Betere overleving borstkanker na behandeling metastasen in zenuwstelsel

Borstkankerpatiënten met metastasen in het centraal zenuwstelsel die hiervoor kunnen worden behandeld, laten een betere overleving zien. Het maakt echter geen verschil of metastasen synchroon (tegelijk met de primaire tumor) of metachroon zijn gediagnosticeerd, hoewel bij de laatste groep de tijd tussen primaire behandeling en ontdekking van de metastasen wél van belang is. Voor patiënten bij wie dit meer dan een jaar bedraagt, is de prognose gunstiger. Dat blijkt uit een studie van Vincent Ho (IKNL) in samenwerking met het Radboudumc (Nijmegen), Antoni van Leeuwenhoek (Amsterdam) en St Elisabeth Ziekenhuis (Tilburg).

Metastasen in het centraal zenuwstelsel vormen een ernstige (late) complicatie bij patiënten met gevorderde borstkanker. In deze observationele studie is de invloed onderzocht van patiënt-, tumor -en behandelingskenmerken op de overleving van deze patiënten. Ook  is gekeken naar verschillen tussen synchrone en metachrone metastasen.

Opzet van de studie
De studie werd uitgevoerd met behulp van data afkomstig van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) van 992 patiënten met borstkanker en metastasen in het centraal zenuwstelsel bij wie de primaire tumor tussen 2004 en 2010 was gediagnosticeerd. De onderzoekers berekenden de totale overleving vanaf de datum dat de diagnose ‘metastasen in het centraal zenuwstelsel’ was gesteld. De invloed van prognostische factoren op de overleving werd beoordeeld met behulp van uitgebreide Cox-regressie modellen.

De onderzoekers identificeerden 165 patiënten met synchrone en 827 patiënten met metachrone metastasen in het centraal zenuwstelsel. De meeste patiënten (88%) hadden uitsluitend hersenmetastasen; bij 12% werden leptomeningeale metastasen vastgesteld. De mediane overleving was 5,0 maanden. Niet-tripel-negatieve borstkanker en systemische therapie werden geassocieerd met een verhoogde overleving in beide groepen.

Betere overleving
Bij patiënten met synchrone metastasen in het centraal zenuwstelsel zorgde chirurgie van zowel de primaire tumor als de metastasen voor een betere overleving. Bij patiënten met metachrone metastasen bleken gunstige factoren: een jongere leeftijd (<50 jaar), een lager initieel tumorstadium (I), een ductaal carcinoom ten opzichte van lobulair carcinoom, een langere tijdsduur (>1 jaar) voordat de metastasen werden ontdekt, alsmede de afwezigheid van extracraniële metastasen. Het uitvoeren van een metastasectomie en behandeling met radiotherapie lieten alleen voordeel zien tijdens de eerste zes maanden.

Vincent Ho en collega’s concluderen dat er geen verschil in de overleving bestaat tussen patiënten met synchrone en patiënten met metachrone metastasen in het centraal zenuwstelsel. Tripel-negatieve borstkanker is prognostisch ongunstig in beide groepen, terwijl patiënten die systemische behandeling kregen een beter resultaat lieten zien. Met name patiënten met een langer tijdsinterval (≥4 jaar) sinds de primaire diagnose zouden wellicht kunnen profiteren van een agressievere therapie.

  • Ho VK, Gijtenbeek JM, Brandsma D, Beerepoot LV, Sonke GS, van der Heiden-van der Loo M.: ‘Survival of breast cancer patients with synchronous or metachronous central nervous system metastases’.

  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl

Gerelateerd

Grote verschillen in uitzaaiingspatronen stadium IV inflammatoire borstkanker

Bij patiënten met stadium IV inflammatoire borstkanker worden belangrijke verschillen waargenomen in uitzaaiingspatronen en algehele overleving samenhangend met de verschillende subtypen (HR/HER2-status) van deze ziekte. Dat concluderen Dominique van Uden (Radboudumc) en collega’s in een publicatie in Breast Cancer Research and Treatment. Volgens de onderzoekers heeft dit inzicht belangrijke consequenties voor het adviseren van patiënten over hun prognose en eventuele behandelopties. De studie onderstreept tevens de mogelijkheid tot gerichtere stadiëring afgestemd op het subtype.

lees verder

Overleving na dikkedarm- en borstkanker verbeterd tussen ’03-‘12 in Nederland

De overleving van patiënten met dikkedarm- en borstkanker is tussen 2003 en 2012 in Nederland verbeterd, maar er zijn wel opmerkelijke verschillen te zien tussen oudere en jongere patiënten, met name bij borstkankerpatiënten. Dat concluderen Doris van Abbema (Universiteit Maastricht & Amsterdam) en collega’s. Bij oudere vrouwen met borstkanker is een opvallende toename te zien van endocriene therapieën en daling van het aandeel operaties. De onderzoekers vragen zich af of de richtlijnen bij deze groep patiënten consistent worden gevolgd. De gestegen overleving bij ouderen met dikkedarmkanker is vooral toe te schrijven aan ruimere inzet van adjuvante chemotherapie en verbeterde preoperatieve behandeling en chirurgie.

lees verder