Literatuurstudie naar impact anesthesietechnieken op overleving darmkanker

Chirurgische resectie vormt de basis voor de oncologische behandeling van in potentie curabele vormen van dikkedarmkanker. Toch heeft een groot deel van patiënten ten tijde van de operatie -hoewel niet zichtbaar- minimale residuen van de ziekte. Immunosuppressie, een effect dat optreedt tijdens chirurgie, kan invloed hebben op zowel de terugkeer van de ziekte als de overleving van deze patiënten. Jeroen Vogelaar en collega’s deden literatuuronderzoek naar de relatie tussen epidurale anesthesie en overleving van patiënten na dikkedarmkankerchirurgie en concluderen dat de relatie tussen beiden niet duidelijk is.

Het idee dat chirurgie het ontstaan van een lokaal recidief en metastase kan bevorderen is niet nieuw. Het is in de 19e eeuw al beschreven door de Franse anatoom en chirurg Velpeau. Of dit verschijnsel optreedt, hangt grotendeels af van de balans tussen het vermogen van tumoren om zich te verspreiden en de immuunbewaking van de patiënt. In deze literatuurstudie beschrijven Jeroen Vogelaar en collega’s alle studies die zijn verricht naar de relatie tussen het gebruik van epidurale anesthesie en overleving na dikkedarmkankerchirurgie.

Anesthesietechnieken
Regionale of neuraxiale anesthesietechnieken onderdrukken het immuunsysteem minder dan opioïde pijnstillers door vermindering van de reactie op stress en een aanzienlijke vermindering van de blootstelling aan opioïden. In lijn met deze hypothese, zijn regionale anesthesietechnieken geassocieerd met een lager aandeel recidieven bij borst- en prostaatkanker. De resultaten bij dikkedarmkanker zijn echter tegenstrijdig.

Prospectieve studies 
In totaal werden zeven studies geïncludeerd die ingaan op de gevolgen van epidurale anesthesie op de overleving na dikkedarmkankerchirurgie, waarvan twee prospectief en vijf retrospectief. In de prospectieve studie van Christopherson et al. werd een betere totale overleving gevonden in de eerste 1,5 jaar na de operatie in 177 patiënten met stadium I-II dikkedarmkanker en een gemiddelde leeftijd van 69 jaar. Desalniettemin bleek het type anesthesie de langetermijnoverleving niet te beïnvloeden.

Van de 446 patiënten (gemiddelde leeftijd 70-71 jaar) die deelnamen aan de Multicentre Australian Study of Epidural Anaesthesia and Analgesia in Major Surgery (MASTER-trial) en een grote buikoperatie ondergingen voor verschillende soorten kanker, ondergingen 112 patiënten chirurgie vanwege stadium I-III coloncarcinoom. In deze groep werd geen verband gevonden tussen het gebruik van epidurale anesthesie en een betere, algehele overleving. In de MASTER-trial, de enige waarin ziektevrije overleving is onderzocht, werd evenmin een associatie gevonden tussen epidurale anesthesie en een betere ziektevrije overleving.

Retrospectieve studies 
In vier van de vijf retrospectieve studies is onderzoek gedaan naar de totale overleving. In de omvangrijke Surveillance, Epidemiology, and End Results (SEER-study) werd een significant verband gevonden tussen epidurale anesthesie en verbeterde algehele overleving. Een significant betere, algehele overleving werd ook gevonden in de studie van Holler et al. bij 442 patiënten die epidurale anesthesie kregen. De 5-jaarsoverleving met epidurale anesthesie was 62% tegenover 54% zonder epidurale anesthesie.

Het positieve effect was het grootst in patiënten met een hoog-risico (indeling 3-4) volgens de definitie van de Amerikaanse Vereniging voor Anesthesiologie (ASA). In de Zweedse studie werd een vermindering gevonden van de mortaliteit bij rectale kankerpatiënten die epidurale anesthesie ontvingen. In een studie van Day et al. werd echter geen verschil in de algehele overleving gevonden.

Ziektevrije overleving
Ten aanzien van de ziektevrije overleving vonden Gottschalk et al. tijdens een mediane follow-up van 1,8 jaar dat epidurale anesthesie geassocieerd was met een lager recidief bij 248 patiënten ouder dan 64 jaar, maar niet bij jongere patiënten. De SEER-studie leverde, na correctie voor onafhankelijke demografische en klinische variabelen, geen significant verschil op in de kans op recidieven tussen de diverse groepen tijdens een gemiddelde follow-up van 5 jaar. Ook in de studie van Day et al. werd geen verschil in de recidiefvrije overleving gevonden.

Jeroen Vogelaar en collega’s sluiten hun publicatie af met een discussie, waarin ze een aantal mogelijk beïnvloedende factoren en hypothesen de revue laten passeren. Hierna komen ze tot de conclusie dat aan de hand van de zeven onderzochte (heterogene) studies het verband tussen epidurale anesthesie en de overleving van darmkanker en rectumkanker niet duidelijk is vanwege tegenstrijdige resultaten. Ze tekenen hierbij aan dat in geen van de onderzochte studies een negatieve invloed van epidurale anesthesie op de overleving is aangetoond. Om te bepalen of er een causaal verband bestaat tussen epidurale anesthesie en (kankerspecifieke) overleving zijn er goed gedocumenteerde, gerandomiseerde, prospectieve studies nodig.

  • Jeroen F. Vogelaar, Daan J. Lips, Frank R.C. van Dorsten, Valery E. Lemmens en Koop Bosscha: ‘Impact of anaesthetic technique on survival in colon cancer: a review of the literature’. * Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl

Gerelateerd

Overleving na darmkankerchirurgie gelijk door hoge ziekenhuisvolumes

Er zijn in Nederland geen significante verschillen tussen het ziekenhuisvolume en de 5-jaarsoverleving van patiënten met niet-gemetastaseerde darmkanker. Dat blijkt uit een studie van Amanda Bos (IKNL) en collega’s. Dat betekent niet dat het aantal operaties per ziekenhuis geen belangrijke factor is. Gerekend naar volumenormen die in de meeste Amerikaanse studies worden gehanteerd, behoren Nederlandse ziekenhuizen wat betreft darmkankeroperaties namelijk tot de categorie ‘hoog volume’. De onderzoekers vonden wel marginale verschillen in chirurgische benadering en postoperatieve 30-dagenmortaliteit in relatie tot het ziekenhuisvolume. 

lees verder

Toename overleving na palliatieve resectie stadium IV dikkedarmkanker

Primaire tumorresectie kan bij ongeneeslijk zieke patiënten met stadium IV dikkedarmkanker leiden tot een extra overlevingsvoordeel van circa vier tot negen maanden in vergelijking met patiënten die eerst systemische therapie krijgen met de primaire tumor in situ. Dat blijkt uit een population-based studie uitgevoerd door Jorine ’t Lam-Boer (Radboud UMC) en collega’s met data van ruim 10.000 patiënten afkomstig uit de NKR. Deze uitkomst pleit volgens de onderzoekers voor resectie van de primaire tumor, zelfs wanneer patiënten weinig tot geen symptomen hebben. Zorgvuldige afweging blijft echter noodzakelijk, vanwege risico op levermetastasen en hogere kans op postoperatieve sterfte. Dit vraagt om aanvullend onderzoek. 

lees verder