Bredere inzet consulenten en meer ondersteuning palliatieve zorg

IKNL ondersteunt verbeterinitiatieven in de eerste en tweede lijn door consulenten palliatieve zorg intensiever in te zetten, zoals binnen de Palliatieve Thuiszorggroepen (PaTz). Naast bredere inzet van expertise is er ook meer praktische ondersteuning in de vorm van drie handleidingen, zodat zorgprofessionals en organisaties aan de slag kunnen.

Vrijwel iedere zorgprofessional krijgt in meer of mindere mate te maken met het verlenen van palliatieve zorg (zie Palliatieve Zorg in Beeld). Voor veel professionals is het lastig om adequate palliatieve zorg te verlenen. Dat heeft te maken met de diversiteit aan ziektebeelden en symptomen, de vele dimensies van deze zorg, het brede scala aan manieren waarop het palliatieve traject kan verlopen en de medische beslissingen rond het levenseinde.

Sinds 2004 kunnen zorgverleners een beroep doen op de consultatieteams palliatieve zorg van IKNL (zie overzicht consultatieteams). Deze teams bestaan uit huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, medisch specialisten en gespecialiseerde verpleegkundigen in ziekenhuizen, verpleeghuizen, hospices en thuiszorg.

De werkwijze van de consultatieteams is multidisciplinair en indien nodig kunnen deze consulenten een beroep doen op specialisten op deelgebieden, zoals een geestelijk verzorger, psycholoog of radiotherapeut. Samen verzorgen deze experts een landelijk dekkend consultatiesysteem dat iedere dag van het jaar bereikbaar is. Jaarlijks worden er ruim 6.500 consulten verleend, verdeeld over 30 teams.

Effectievere inzet consulenten 
Om de expertise van de consulenten nog laagdrempeliger en effectiever beschikbaar te stellen aan zorgverleners is de consultatievoorziening regionaal, lokaal én transmuraal georganiseerd. Zorgverleners binnen de hele zorgketen kunnen een beroep doen op deze consulenten voor advies en ondersteuning bij specialistische en complexe zorgvragen. Ook zijn de consulenten beschikbaar voor bijdragen aan deskundigheidsbevordering, betere communicatie en afstemmingsvraagstukken.

Praktische ondersteuning 
Naast bredere inzet van de consultatiefunctie heeft IKNL samen met artsen en verpleegkundigen drie handleidingen ontwikkeld om de vorming van lokale, transmurale palliatieve teams te ondersteunen:

1. Aan de slag met transmurale consultatie palliatieve zorg 
Deze handleiding beschrijft een aantal kwaliteitscriteria die de basis vormen voor de samenstelling en het functioneren van een lokaal transmuraal consultatieteam palliatieve zorg. Hierbij is gebruik gemaakt van het kwaliteitshandboek van de bestaande consultatievoorziening IKNL (2013) en ervaringen uit de praktijk (expert opinion).

2. Kaders voor financiering 
In deze handleiding worden kaders voor financiering van de lokale transmurale consultatieteams palliatieve zorg beschreven. Er is nog geen eenduidige financiering. Onderzoek op lokaal niveau naar de verschillende mogelijkheden is nodig.

3. Handleiding registratie 
In deze handleiding wordt het registratiesysteem PRADO kort toegelicht. Het bevat een beschrijving van de meerwaarde van gebruik door de lokale transmurale consultatieteams. PRADO is een ‘web based’ elektronisch registratieprogramma voor de consulenten palliatieve zorg. Dit systeem is ook beschikbaar voor de transmurale teams.

Naast consultatie en de drie handleidingen is ook ondersteuning in de vorm van scholing of de implementatie van verbetertrajecten mogelijk.

categorie: Palliatieve fase
Gerelateerd

Pancreasadenocarcinoom: toename incidentie, geringe verbetering overleving

Pancreasadenocarcinoom: toename incidentie, geringe verbetering overleving

De incidentie van ductaal pancreasadenocarcinoom is tussen 1997 en 2016 toegenomen in Nederland. In deze periode verdubbelde het aandeel resecties, nam de sterfte na resectie af, en steeg het aandeel patiënten dat adjuvante of palliatieve chemotherapie kreeg. Echter, doordat een meerderheid van de patiënten uitsluitend ondersteunende zorg ontving, was de algehele overlevingsverbetering met circa drie weken verwaarloosbaar klein, aldus Anouk Latenstein (Amsterdam UMC) en collega’s.

lees verder

Toegenomen inzet HER2-test en trastuzumab bij slokdarm- en maagkanker

Toegenomen inzet HER2-test en trastuzumab bij slokdarm- en maagkanker

Patiënten met uitgezaaide slokdarm- of maagkanker zijn tussen 2010 en 2016 aanzienlijk vaker getest op HER2-status en kregen ook significant vaker palliatieve chemotherapie met toevoeging van trastuzumab. Willemieke Dijksterhuis (IKNL & Amsterdam UMC) en collega’s constateren echter ook dat er grote verschillen zijn tussen ziekenhuizen in het aandeel HER2-geteste patiënten (29% tot 100%) en het voorschrijven van trastuzumab. Ze pleiten daarom voor meer bewustwording en frequenter testen met biomarkers.

lees verder