Oncologische zorgverleners melden gebrek aan kennis hoofdhuidkoeling

Hoofdhuidkoeling wordt nog altijd niet standaard aangeboden aan patiënten die hiervoor in beginsel wel in aanmerking komen. Eén van de oorzaken is gebrek aan kennis over de werkzaamheid en veiligheid van deze aanvullende behandeling, concluderen Mijke Peerbooms, dr. Corina van den Hurk (IKNL) en dr. Wim Breed. De uitkomsten van dit onderzoek hebben geleid tot de ontwikkeling van een nationale standaard voor chemotherapie geïnduceerde alopecia en het toepassen van hoofdhuidkoeling om deze bijwerking te verminderen.
 

Het doel van deze studie was om zowel de bekendheid en mening van patiënten als de kennis en houding van zorgprofessionals in Nederland te onderzoeken ten aanzien hoofdhuidkoeling. De studie werd uitgevoerd met behulp van vragenlijsten onder 177 ex-patiënten met borstkanker, 49 verpleegkundigen en 100 medisch oncologen in ziekenhuizen waar wel en geen hoofdhuidkoeling werd toegepast.

Tevreden met resultaten
Een meerderheid van de medisch specialisten en verpleegkundigen was tevreden over de behaalde resultaten met hoofdhuidkoeling. Dat gold eveneens voor de patiënten die hoofdhuidkoeling kregen. Meer dan 33 procent van de artsen en verpleegkundigen gaf echter aan dat hun kennisniveau onvoldoende was om patiënten te informeren over de effectiviteit van hoofdhuidkoeling. Bij het onderwerp ‘veiligheid’ was dit meer dan 43 procent. De belangrijkste redenen voor specialisten om geen hoofdhuidkoeling toe te passen, was twijfel over de effectiviteit en veiligheid van deze aanvullende behandeling. 

Verpleegkundigen boden hoofdhuidkoeling over het algemeen aan aan een minderheid van de hiervoor in aanmerking komende patiënten. De meeste patiënten waren niet op de hoogte van hoofdhuidkoeling voorafgaand aan de diagnose. Zeventig procent van de patiënten met onvoldoende resultaat rapporteerden dat ze moeite hadden met haaruitval, maar dat ze tevreden waren met de aandacht die eraan was besteed door verpleegkundigen.  Bij een verwacht slagingspercentage van 35 procent gaf ruim 1 op 3 patiënten (36 procent) aan dat ze opnieuw zouden kiezen voor hoofdhuidkoeling. Bij een slagingspercentage van 50 procent  zou meer dan de helft (54 procent) van de patiënten hiervoor opnieuw kiezen.

Behoefte aan kennis en vertrouwen
Volgens Mijke Peerbooms en collega’s laat dit onderzoek zien dat er ruimte is voor verbetering van de kennis over hoofdhuidkoeling onder zowel oncologische professionals als patiënten. Het delen van kennis over de behaalde resultaten, veiligheid en ervaringen van patiënten kan bijdragen aan het verbeteren van de begeleiding en beschikbaarheid van hoofdhuidkoeling. De resultaten van dit onderzoek hebben onder meer geleid tot de ontwikkeling van een nationale standaard voor chemotherapie geïnduceerde alopecia en hoofdhuidkoeling.

  • M. Peerbooms, W.P.M. Breed, C.J.G. van den Hurk: ‘Familiarity, opinions, experiences and knowledge about scalp cooling -  A Dutch survey among breast cancer patients and oncological professionals’. Asia-Pacific Journal of Oncology Nursing.

  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl

Gerelateerd

Bewegingsinterventies hebben gunstig effect op vermoeidheid

Bewegingsinterventies hebben statistisch significante, gunstige effecten op het verminderen van vermoeidheid bij (ex-)patiënten met kanker. Dat blijkt uit een uitgebreide studie (POLARIS) uitgevoerd door Jonna van Vulpen (UMCU) en collega’s uit Nederland, VS, Canada, Duitsland, Groot-Brittannië, Noorwegen en Australië. De waargenomen effecten zijn consistent ongeacht de demografische en klinische kenmerken van de deelnemers. Begeleide bewegingsinterventies blijken een significant groter effect te hebben op afname van vermoeidheid dan niet-begeleide. Mogelijk is dit het gevolg van betere uitvoering van de oefeningen, hogere therapietrouw, selectie van patiënten, trouwere monitoring en verschil in doelstellingen.

lees verder

Dagboek-app geeft inzicht in bijwerkingen en ervaringen van patiënten

Patiënten kunnen bijwerkingen van chemotherapie of een andere systemische therapie rapporteren via een dagboek-app. In een pilotstudie van IKNL geven patiënten aan dat zij het waarderen dat er aandacht wordt geschonken aan hun bijwerkingen via een dagboekapplicatie. De online terugkoppeling, waarbij in één oogopslag duidelijk is waar patiënten last van hebben, draagt bij aan de communicatie met zorgverleners. Ook vinden patiënten de dagboek-app prettig in het gebruik. Mies van Eenbergen (IKNL) en collega’s concluderen in het wetenschappelijke tijdschrift Supportive Care in Cancer dat het gebruikersgerichte ontwerp van de applicatie voldoende inzicht geeft in de persoonlijke ervaringen van gebruikers en inzetbaarheid van dit instrument.

lees verder