Aandeel chirurgie bij gastro-intestinale tumoren tussen 2008–2012 gedaald

Het aantal chirurgische resecties bij patiënten met gastro-intestinale tumoren is tussen 2008 en 2012 gedaald in vergelijking met de periode 1995 – 1998. Dat blijkt uit onderzoek van dr. Arlène Speelman (IKNL) in samenwerking met chirurgen van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven. De daling was te zien bij patiënten met maagkanker, dikkedarmkanker, een rectale tumor of periampullaire tumor. Het aantal resecties bij patiënten met alvleesklierkanker nam in recente jaren juist toe. De dalende resectietrend bij de meeste gastrotumoren wordt onder meer toegeschreven aan nieuwe behandelingen, betere diagnostiek en betere selectie van patiënten. 

Er zijn veel ontwikkelingen in de geneeskunde die invloed hebben op de behandeling van patiënten met gastro-intestinale tumoren, waaronder het aandeel uitgevoerde resecties. In deze studie zijn de veranderingen onderzocht met betrekking tot chirurgische resecties in de loop van de tijd bij patiënten met gastro-intestinale kanker. De studie werd uitgevoerd aan de hand van data van patiënten die tussen 1995 en 2012 werden geopereerd in een van de tien ziekenhuizen in Zuid-Nederland, een gebied met 2,4 miljoen inwoners. Multivariate, logistische regressieanalyse werd toegepast om de onafhankelijke invloed te bepalen van het interval van de diagnose en de kans op het ondergaan van een resectie.

Daling resecties 
Uit de resultaten blijkt dat onder de 43.370 geïncludeerde patiënten, het aandeel resecties tussen 1995 en 2012 daalde voor maag-, darm- en endeldarmkanker. Dit gold met name voor patiënten van 85 jaar en ouder met maagkanker (daling van 37,3 tot 13,3 procent) en voor patiënten tussen 75-84 jaar en 85 jaar en ouder met endeldarmkanker; daling van 80,5 naar 64,4 procent respectievelijk 58,9 naar 36,0 procent.

Na correctie voor patiënt- en tumorkenmerken bleek dat het in de periode 2008 – 2012 minder waarschijnlijk was dat patiënten met maagkanker, dikkedarmkanker, rectale tumor of periampullaire tumor een resectie ondergingen vergeleken met vergelijkbare patiënten die tussen 1995 en 1998 waren gediagnosticeerd. Dit gold niet voor patiënten gediagnosticeerd met alvleesklierkanker. Bij deze patiënten nam de waarschijnlijkheid op een resectie tussen 2008 en 2012 juist toe (odds ratio 4,13 met een betrouwbaarheidsinterval van 2,57 – 6,64).

Oorzaken dalende resecties
Arlène Speelman en collega’s concluderen dat het aandeel chirurgische resecties voor meerdere vormen van gastro-intestinale tumoren is gedaald. Dit zou te maken kunnen hebben met een verhoogde beschikbaarheid van andere behandelingen, betere selectie van patiënten als gevolg van verbeterde diagnostische nauwkeurigheid, risicomijdend gedrag en meer transparantie met betrekking tot chirurgische resultaten binnen zowel ziekenhuizen als in de spreekkamer van de chirurg.
 

  • A. D. Speelman, Y. R. B. M. van Gestel, H. J. T. Rutten, I. H. J. T. de Hingh, V. E. P. P. Lemmens: ‘Changes in gastrointestinal cancer resection rates’. Published: jun 09, 2015

  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl

Gerelateerd

Studie naar relevantie histologische subtypen op prognose appendixcarcinoom

Pathologisch onderzoek

Bij patiënten met een locoregionaal of niet naar het buikvlies gemetastaseerd appendixadenocarcinoom heeft het histologisch subtype van de tumor géén invloed op de prognose. Echter, bij patiënten met peritoneale metastasen is het mucineus subtype wél een gunstige prognostische factor ten opzichte van patiënten met het een niet-mucineus adenocarcinoom. Dat blijkt uit onderzoek van Laura Legué (Catharina Ziekenhuis, Eindhoven & IKNL) en collega’s. Deze uitkomsten bevestigen dat mucineuze en niet-mucineuze adenocarcinomen in de appendix verschillend zijn als het gaat om prognose en behandelmogelijkheden.

lees verder

Effect chirurgie op ouderen met dikkedarmkanker en een functionele afhankelijkheid

Een operatie heeft, mits ingebed in een onco-geriatrisch zorgpad, een positief effect op de kwaliteit van leven van oudere patiënten met dikkedarmkanker met een functionele afhankelijkheid. Matig functionele afhankelijkheid mag volgens Daniël Souwer (HagaZiekenhuis) en collega’s géén generieke reden zijn om een operatie bij ouderen achterwege te laten. Een belangrijke bevinding die artsen dienen te betrekken bij gedeelde besluitvorming. Aanvullend onderzoek kan uitwijzen of onco-geriatrische zorg op zichzelf de negatieve impact van chirurgie beperkt of dat deze zelfs bijdraagt aan verbetering van de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven van oudere patiënten met dikkedarmkanker.

lees verder