Succesvolle pilot Palliatieve sedatie in het ziekenhuis

Het doel van het pilotproject Palliatieve sedatie in het ziekenhuis is het gebruik van de KNMG-richtlijn Palliatieve sedatie in de ziekenhuizen te bevorderen zodat de kwaliteit van sterven voor patiënten verbetert. Binnen het ziekenhuis volgden medisch specialisten en verpleegkundigen gezamenlijk een scholingsmodule.

Aan de pilot namen de volgende drie ziekenhuizen deel: MCA Gemini Groep in Alkmaar/Den Helder, Diaconessenhuis in Leiden en UMC Radboud in Nijmegen. De pilot is tot stand gekomen dankzij een subsidie van ZonMw.

Multidisciplinaire afspraken ontbreken 
De aanleiding voor dit project was een onderzoek van KNMG en IKNL naar ziekenhuisprotocollen voor palliatieve sedatie in 2010. 54% van de ziekenhuizen beschikt over een protocol palliatieve sedatie waarin medicatie en toediening redelijk beschreven zijn. Maar in 50% van de protocollen ontbreekt informatie over multidisciplinaire afspraken rondom bereikbaarheid en overdracht. Op basis van deze uitkomsten hebben KNMG en IKNL een checklist palliatieve sedatieontwikkeld om ziekenhuizen te faciliteren bij het ontwikkelen of actualiseren van een protocol palliatieve sedatie.

“De scholing leerde mij verder kijken dan er in eerste instantie aan de hand is”

Succesvolle pilot
De pilot heeft de volgende resultaten opgeleverd:

1. Kennis over palliatieve sedatie en het gebruik van de richtlijn is onder de deelnemers toegenomen.

Leerpunten voor artsen: de indicatiestelling bij palliatieve sedatie, het gebruik van de juiste middelen en dosering bij het sederen, het handelen bij refractair symptoom, intermitterende sedatie en de communicatie, zoals goed overleg met alle betrokkenen en het maken van duidelijke afspraken.

Leerpunten voor verpleegkundigen: toename van kennis vooral verhoogd onder de aanwezige afdelingsverpleegkundigen: vooral over het moment om te starten met palliatieve sedatie en het gebruik van medicatie. Daarnaast benoemen zij: de communicatieve aspecten zowel gericht naar de familie als afspraken maken en samenwerken met collega’s. Ook de verpleegkundig specialisten en oncologieverpleegkundigen benadrukken leerpunten in  de communicatie, maar dan gericht op de taakverdeling tijdens het uitvoeren van de palliatieve sedatie. Tevens is kennis opgedaan over het juist hanteren van de terminologie naar de familie/patiënt toe.

2. Het volgen van de training als koppel van een afdeling (arts-verpleegkundige) heeft de samenwerking tussen de medisch specialist en de verpleegkundigen/verpleegkundig specialist zeker bevorderd. Het helder in beeld brengen van taken en rollen bij de casus palliatieve sedatie heeft een bewustwordingsproces in gang gezet bij zowel artsen als verpleegkundigen.

3. Er is veel aandacht besteed aan het ziekenhuisprotocol palliatieve sedatie en actualisatie van het protocol waar nodig.

4. Het volgen van de scholingsmodule heeft een positieve invloed gehad op andere ontwikkelingen in palliatieve zorg, zoals het oprichten van een palliatief team in twee van de drie ziekenhuizen.

“Door de scholing is duidelijk geworden waar knelpunten liggen in de uitvoering”  

categorie: Palliatieve fase
Gerelateerd

Toenemend aantal patiënten vraagt mogelijk om efficiëntere organisatie MDO’s

De meeste patiënten met kanker worden in Nederland over het algemeen besproken in een multidisciplinair overleg, hoewel er verschillen zijn tussen de diverse tumorsoorten. Dat blijkt uit onderzoek van Janneke Walraven (Radboudumc & IKNL) en collega’s met gegevens van ruim honderdduizend patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Gelet op het stijgend aantal patiënten lijkt efficiëntere organisatie van MDO’s nodig om ook in de toekomst hoogwaardige, oncologische zorg te kunnen garanderen. De auteurs doen daarom een aantal aanbevelingen voor een andere werkwijze van MDO’s als aftrap voor een inhoudelijk debat.

lees verder

Verwijzing voor gamma knife: vaak jongere patiënten met lager stadium NSCLC

Patiënten met niet-kleincellige longkanker (NSCLC) en synchrone hersenmetastasen die verwezen worden voor een gamma-knife-behandeling, zijn doorgaans jonger en hebben een lager tumorstadium. Dat concluderen Deirdre ten Berge (Gamma Knife Center, Tilburg) en collega’s in Clinical Oncology. Doordat met gamma-knife-behandeling een hoog niveau van lokale controle kan worden bereikt, biedt deze techniek aanzienlijke kansen voor aanvullende behandeling van de primaire longtumor. Extra onderzoek is nodig om na te gaan of meer patiënten met niet-kleincellige longkanker en hersenmetastasen potentieel baat kunnen hebben bij een gamma-knife-behandeling.

lees verder