Effect trastuzumab bij borstkanker in praktijk gelijk aan uitkomsten trials

Chemotherapie aangevuld met trastuzumab leidt in de dagelijkse praktijk tot een gelijke overleving van patiënten met HER2-positieve gemetastaseerde borstkanker vergeleken met resultaten van klinische trials. Dit blijkt uit een studie van Johan van Rooijen (Martini Ziekenhuis, Groningen) in samenwerking met collega’s van ziekenhuizen in Noordoost-Nederland en IKNL naar de behandel- en overlevingskenmerken van deze patiënten. Hetzelfde effect van trastuzumab werd gevonden bij oudere patiënten.

In trials is gebleken dat de toevoeging van trastuzumab aan chemotherapie de overleving verlengt van patiënten met gemetastaseerde borstkanker met een positieve HER2-receptor. De behandelpatronen en het effect van dit middel op de overleving in de dagelijkse praktijk waren echter niet bekend. Het doel van deze studie was om het gebruik van trastuzumab te vergelijken tussen een population-based cohort patiënten met HER2-positieve gemetastaseerde borstkanker ten opzichte van een vergelijkbaar cohort patiënten dat deelnam aan een klinische trial, met een speciale focus op oudere patiënten. 

Opzet en resultaten
De onderzoekers identificeerden patiënten met gemetastaseerde borstkanker die tussen 2005 en 2009 chemotherapie kregen in combinatie met trastuzumab in ziekenhuizen in het noordoosten van Nederland. De data van deze patiënten waren afkomstig van 23 ziekenhuisapotheken en de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). De onderzoekers vergeleken de karakteristieken van deze patiënten, de behandelingen en hun overleving met die van patiënten die deelnamen aan klinische trials. Ook werden de verschillen bestudeerd tussen patiënten jonger dan 65 jaar versus 65 jaar of ouder.

Uit de analyses blijkt dat 130 van de in totaal 225 patiënten met HER2-positieve gemetastaseerde borstkanker (mediaan: 54,8 jaar), een behandeling kregen met trastuzumab in de eerste behandelronde. Tijdens deze eerste ronde bedroeg de mediane duur van de behandeling 9 maanden en was de mediane overleving 30,7 maanden. Die uitkomst is vergelijkbaar met de overleving van 31,2 maanden in klinische studies met vergelijkbare patiëntkenmerken.

Van de patiënten die trastuzumab in de eerste behandelronde kregen, waren 29 patiënten 65 jaar of ouder. Van deze patiënten hadden 25 patiënten een voorgeschiedenis van vroegstadium borstkanker, en zij hadden daarvoor minder vaak al adjuvante chemotherapie gekregen (36% versus 71%; p = 0,001). De overige kenmerken en overleving van beide leeftijdsgroepen waren vergelijkbaar.

Vergelijkbare overleving
Johan van Rooijen en collega’s concluderen dat de patiënt-, behandeling- en overlevingskenmerken tussen het cohort patiënten met HER2-positieve gemetastaseerde borstkanker, die behandeld werden met trastuzumab, grote overeenkomsten vertoont met het cohort patiënten dat deelnam aan klinische studies. Er werd verder ook geen verschil gevonden in uitkomsten tussen jonge en oudere patiënten.

Bovenstaande bevindingen, die gebaseerd zijn op een vergelijking met klinische trials met streng geselecteerde populaties, geven aan dat de resultaten van deze klinische trials geëxtrapoleerd kunnen worden naar de dagelijkse praktijk.

  • Van Rooijen JM, de Munck L, Teeuwen GM, de Graaf JC, Jansman FG, Boers JE, Siesling S.: ‘Use of trastuzumab for HER2-positive metastatic breast cancer in daily practice: a population-based study focusing on the elderly.’

  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl

Gerelateerd

Niet-chirurgische therapieën reduceren risico op regionaal recidief borstkanker

Niet-chirurgische therapieën reduceren risico op regionaal recidief borstkanker

Radiotherapie als onderdeel van een borstsparende behandeling, chemotherapie en hormonale therapie reduceren elk het risico op een regionaal recidief met minstens de helft bij vrouwen met primaire borstkanker en een negatieve uitslag van de schildwachtklierprocedure. Dat blijkt uit onderzoek van Julia van Steenhoven (Diakonessenhuis Utrecht) en collega’s. Deze bevindingen bieden een verklaring voor de discrepantie tussen het aandeel vals-negatieve biopsieën en kans op een regionaal recidief bij deze groep patiënten.

lees verder

Impact positieve klieren na neoadjuvante chemotherapie op vervolgbehandeling

Bij cT1-3N0 ER+HER2+, cT1-3N0 ER-HER2+ en triple negatieve cT1-2N0 borstkankerpatiënten die behandeld zijn met neoadjuvante chemotherapie, kan een directe borstreconstructie worden overwogen als een acceptabele behandeloptie, vanwege het lage risico op het vinden van positieve schildwachtklieren. Dat concluderen Sanaz Samiei (Maastricht UMC+) en collega’s in Annals of Surgical Oncology. Echter, bij patiënten met cT1-3N0 ER+HER2- en triple negatieve borstkanker dienen risico’s en voordelen van een directe borstreconstructie uitvoerig besproken te worden met de patiënt, omdat het risico op het aantreffen van positieve schildwachtklieren relatief hoog is.

lees verder