Dynamische bijeenkomst over ervaringen pilot zorgpad Palliatieve zorg

Een afvaardiging van elf ziekenhuizen nam 16 november deel aan een uitwisselingsbijeenkomst van IKNL in Utrecht over werken met het zorgpad Palliatieve zorg. Vier ziekenhuizen die deelnamen aan een pilot met dit zorgpad (OLVG, locatie West (Amsterdam), Flevoziekenhuis (Almere), Bravis Ziekenhuis (Bergen op Zoom & Roosendaal) en Ziekenhuis Rivierenland (Tiel)) wisselden hun kennis en ervaringen uit. Dat zorgde voor een levendige discussie over thema’s als cultuurverandering, zichtbaarheid van het zorgpad palliatieve zorg, het bespreekbaar maken van palliatieve zorg in de behandelfase, overdracht naar de eerstelijn en financiering.

Overgang markeren
Eén van de vragen die aan de orde kwam, was waar het zorgpad opgestart dient te worden: in de kliniek, de polikliniek of beide? Een ander onderwerp was het markeren van de overgang naar de palliatieve fase bespreekbaar maken bij de patiënt. De meeste zorgverleners ervaren dat moment als lastig. Een goed moment om die overgang te markeren, is bijvoorbeeld een verandering in de behandellijn. Andere zorgverleners gaven aan om de palliatieve zorg ‘ondersteunende zorg’ te noemen; dat haalt de nadruk af van het idee van een snel naderend levenseinde. Mensen associëren ‘palliatieve zorg’ namelijk vaak nog met ‘terminale zorg’, terwijl palliatieve zorg veel meer omvat en gericht is op het bieden van een zo goed mogelijke kwaliteit van leven. 

Transmuraal: ziekenhuis én eerstelijn
Van grote waarde was de aanwezigheid van Annemieke van der Padt (internist-hemato-oncoloog, Maasstad Ziekenhuis, Rotterdam) en Liesbeth Struik (verpleegkundig specialist (IJsselland Ziekenhuis, Capelle aan de IJssel). In beide instellingen is een vergelijkbaar zorgpad Palliatieve zorg in gebruik genomen. De ervaringen die daarmee zijn opgedaan, vormden mede de basis bij de ontwikkeling van het IKNL-zorgpad. Het Maasstad Ziekenhuis heeft ervoor gekozen om het zorgpad te digitaliseren, zodat informatie snel en efficiënt kan worden uitgewisseld.

In het zorgpad van het IJsselland Ziekenhuis is een belangrijke plaats toegekend aan samenwerking met de eerstelijn. Binnen twee weken na het markeringsgesprek is er contact met de huisarts en vindt een kennismakingsgesprek plaats tussen patiënt en thuiszorg. Verder is afgesproken dat zorgverleners idealiter de huisarts meenemen in het zorgtraject en onderling met elkaar afstemmen wie welke zorgtaken op zich neemt. Bovendien is het belangrijk om de patiënt helder te informeren over het zorgtraject, zodat hij kan kiezen met wie hij kan spreken over bijvoorbeeld ‘advanced care planning’ en het naderend levenseinde.

Zorgpad Palliatieve zorg: vier fasen
Het zorgpad Palliatieve zorg start zodra de surprise question negatief is beantwoord en bestaat uit vier fasen: ziektegerichte palliatie, symptoomgerichte palliatie, stervensfase en nazorg. Implementatie van het zorgpad op de polikliniek faciliteert het inzetten van palliatieve zorg in een vroeg stadium. Implementatie in de kliniek is ook zinvol, want uit onderzoek van Marianne S. Desmedt (Universitair Ziekenhuis, Leuven) blijkt dat tien procent van de opgenomen patiënten zich in de palliatieve fase bevindt.

• Meer informatie: ‘Kwaliteitskader: krachtige impuls ter verbetering palliatieve zorg in het ziekenhuis’.

De implementatie van het zorgpad Palliatieve zorg is niet in alle ziekenhuizen die aan de pilot deelnemen even ver gevorderd. Op basis van de ervaringen van de pilot ziekenhuizen en experts uit ziekenhuizen die al met een zorgpad werken, gaat IKNL het format voor het zorgpad nog op detail aanpassen voordat er een definitieve versie verschijnt. Verder gaat IKNL het format regelmatig bijstellen aan de hand van nieuwe informatie en signalen van zorgverleners. Ziekenhuizen kunnen het zorgpad daarna altijd nog aanpassen en op maat maken naar de eigen situatie.

categorie: Palliatieve fase
Gerelateerd

Toenemend aantal patiënten vraagt mogelijk om efficiëntere organisatie MDO’s

De meeste patiënten met kanker worden in Nederland over het algemeen besproken in een multidisciplinair overleg, hoewel er verschillen zijn tussen de diverse tumorsoorten. Dat blijkt uit onderzoek van Janneke Walraven (Radboudumc & IKNL) en collega’s met gegevens van ruim honderdduizend patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Gelet op het stijgend aantal patiënten lijkt efficiëntere organisatie van MDO’s nodig om ook in de toekomst hoogwaardige, oncologische zorg te kunnen garanderen. De auteurs doen daarom een aantal aanbevelingen voor een andere werkwijze van MDO’s als aftrap voor een inhoudelijk debat.

lees verder

Verwijzing voor gamma knife: vaak jongere patiënten met lager stadium NSCLC

Patiënten met niet-kleincellige longkanker (NSCLC) en synchrone hersenmetastasen die verwezen worden voor een gamma-knife-behandeling, zijn doorgaans jonger en hebben een lager tumorstadium. Dat concluderen Deirdre ten Berge (Gamma Knife Center, Tilburg) en collega’s in Clinical Oncology. Doordat met gamma-knife-behandeling een hoog niveau van lokale controle kan worden bereikt, biedt deze techniek aanzienlijke kansen voor aanvullende behandeling van de primaire longtumor. Extra onderzoek is nodig om na te gaan of meer patiënten met niet-kleincellige longkanker en hersenmetastasen potentieel baat kunnen hebben bij een gamma-knife-behandeling.

lees verder