Debat in Tweede Kamer over verbeteren kwaliteit van zorg

Op 24 juni 2015 was er in de Tweede Kamer een Algemeen Overleg over de kwaliteit van zorg. Op de agenda stonden onder meer het wetsvoorstel Kwaliteit Loont en het eerder dit jaar verschenen KNMG-rapport ‘Niet alles wat kan, hoeft’. Ook samenwerking & mededinging in de curatieve zorg en het gebruik van kwaliteitsindicatoren voor zorginkoop door zorgverzekeraars kwamen aan bod. Voorafgaand lieten de woordvoerders volksgezondheid van verschillende politieke partijen zich door IKNL informeren: gebruiken we de juiste en voor patiënt en professional relevante uitkomstmaten voor het verbeteren van de zorg voor kanker en zijn die ook bruikbaar voor zorginkoop?

Invloed van kwaliteitsindicatoren
Samen met experts uit het veld analyseert IKNL hiervoor geregeld kwaliteitsindicatoren, onder meer aan de hand van data van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Daaruit blijkt dat kwaliteitsindicatoren invloed hebben op de geleverde zorg, maar niet altijd positief. Drie voorbeelden: 

  •  De indicator operatiesterfte: de sterfte daalt, maar vooral door minder (risicovolle) operaties te doen, bijvoorbeeld door minder (risicovolle) ouderen te opereren met dikkedarmkanker. Zorginkoop op basis van deze indicator zou de operatiesterfte misschien nog meer doen afnemen. Willen we dat? Een feit is namelijk ook dat kankerpatiënten die geopereerd worden een hogere kans op overleven hebben. Je kan je dus afvragen of je niet als patiënt naar het ziekenhuis met de hoogste operatiesterfte moet gaan?   

  • Een ander goed voorbeeld is toenemende druk op het vinden van lymfeklieren. Gedacht werd dat het aantal klieren het vinden van positieve klieren zou vergroten en dat daardoor kankerpatiënten een betere diagnose (en dus onzekerheidsreductie) zouden krijgen. Onderzoek laat zien dat het (beter) voldoen aan de indicator niet leidt tot het vinden van meer positieve klieren. Deze ingreep kunnen we patiënten dus besparen en is niet geschikt als indicator. Het is de vraag of het vinden van deze lymfeklieren verminderde kwaliteit van leven van de patiënt rechtvaardigt.

  • Meer focus op volumenormen leidt niet tot betere overleving. De 1-, 3-, 5- en 10-jaarsoverleving verandert niet significant naarmate in een instelling meer borstkankerpatiënten worden geopereerd. Het gezond verstand zegt dat een medisch specialist die meer van hetzelfde doet het beter gaat doen. Maar daar zit een grens aan en bovendien gelden de meeste volumenormen per instelling in plaats van per medisch specialist.

Deze voorbeelden laten zien dat we ons meer moeten richten op voor de patiënt en professional relevante uitkomstmaten.

Inkoop op kwaliteit
Dat is ook precies waar minister Edith Schippers naar streeft bij de transparantie van inkoop door zorgverzekeraars. Het Kwaliteitsinstituut heeft hierin de regie. Verzekeraars kunnen zich onderscheiden op kwaliteit als er op tijd helderheid is over de voorwaarden voor 2016. Kwaliteit moet eerst goed in de richtlijnen komen, om vervolgens vastgelegd te worden in contracten. Niet alle fracties in de Tweede Kamer zien hierin een rol weggelegd voor de zorgverzekeraars. Enkele partijen benadrukken dat kwaliteit niet wordt bepaald door verzekeraars, maar door wetenschappelijke verenigingen.

Patiëntenparticipatie en informatie
De fracties zijn van mening dat de kwaliteit van zorg wordt bepaald door het gesprek tussen arts en patiënt en de betrokkenheid van de patiënt bij zijn eigen zorg en niet door het streven naar scores op kwaliteitsindicatoren. Het gesprek tussen arts en patiënt staat centraal. Samenwerking is de sleutel tot succes. Zo vraagt kanker om intensieve samenwerking tussen ziekenhuizen onderling en tussen ziekenhuizen en de ggz. Pia Dijkstra, die onlangs op uitnodiging van IKNL een werkbezoek bracht aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht, gaf als voorbeeld de samenwerking bij darmkanker in de landelijke colorectaal cohort studie (PLCRC). Minister Schippers reageerde dat registratie aan de bron zeer belangrijk is. Echter, registraties moeten geen eilandjes worden. IKNL en DICA, die volgens de minister “beide waardevol werk doen, moeten nog meer samenwerken om dubbele uitvraag te voorkomen”.

