen er in het verleden kanker kregen, om welke kankersoort het gaat en hoeveel er daarvan op een bepaalde datum nog in leven zijn. Bijna 4% van alle Nederlanders leeft met kanker of heeft in het verleden kanker gehad. Per 1 januari 2013 zijn dat er 650.000 (geteld vanaf 1989, het startjaar van de NKR). Dit aantal stijgt snel, omdat steeds meer mensen genezen van kanker. Bij een te verwachten stijging van de incidentie en verbeterde overlevingskansen neemt de prevalentie dus extra hard toe. Deze toenemende prevalentie (3-5% per jaar) verhoogt de druk op de zorg en de nazorg. 

Over de NKR
Sinds 1989 beschikt Nederland over een databank met betrouwbare, objectieve gegevens over de incidentie, prevalentie, overleving en sterfte van alle gevallen van kanker. De databank wordt gebruikt voor epidemiologisch onderzoek, klinische studies en voor onderzoek naar de kwaliteit van zorg. Deze gegevens zijn ook beschikbaar voor het evalueren van screening, oncologische richtlijnen en het ontwikkelen van beleid door zorginstellingen en de overheid. IKNL beheert de databank.

Op NKR-cijfers vindt u meer cijfers. 


categorie: Overleving
Gerelateerd

Overleving na dikkedarm- en borstkanker verbeterd tussen ’03-‘12 in Nederland

De overleving van patiënten met dikkedarm- en borstkanker is tussen 2003 en 2012 in Nederland verbeterd, maar er zijn wel opmerkelijke verschillen te zien tussen oudere en jongere patiënten, met name bij borstkankerpatiënten. Dat concluderen Doris van Abbema (Universiteit Maastricht & Amsterdam) en collega’s. Bij oudere vrouwen met borstkanker is een opvallende toename te zien van endocriene therapieën en daling van het aandeel operaties. De onderzoekers vragen zich af of de richtlijnen bij deze groep patiënten consistent worden gevolgd. De gestegen overleving bij ouderen met dikkedarmkanker is vooral toe te schrijven aan ruimere inzet van adjuvante chemotherapie en verbeterde preoperatieve behandeling en chirurgie.

lees verder

Overleving oudere patiënten (65-75 jaar) met gevorderde borstkanker verbeterd

De overleving van oudere vrouwen (65-75 jaar) met gevorderde borstkanker is tussen 1990 en 2015 verbeterd. Dit is zeer waarschijnlijk het gevolg van ruimere inzet van chemotherapieën bij patiënten met stadium III borstkanker. Dat concluderen Nienke de Glas (LUMC) en collega’s op basis van een studie met gegevens van bijna 240.000 patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Uit dit onderzoek blijkt echter ook dat de overleving van vrouwen (boven 75 jaar) met stadium I-III borstkanker níet is toegenomen. In toekomstige studies dient daarom meer rekening gehouden te worden met comorbiditeit(en) en geriatrische parameters, om de behandeling van deze oudste groep verder te personaliseren.

lees verder