Regionaal zorgpad rectumcarcinoom goede basis voor samenwerking

Na implementatie van een regionaal zorgpad rectumcarcinoom neemt het aantal patiënten dat preoperatief wordt besproken in een multidisciplinair overleg (mdo) significant toe. Ook de doorlooptijden tussen eerste biopt tot aan het mdo werden significant korter. Met name legt het zorgpad een basis voor verdere samenwerking tussen professionals in de regio in de zorg voor patiënten met een rectumcarcinoom. Dat blijkt uit een studie van IKNL op basis van data van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) en Dutch Surgical Colorectal Audit (DSCA).

Zorgpaden worden veelvuldig toegepast in de gezondheidszorg. Studies naar de resultaten van zorgpaden zijn niet altijd consequent. Ook is niet altijd duidelijk wat een zorgpad oplevert op lange termijn. Jolanda van Hoeve, Marloes Elferink en Sabine Siesling onderzochten met behulp van gegevens van zowel de NKR als DSCA naar de langetermijneffecten van een regionaal zorgpad voor patiënten met een rectumcarcinoom. Dit zorgpad is in 2008 ontwikkeld en geïmplementeerd in drie ziekenhuizen in Twente en Oost-Achterhoek.  

Patiënten en onderzoeksperiode
In de studie zijn gegevens van bijna 400 patiënten met rectumcarcinoom bestudeerd die een chirurgische behandeling ondergingen in de drie deelnemende ziekenhuizen. De resultaten van 7 indicatoren zijn geanalyseerd voorafgaand aan de implementatie van het zorgpad en op twee momenten nadien in de periode 2007 t/m 2012. Naast analyse van data uit de NKR en DSCA zijn interviews gehouden met professionals om de impact van het regionale zorgpad en ervaringen op lange termijn te bepalen.

Het meest opvallende resultaat was dat het aantal patiënten dat besproken wordt in het preoperatieve mdo significant stijgt na implementatie van het zorgpad. Deze stijging is ook op lange termijn zichtbaar. Daarnaast is met betrekking tot de diagnostiek de richtlijn beter opgevolgd: zowel de CT-thorax als de CT-abdomen zijn significant vaker uitgevoerd na implementatie. Ook is de doorlooptijd van eerste tumorbiopt tot mdo significant gereduceerd.

Basis voor samenwerking
Uit de interviews kwam naar voren dat professionals van mening zijn dat het regionale zorgpad heeft geleid tot meer duidelijkheid over de route van de patiënt. Ook zijn professionals zich na de invoering van het zorgpad en de gemaakte afspraken zich meer bewust geworden van het volgen van richtlijnen.

Maar vooral is met de implementatie van het zorgpad een solide basis gelegd voor verdere samenwerking tussen professionals in de regio in de zorg voor patiënten met een rectumcarcinoom. Dit aspect werd benadrukt, omdat er voor deze multidisciplinaire zorg geen specifieke beroepsgroep is om het voortouw te nemen, zodat het elkaar kennen, maken van gezamenlijke afspraken en consensus over normen van groot belang is.

  • Jolanda. C. van Hoeve, Marloes A.G. Elferink, Joost M. Klaase, Ewout A. Kouwenhoven, Pieter Paul J.B.M. Schiphorst, Sabine Siesling: ‘Long-term effects of a regional care pathway for patients with rectal cancer’. De studie is gepubliceerd in International Journal of Colorectal Disease. DOI: 10.1007/s00384-015-2209-7

  •  Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar bij bibliotheek@iknl.nl

Gerelateerd

Overleving na dikkedarm- en borstkanker verbeterd tussen ’03-‘12 in Nederland

De overleving van patiënten met dikkedarm- en borstkanker is tussen 2003 en 2012 in Nederland verbeterd, maar er zijn wel opmerkelijke verschillen te zien tussen oudere en jongere patiënten, met name bij borstkankerpatiënten. Dat concluderen Doris van Abbema (Universiteit Maastricht & Amsterdam) en collega’s. Bij oudere vrouwen met borstkanker is een opvallende toename te zien van endocriene therapieën en daling van het aandeel operaties. De onderzoekers vragen zich af of de richtlijnen bij deze groep patiënten consistent worden gevolgd. De gestegen overleving bij ouderen met dikkedarmkanker is vooral toe te schrijven aan ruimere inzet van adjuvante chemotherapie en verbeterde preoperatieve behandeling en chirurgie.

lees verder

Psychische nood ‘bemiddelt’ in relatie tussen neuropathie en vermoeidheid

Overlevenden van dikkedarmkanker die te maken hebben met chemotherapie-geïnduceerde sensorische perifere neuropathie rapporteren meer vermoeidheid. Dit geldt met name voor personen die angstig en/of depressief zijn, zo blijkt uit onderzoek van Cynthia Bonhof (CoRPS (Tilburg University) & IKNL). Niet uitgesloten is dat er ‘tweerichtingsverkeer” plaatsvindt tussen chemotherapie-geïnduceerde sensorische perifere neuropathie en psychische nood. Aanvullend onderzoek is nodig om de relatie tussen psychische nood, neuropathie en vermoeidheid te helpen verklaren. Tot die tijd adviseren de onderzoekers bij de behandeling van vermoeidheid meer aandacht te schenken aan patiënten met psychische nood.

lees verder