Patiënten en artsen moeten dus gelijkwaardige gesprekspartners zijn. Patiënten hebben daarvoor betrouwbare medische informatie nodig waarmee ze de juiste beslissingen kunnen nemen. Diverse partijen vroegen in hoeverre artsen en patiënten hierin worden gefaciliteerd. Het samen beslissen (‘shared decision making’) valt nog steeds onder de noemer ‘projecten’ en is nog geen vaste werkwijze. Ook stelden diverse fracties dat niet alle artsen bekend zijn met het samen besluiten en inzetten van een keuzehulp en dat waardevolle ervaringen van patiënten onvoldoende worden gebruikt om zorg te verbeteren.

Minister Schippers reageerde daarop dat patiëntparticipatie een hoofdstuk wordt in de kwaliteitsagenda. Om samen te beslissen is volgens haar een cultuuromslag bij artsen nodig; de omarming van de Federatie Medisch Specialisten (FMS) gaat dit tot een succes maken. Uiteindelijk moet de beroepsgroep dit in de richtlijnen opnemen. Voor het kerstreces 2015 komen er een agenda en wetswijziging om het ‘samen beslissen’ in de WGBO vast te leggen. Er wordt fors ingezet op keuzehulpen en een link tussen KiesBeter en de Zorgkaart. 

Administratieve lasten
De politiek is van mening dat er een set van kwaliteitsafspraken nodig is om de administratieve lasten te verminderen. Op dit moment wordt de hoeveelheid administratie als een last ervaren vanwege de vele verzoeken om kwaliteitsinformatie. Minister Schippers beaamde dat het verschil tussen registratie en ervaren administratielast ligt in de vraag of zorgprofessionals de gevraagde informatie relevant vinden of niet. Registraties moeten volgens haar enkel vragen wat relevant is. Na de zomer komt er een agenda en een conferentie over het terugdringen van bureaucratie in de zorg met meetbare doelen. Parallelle uitvraag van dezelfde informatie moet voorkomen worden. Het Kwaliteitsinstituut komt deze zomer met één kwaliteitsagenda en één set kwaliteitseisen.

Meer informatie
Meer informatie over kwaliteitsindicatoren, registratie en kwaliteit van zorg is verkrijgbaar bij Aiko de Raaf.

Gerelateerd

QLQ-C30-samenvattingsscore heeft sterkere prognostische waarde overleving

QLQ-C30-samenvattingsscore heeft sterkere prognostische waarde dan andere subschalen

De QLQ-C30-samenvattingsscore (waarin alle symptomen en functioneringsschalen zijn opgenomen) heeft een aanzienlijk sterkere prognostische waarde voor het bepalen van de algehele overleving van patiënten met kanker dan de veelgebruikte schalen voor fysiek functioneren en algemene kwaliteit van leven. Tot die conclusie komen Olga Husson (NKI, Royal Marsden NHS Foundation Trust, Londen) en collega’s. Deze bevinding heeft belangrijke implicaties voor de klinische praktijk, niet alleen bij diagnose maar ook tijdens de follow-up. De onderzoekers adviseren daarom monitoringssystemen te implementeren om overlevenden van kanker langer te volgen.

lees verder

Gebruik meerdere (signalerings)bronnen verhoogt compleetheid registratie

Combinatie van bronnen verhoogt compleetheid registratie

Individuele bronnen waarin informatie over kanker is vastgelegd, zijn niet altijd volledig en accuraat, maar als verschillende bronnen worden gecombineerd verhoogt dat de compleetheid en kwaliteit van de registratie. Dat blijkt uit een studie van Kimberly van der Willik (NKI, Erasmus MC) en collega’s, waarin een vergelijking is gemaakt tussen gegevens uit de Rotterdam Studie en de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Hoewel de volledigheid van de pathologisch bevestigde diagnoses in beide registraties hoger was dan 95%, zijn er ook verschillen zichtbaar. Dit onderstreept dat bronnen over kanker complementair aan elkaar zijn en gecombineerd zouden moeten worden om een betrouwbaarder beeld te krijgen over de incidentie van kanker.

lees verder