Zorgprofessional wil verbetering palliatieve zorg andere doelgroepen

Uit IKNL-onderzoek onder 1.184  zorgprofessionals komt naar voren dat het merendeel gematigd positief is over de palliatieve zorg aan mensen met dementie, CVA, COPD, hartfalen, mensen met een psychiatrisch ziektebeeld (GGZ) en mensen met een verstandelijke beperking (VG-zorg). Met name op het vlak van meer systematische en structurele werkwijze zijn verbeteringen mogelijk. Daarnaast zijn er specifieke verbeterpunten per doelgroep. IKNL is van mening dat met een specifieke aanpak per doelgroep en werksetting aanzienlijke verbeteringen in de palliatieve zorg aan niet-oncologische en bijzondere doelgroepen mogelijk zijn.

Bevindingen verkennend onderzoek
In 2013 is door IKNL een verkennend onderzoek gedaan om na te gaan welke specifieke verbetermogelijkheden experts zien in een aantal niet-oncologische vakgebieden. Draagvlak voor de belangrijkste  bevindingen uit dit verkennend onderzoek is door middel van een survey getoetst in dit vervolgonderzoek. De survey vond plaats in de vorm van een digitale enquête verspreid via wetenschappelijke- en beroepsverenigingen van betrokken beroepsgroepen, zoals neurologen, specialisten ouderengeneeskunde, longartsen, cardiologen, psychiaters, AVG-artsen, verpleegkundigen (incl. verpleegkundig specialisten),verzorgenden en enkele psychosociale disciplines, zoals psychologen, geestelijk verzorgers en maatschappelijk werkers. De enquête is ook op andere wijzen onder de aandacht gebracht.  

Breed draagvlak voor verbetering
Aan de hand van zeven stellingen hebben de respondenten aangegeven hoe zij bepaalde aspecten van palliatieve zorg in hun vakgebied waarderen, zoals het tijdig herkennen van de palliatieve fase, het gebruik maken van richtlijnen, van consultatie en het anticiperen op complicaties. In het algemeen is de waardering gematigd positief. Dit komt ook tot uitdrukking in het rapportcijfer: gemiddeld een 6,8. Artsen zijn positiever dan verpleegkundigen en verzorgenden. Verbetering is nodig volgens drie kwart van de respondenten. Wel zijn er duidelijke verschillen tussen de verschillende doelgroepen. De verbeterpunten die  zijn aangegeven, duiden op een nog onvoldoende systematische en gestructureerde werkwijze tijdens de palliatieve fase. Daarnaast geven de respondenten duidelijke verschillen per vakgebied aan in prioriteiten ter verbetering. Gezien deze verschillen, raadt IKNL aan om per doelgroep en per werksetting een specifieke aanpak te ontwikkelen.  

IKNL constateerde al eerder dat voorzieningen op het gebied van  palliatieve zorg nog onvoldoende gebruikt worden voor niet-oncologische doelgroepen ( Palliatieve zorg in Beeld , IKNL januari 2014). Wel komt uit het IKNL-jaarverslag consultatie Palliatieve zorg 2013 naar voren dat het aandeel consultvragen dat gaat over kankerpatiënten is gedaald, terwijl het aantal vragen over diagnose hartfalen, COPD, CVA en dementie licht is toegenomen. 

Aan de slag
In dit onderzoeksrapport geeft IKNL elf aanbevelingen om met de verbeterpunten aan de slag te gaan. Daarnaast  roept IKNL wetenschappelijke-,  beroepsverenigingen en andere organisaties op om contact op te nemen als zij willen reageren op het onderzoeksrapport of nieuwe initiatieven willen ontplooien op het gebied van palliatieve zorg voor andere doelgroepen.

Het rapport kunt u hier downloaden.

Informatie
Heeft u vragen of wilt u reageren, neem dan contact op met Rob Krol, adviseur IKNL via r.krol@iknl.