Studie naar overleving anaplastisch schildklierkanker en bestaand struma

Patiënten met anaplastisch schildkliercarcinoom mét pre-existent struma zijn over het algemeen jonger dan patiënten zonder pre-existent struma of gedifferentieerde schildklierkanker. De overleving tussen deze patiëntengroepen verschilt echter nauwelijks, zo blijkt uit onderzoek van Lars C. Steggink (UMC Groningen), Boukje van Dijk (IKNL) en collega’s. De resultaten van deze studie zijn recent verschenen in The American Journal of Surgery. 

Het doel van deze studie was te onderzoeken of pre-existent struma en gedifferentieerde schildklierkanker (WDTC) geassocieerd zijn met de overleving in anaplastisch schildkliercarcinoom. Hiervoor analyseerden de onderzoekers de medische dossiers van 94 patiënten met anaplastisch schildkliercarcinoom die tussen 1989 en 2009 waren gediagnosticeerd in 17 ziekenhuizen in het noordoosten van Nederland. De data van deze patiënten werden verzameld door de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). 

Patiëntenpopulatie 
Bijna een derde (31 procent) van de patiënten met anaplastisch schildkliercarcinoom was bekend met een langer bestaand (>1 jaar) pre-existent struma (N= 29), van wie 8 met WDTC. Zij waren jonger dan de patiënten zonder pre-existent struma (mediaan 69 versus 76 jaar; P= 0,02). De 1-jaarsoverleving was 9 procent (95% betrouwbaarheidsinterval [BI], 3% tot 14%). Er werd geen verschil gevonden tussen het wel of niet hebben van pre-existent struma (totale overleving 14%, 95% CI, 1% tot 26% versus totale overleving 6%, 95% CI, 0% tot 13%). 

Het hebben van een hogere leeftijd was geassocieerd met een slechtere overleving (hazard rate, 1,03, 95% CI, 1,01-1,06]), terwijl het risico om te overlijden lager was na chirurgie en / of radiotherapie (hazard rate 0,37, 95% CI, 0,21 om .67 respectievelijk hazard rate 0,22, 95% CI, 0,12-0,41). 

Conclusie 
Lars C. Steggink en collega’s komen op basis van deze relatief grote population-based studie tot de conclusie dat patiënten met anaplastisch schildkliercarcinoom met pre-existent struma over het algemeen jonger waren, maar dat de overleving niet significant verschilde tussen patiënten met of zonder pre-existent struma of gedifferentieerde schildklierkanker. 

  • Lars C. Steggink, Boukje A. C. van Dijk, Thera P. Links, John Th.M. Plukker: ‘Survival in anaplastic thyroid cancer in relation to pre-existing goiter: a population-based study’.

Gerelateerd

Type schildklierkanker verklaart verschillen in overleving 29 EU-landen

De overleving van patiënten met schildklierkanker is tussen 2000 en 2007 toegenomen in Europa. Dat blijkt uit een omvangrijke studie met data van bijna 50% van de Europese populatie in 29 EU-landen. Volgens de auteurs kan de stijgende overleving, maar ook de variatie tussen landen, voornamelijk worden verklaard door verschillen in het type schildklierkanker en de sterke toename van het papillaire type. Ook wordt gewezen op het risico van overdiagnostiek en potentieel schadelijke behandelingen. Dit vraagt om meer specifieke diagnostiek en aanvullend onderzoek naar de langetermijnprognoses en de kwaliteit van leven van deze patiënten.

lees verder

Proefschrift: zeldzame kanker bepaald niet zeldzaam in Nederland en EU

In Nederland krijgen 14.000 patiënten per jaar te horen dat ze een zeldzame vorm van kanker hebben. Omgerekend komt dat neer op 17% van de totale incidentie van kanker in Nederland. Dat blijkt uit het proefschrift ‘Surveillance of rare cancers’ waarop IKNL-onderzoeker Jan Maarten van der Zwan 20 mei 2016 promoveerde aan de Universiteit Twente. Van de 260 gedefinieerde vormen van kanker trof hij 223 (86%) zeldzame vormen aan in Nederland. In Europa gaat het om gemiddeld 541.000 nieuwe patiënten per jaar. Volgens de promovendus onderstrepen deze bevindingen voor het eerst de omvang van zeldzame kanker in Europa, maar ook dat onderzoek naar deze zeldzame vormen van kanker mogelijk is door internationale samenwerking en uitwisseling van data. 

lees verder