Betere overleving dikkedarmkanker ‘HLA klasse I' met dosis aspirine

Patiënten met een dikkedarmtumor met expressie van het HLA klasse I-antigeen hebben een betere, totale overleving na inname van een lage dosis aspirine. Verhoogde PTGS2-expressie of aanwezigheid van een gemuteerde PIK3CA-tumor voorspelt geen voordeel van aspirine, zo blijkt uit onderzoek van Marlies Reinders en collega's. In een recente publicatie in JAMA Internal Medicine bepleiten ze het zoeken naar voorspellende biomarkers voor HLA klasse I die een bijdrage kunnen leveren aan het individualiseren van de therapie en verminderen van de impact van toxische effecten bij deze patiënten.

Marlies Reimers en collega's voerden deze studie uit om aan te tonen dat overlevingsvoordeel geassocieerd met het gebruik van een lage dosis aspirine na diagnose van dikkedarmkanker mogelijk geassocieerd is met HLA klasse I antigeenexpressie. Het betrof een cohortstudie met tumorpreparaten van 999 patiënten met dikkedarmkanker die tussen 2002 en 2008 werden geopereerd en geanalyseerd met HLA klasse I-antigeen en prostaglandine endoperoxide synthase 2 expressie (PTGS2) met behulp van microarray. Ook werd een mutatieanalyse uitgevoerd van PIK3CA.

Totaal overlevingsvoordeel
De gegevens over het gebruik van aspirine na diagnose werden verkregen via een receptendatabank. Parametrische overlevingsmodellen met exponentiële (Poisson) distributie werden gebruikt voor het modelleren van de overleving. De belangrijkste resultaten en maatregelen waren gericht op het vaststellen van de totale overleving van deze patiënten.

Het totale overlevingsvoordeel in verband met het gebruik van aspirine na diagnose van darmkanker had een aangepast aandeelratio van 0,53 (95% CI, 0,38-0,74; P < .001) bij tumoren met een expressie van HLA klasse I antigeen vergeleken met een aangepast aandeelratio van 1,03 (0,66-1,61; P = 0,91) bij tumoren zonder HLA antigeenexpressie. Het voordeel van aspirine was vergelijkbaar voor tumoren met sterke PTGS2-expressie (0,68; 0,48-0,97, p = 0,03), zwakke PTGS2-expressie (0,59; 0,38-0,97, p = 0,02) en wild type PIK3CA-tumoren (0,55; 0,40-0,75; p < .001). Er werd geen verband waargenomen met gemuteerde PIK3CA-tumoren (0,73; 0,33-1,63, p = .44).

Conclusies en relevantie
Marlies Reinders en collega's concluderen dat in tegenstelling tot de oorspronkelijke hypothese het gebruik van aspirine na diagnose van darmkanker wordt geassocieerd met een betere overleving bij tumoren met expressie van HLA klasse I antigeen. Indien sprake was van een verhoogde PTGS2-expressie of aanwezigheid van een gemuteerde PIK3CA-tumor leverde dat geen voorspellend voordeel op voor aspirine. Volgens de onderzoekers kan HLA klasse I antigeen dienen als een voorspellende biomarker voor adjuvante behandeling met aspirine van patiënten met darmkanker.

Gerelateerd

Overleving na dikkedarm- en borstkanker verbeterd tussen ’03-‘12 in Nederland

De overleving van patiënten met dikkedarm- en borstkanker is tussen 2003 en 2012 in Nederland verbeterd, maar er zijn wel opmerkelijke verschillen te zien tussen oudere en jongere patiënten, met name bij borstkankerpatiënten. Dat concluderen Doris van Abbema (Universiteit Maastricht & Amsterdam) en collega’s. Bij oudere vrouwen met borstkanker is een opvallende toename te zien van endocriene therapieën en daling van het aandeel operaties. De onderzoekers vragen zich af of de richtlijnen bij deze groep patiënten consistent worden gevolgd. De gestegen overleving bij ouderen met dikkedarmkanker is vooral toe te schrijven aan ruimere inzet van adjuvante chemotherapie en verbeterde preoperatieve behandeling en chirurgie.

lees verder

Relatie tussen behandelvolume en overleving T4 endeldarmkanker

Patiënten met lokaal gevorderde endeldarmkanker (cT4) die behandeld zijn in ziekenhuizen met een hoog behandelvolume (≥10 resecties per jaar) hebben een significant betere overleving vergeleken met patiënten behandeld in ziekenhuizen met een gemiddeld (5-9) of laag aantal (1-4) resecties per jaar. Dat blijkt uit onderzoek van Jan Hagemans (Erasmus MC) en collega’s met gegevens van ruim 16.000 patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Verdere centralisatie van zorg lijkt gerechtvaardigd om de uitkomsten voor deze patiëntengroep te verbeteren. De onderzoekers vonden bij patiënten met cT1-3 endeldarmkanker geen relatie tussen het aantal operaties per ziekenhuis en de overleving.

lees verder