Richtlijn Colorectaal carcinoom en colorectale levermetastasen beschikbaar

Colorectaal carcinoom (CRC) is een belangrijk gezondheidsprobleem. In Nederland krijgen per jaar meer dan 13.000 nieuwe patiënten de diagnose CRC. De richtlijn beschrijft wat in het algemeen de beste zorg is voor patiënten met een primair of gemetastaseerd colorectaal carcinoom en doet aanbevelingen voor de screening, diagnostiek, behandeling en nazorg. De richtlijn is bestemd voor alle professionals die betrokken zijn bij de diagnostiek, behandeling en begeleiding van patiënten met deze aandoeningen.

De landelijke richtlijn is multidisciplinair en evidence based opgesteld onder voorzitterschap van mw. prof. dr. C.A.M. Marijnen, radiotherapeut-oncoloog in het LUMC. De autoriserende wetenschappelijke verenigingen zijn eigenaar van de richtlijn, IKNL heeft de procesondersteuning verzorgd, financiële ondersteuning is via het SKMS programma tot stand gekomen en methodologische ondersteuning is door zowel IKNL, KCE als RIVM verzorgd. Omdat tegelijkertijd ook in België gestart werd met revisie van de richtlijn Coloncarcinoom, hebben beide organisaties (IKNL en KCE) een deel van het werk op zich genomen en resultaten met behulp van internationaal afgesproken formats gedeeld.

Publicatie 
De richtlijn is te vinden op zowel de Richtlijnendatabase: http://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/colorectaal_carcinoom als op Oncoline: www.oncoline.nl/colorectaalcarcinoom.

In het meinummer van het NTvO komen de belangrijkste aandachtspunten aan bod.

Gerelateerd

Studie naar relevantie histologische subtypen op prognose appendixcarcinoom

Pathologisch onderzoek

Bij patiënten met een locoregionaal of niet naar het buikvlies gemetastaseerd appendixadenocarcinoom heeft het histologisch subtype van de tumor géén invloed op de prognose. Echter, bij patiënten met peritoneale metastasen is het mucineus subtype wél een gunstige prognostische factor ten opzichte van patiënten met het een niet-mucineus adenocarcinoom. Dat blijkt uit onderzoek van Laura Legué (Catharina Ziekenhuis, Eindhoven & IKNL) en collega’s. Deze uitkomsten bevestigen dat mucineuze en niet-mucineuze adenocarcinomen in de appendix verschillend zijn als het gaat om prognose en behandelmogelijkheden.

lees verder

Overleving na dikkedarm- en borstkanker verbeterd tussen ’03-‘12 in Nederland

De overleving van patiënten met dikkedarm- en borstkanker is tussen 2003 en 2012 in Nederland verbeterd, maar er zijn wel opmerkelijke verschillen te zien tussen oudere en jongere patiënten, met name bij borstkankerpatiënten. Dat concluderen Doris van Abbema (Universiteit Maastricht & Amsterdam) en collega’s. Bij oudere vrouwen met borstkanker is een opvallende toename te zien van endocriene therapieën en daling van het aandeel operaties. De onderzoekers vragen zich af of de richtlijnen bij deze groep patiënten consistent worden gevolgd. De gestegen overleving bij ouderen met dikkedarmkanker is vooral toe te schrijven aan ruimere inzet van adjuvante chemotherapie en verbeterde preoperatieve behandeling en chirurgie.

lees verder