IKNL verheugd over extra aandacht voor palliatieve zorg

Staatssecretaris Martin van Rijn van VWS heeft bekend gemaakt dat hij voor verbeteringen en ondersteuning van de palliatieve zorg tot 2020 een bedrag van 51 miljoen euro beschikbaar stelt. De plannen daarvoor zijn op 11 mei 2015 naar de Tweede Kamer gestuurd. IKNL juicht deze steun van het kabinet toe. Vorig jaar pleitte IKNL al voor meer aandacht voor het verbeteren van de palliatieve zorg. In ‘Palliatieve zorg in beeld’ werd onder meer duidelijk dat het zelfs ontbreekt aan voldoende informatie om iets over de kwaliteit van deze zorg te zeggen.

Nationaal Programma Palliatieve Zorg (NPPZ)
Van Rijn vindt het aanbod van palliatieve zorg goed, maar niet goed genoeg aansluiten op de behoeften van de patiënt en zijn naasten. Ook ziet hij dat de zorg is versnipperd, een wisselend kwaliteitsniveau heeft en niet altijd goed toegankelijk is. Van Rijn informeert de Tweede Kamer over de opzet en de twee belangrijkste onderdelen van het Nationaal Programma Palliatieve Zorg (NPPZ): de totstandkoming van de consortia palliatieve zorg en het programma ‘Palliantie. Meer dan zorg’. De basisvisie is dat palliatieve zorg uitgaat van de wensen en behoeften van de patiënt en zijn naasten, deel uitmaakt van de reguliere zorgverlening en zo dicht mogelijk bij huis wordt georganiseerd.

Consortia 
De netwerken palliatieve zorg, de expertisecentra palliatieve zorg en IKNL hebben inmiddels zeven consortia gevormd  waarin huisartsen, hospices, verpleeghuizen, thuiszorg, ziekenhuizen, vrijwilligers en patiëntenorganisaties met elkaar samenwerken. Zo kan de zorg volgens Van Rijn verbeterd worden.
De 7 consortia zijn:

  • Consortium Noord-Holland en Flevoland (regio met AMC en VUmc)

  • Consortium Limburg en Zuidoost Brabant (regio met MUMC)

  • Consortium NoordOost (regio met UMCG)

  • Consortium Propallia (regio met LUMC)

  • Consortium Septet (regio met UMCU)

  • Consortium ZuidOost (regio met Radboudumc)

  • Consortium ZuidWest Nederland (regio met Erasmus MC)

Palliantie. Meer dan zorg
‘Palliantie. Meer dan Zorg’ maakt het mogelijk om de komende jaren gericht te investeren in betere palliatieve zorg. De prioriteiten voor dit programma worden zoveel mogelijk beschreven vanuit het oogpunt van patiënten en hun naasten. De onderwerpen zijn gericht op het verbeteren van de praktijk, het onderwijs of het ontwikkelen van kennis, aangevuld met een indicatie waar de komende twee jaar prioriteit aan zal worden gegeven. Enkele voorbeelden zijn het uitbreiden van het aantal PaTz groepen om tot betere overdracht in de eerstelijnszorg te komen, het doorontwikkelen van interventies voor speciale doelgroepen (zoals pijnbestrijding bij kinderen) en het toepassen van advance care planning om de patiënt en zijn naasten beter te betrekken bij de zorg.

Kennis delen
Om de kwaliteit van leven en sterven voor de patiënt en zijn naasten te verbeteren, pleit IKNL voor het in een vroeg stadium herkennen van de noodzaak van zorg en het vervolgens bieden van kwalitatief hoogwaardige zorg tot en met de stervensfase. We brengen dit in de praktijk door nauw contact te onderhouden met de zorgprofessional bij de patiënt thuis, in de ziekenhuizen, verpleeghuizen en hospices en maken specifieke kennis over palliatieve zorg voor hen toepasbaar met bijvoorbeeld verbetertrajecten en consultatie.

De door de staatssecretaris genoemde uitbreiding van het aantal PaTz-groepen pakken we op dit moment al op. Om een extra impuls te geven aan de verbetering van de palliatieve zorg thuis hebben Stichting PaTz en IKNL de samenwerking geïntensiveerd en geformaliseerd in een overeenkomst.

 

categorie: Palliatieve fase
Gerelateerd

Toenemend aantal patiënten vraagt mogelijk om efficiëntere organisatie MDO’s

De meeste patiënten met kanker worden in Nederland over het algemeen besproken in een multidisciplinair overleg, hoewel er verschillen zijn tussen de diverse tumorsoorten. Dat blijkt uit onderzoek van Janneke Walraven (Radboudumc & IKNL) en collega’s met gegevens van ruim honderdduizend patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Gelet op het stijgend aantal patiënten lijkt efficiëntere organisatie van MDO’s nodig om ook in de toekomst hoogwaardige, oncologische zorg te kunnen garanderen. De auteurs doen daarom een aantal aanbevelingen voor een andere werkwijze van MDO’s als aftrap voor een inhoudelijk debat.

lees verder

Verwijzing voor gamma knife: vaak jongere patiënten met lager stadium NSCLC

Patiënten met niet-kleincellige longkanker (NSCLC) en synchrone hersenmetastasen die verwezen worden voor een gamma-knife-behandeling, zijn doorgaans jonger en hebben een lager tumorstadium. Dat concluderen Deirdre ten Berge (Gamma Knife Center, Tilburg) en collega’s in Clinical Oncology. Doordat met gamma-knife-behandeling een hoog niveau van lokale controle kan worden bereikt, biedt deze techniek aanzienlijke kansen voor aanvullende behandeling van de primaire longtumor. Extra onderzoek is nodig om na te gaan of meer patiënten met niet-kleincellige longkanker en hersenmetastasen potentieel baat kunnen hebben bij een gamma-knife-behandeling.

lees verder