Datawarehouse voor monitoring bevolkingsonderzoek borstkanker

Het RIVM, de regionale screeningsorganisaties en IKNL hebben op 15 oktober 2015 een overeenkomst getekend voor het gezamenlijk ontwikkelen en beheren van een datawarehouse. Hierin worden gegevens geladen vanuit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) en de databank van het bevolkingsonderzoek, zoals het aantal verzonden uitnodigingen, de deelnamegraad en de verwijzingen. De landelijke monitor en evaluatie van het bevolkingsonderzoek borstkanker worden in het datawarehouse ondergebracht. Achterliggend idee is dat de gegevens zo makkelijker beschikbaar komen. 

IKNL levert vanaf 2016 gegevens voor de landelijke monitor van de borstkankerscreening uit dit nieuwe datawarehouse. Het voordeel van een datawarehouse is dat de gegevens van de ziekenhuizen uit de NKR naast de gegevens van het bevolkingsonderzoek gezet kunnen worden. Doordat het datawarehouse gebruik maakt van beveiligde constructies worden de gegevens altijd anoniem getoond en zijn deze niet te herleiden naar cliënten die deelnemen aan het bevolkingsonderzoek. Het datawarehouse kan in de nabije toekomst ook worden ingezet voor wetenschappelijk onderzoek.

Gerelateerd

Deelnametrouw hoog bij bevolkingsonderzoek borstkanker

Met het bevolkingsonderzoek wordt borstkanker vaker vroeg ontdekt bij vrouwen van 50 tot en met 75 jaar. Het aantal deelnemers aan het bevolkingsonderzoek borstkanker is met 976.000 vrouwen iets afgenomen naar 76,6%. Ruim negen van de tien vrouwen (91,5%) blijven trouw meedoen in vervolgronden.

lees verder

Grote verschillen in uitzaaiingspatronen stadium IV inflammatoire borstkanker

Bij patiënten met stadium IV inflammatoire borstkanker worden belangrijke verschillen waargenomen in uitzaaiingspatronen en algehele overleving samenhangend met de verschillende subtypen (HR/HER2-status) van deze ziekte. Dat concluderen Dominique van Uden (Radboudumc) en collega’s in een publicatie in Breast Cancer Research and Treatment. Volgens de onderzoekers heeft dit inzicht belangrijke consequenties voor het adviseren van patiënten over hun prognose en eventuele behandelopties. De studie onderstreept tevens de mogelijkheid tot gerichtere stadiëring afgestemd op het subtype.

lees verder