Prof. Lemmens en prof. Siesling aanvaarden bijzondere leerstoelen

Prof. dr. Valery Lemmens (hoofd onderzoek bij IKNL) en prof. dr. Sabine Siesling (senior onderzoeker bij IKNL) bekleden ieder sinds dit jaar een bijzondere leerstoel. Prof. Lemmens sprak 5 juni zijn inaugurele rede uit bij de aanvaarding van de bijzondere leerstoel Kankersurveillance aan Erasmus MC in Rotterdam. Het accent ligt op verbetering van de kankerzorg in Nederland in samenwerking met zorgprofessionals in ziekenhuizen. Prof. Siesling sprak haar rede uit op 24 september. Als bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Twente (vakgroep Health Technology & Services Research) onderzoekt ze de effecten van variatie op de kwaliteit en uitkomsten van geleverde zorg.  

Bijzondere leerstoel ‘Variatie in de zorg’ 
De zorg voor patiënten met kanker varieert vaak per ziekenhuis. In het ene ziekenhuis is de zorg anders georganiseerd dan in het andere. Hierdoor kan de geleverde zorg verschillen afhankelijk van het ziekenhuis waar een patiënt wordt behandeld. Dat is meestal geen gewenste variatie. Tegelijkertijd is er steeds meer bekend over de processen die een rol kunnen spelen bij kanker. Aangevuld met nieuwe technologieën en nieuwe medicijnen is er in toenemende mate een tendens zichtbaar naar zorg op maat. Die variatie is volgens prof. Siesling wél gewenst.  

“Variatie in de zorg is ongewenst als de richtlijn een heel duidelijk advies geeft. Een afwijkende behandeling leidt dan hoogstwaarschijnlijk tot een minder gunstig resultaat en een slechtere uitkomst voor de patiënt”, aldus prof. Siesling. “Echter, de richtlijnen over de behandeling zijn niet altijd op keiharde bewijzen gebaseerd. Zijn er geen harde bewijzen, dan weten specialisten dus niet altijd welke zorg tot het beste resultaat leidt. Als richtlijnen geen duidelijke aanbeveling geven, is variatie te verwachten en kunnen we deze zelfs gebruiken om nieuwe ‘evidence’ te verkrijgen, waarmee we de richtlijn kunnen aanscherpen." 

Binnen de nieuwe leerstoel van de UTwente en IKNL gaat prof. Siesling onderzoek doen naar zowel de variatie binnen de kankerzorg in Nederland als studies verrichten naar het toepassen van nieuwe (dure) technologieën en de gevolgen hiervan op bijvoorbeeld het verloop van de ziekte, de kwaliteit van leven en de overlevingskansen. Deze kennis moet een bijdrage leveren aan het realiseren van kankerzorg op maat. "Door de uitkomsten van de variatie te onderzoeken kan je wellicht specifieke patiëntengroepen identificeren voor wie een bepaalde behandeling effectiever is dan voor anderen. Daarmee kunnen we ook overbehandeling en onderbehandeling voorkomen.” 

Bijzondere leerstoel ‘Kankersurveillance’ 
Door stijgende incidentie van kanker, hogere leeftijd van de gemiddelde kankerpatiënt en toename van het aantal overlevenden staat de kankerzorg voor grote uitdagingen. Het monitoren van de kwaliteit van zorg aan de hand van betrouwbare data is daarom essentieel. Onder meer om het beleid te evalueren omtrent preventie, vroege opsporing van kanker en klinische behandelingen, maar ook om de kwaliteit van leven van overlevenden te optimaliseren. Daar komt bij dat patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars, de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de beroepsgroepen zelf steeds vaker - en terecht - inzicht eisen in de kwaliteit van de geleverde zorg. 

Om meer inzicht te krijgen in (inter)nationale trends in incidentie, behandeling en overleving van kanker doet prof. Lemmens de komende jaren als bijzonder hoogleraar ‘Kankersurveillance’ wetenschappelijk onderzoek aan Erasmus MC in samenwerking met onderzoekers en zorgprofessionals in ziekenhuizen. Daarbij zal onder andere worden nagegaan of recente ontwikkelingen in de oncologie, waaronder nieuwe behandelingen, dure medicijnen en concentratie van zorg daadwerkelijk bijdragen aan het verbeteren van de overlevingskansen en het welbevinden van patiënten.  

We meten verkeerd In zijn oratie ‘De kankerzorg in Nederland: doing better, feeling worse’ nam Lemmens zijn gehoor mee langs de route van diverse kankerbehandelingen, de registratie daarvan en wetenschappelijk onderzoek. “We meten tegenwoordig wel erg veel, maar niet altijd de juiste dingen. Of slechts gedeeltelijk. Of op een verkeerde manier. Of steeds een beetje anders. Of gewoon te veel. Waar meten een doel op zich is geworden, vergeten we vaak waar het echt om draait. […] Zorgverleners raken gedemotiveerd en gefrustreerd wanneer gegevens, waarvan zij de relatie met kwaliteit niet inzien, gebruikt worden om een oordeel te vellen over het wel of niet mogen uitvoeren van een bepaalde behandeling. We doen het in de oncologische zorg ontegenzeggelijk beter, maar toch voelen we ons slechter.” 

Oratie prof. dr. Lemmens: ‘Veel cijfers over kankerzorg zijn niet wat ze lijken’ 

Gerelateerd

Meer onderzoek nodig naar rol van geslacht op carcinogenese & behandeling

In de oncologie wordt, in tegenstelling tot andere disciplines, nauwelijks rekening gehouden met biologische verschillen tussen mannen en vrouwen en de invloed van geslachtschromosomen en geslachtshormonen op zowel lokale als systemische determinanten van carcinogenese. Een groep deskundigen die eind 2018 deelnam aan een ESMO-workshop, concludeert dat er meer onderzoek nodig is naar sekseverschillen in de kankerbiologie en meer trials met geslachtsspecifieke doseringsschema’s. Ook is meer onderzoek nodig naar niet-geslachtsgebonden vormen van kanker of subgroepen met significante verschillen in epidemiologie of uitkomsten van behandeling, omdat deze als ‘biologisch verschillend’ worden beschouwd.

lees verder

Veranderingen en wensen in internetgebruik bij overlevenden van kanker

Een aanzienlijk deel van de overlevenden van kanker in Nederland beschouwt internet als een belangrijke bron van informatie over hun ziekte. Hoewel het internetgebruik onder overlevenden de afgelopen 15 jaar met circa 25% is gestegen, blijkt er weinig te zijn veranderd in de prioriteiten en wensen ten aanzien van dit internetgebruik. Dat concluderen Mies van Eenbergen (IKNL) en collega’s. De wensen die overlevenden in 2005 hadden, blijken nauwkeurig overeen te komen met het feitelijk internetgebruik door de meeste ex-patiënten in 2017. Deze uitkomsten ondersteunen de overtuiging dat zorgverleners hun online diensten kunnen verbeteren en uitbreiden door deze nog beter af te stemmen op de behoeften van hun patiënten.

lees verder