Resultaat behandeling synoviaal sarcoom daalt met stijgende leeftijd

Het resultaat van behandeling van synoviaal sarcoom neemt af naarmate de leeftijd van deze patiënten hoger is. Deze bevinding staat los van de locatie van de primaire tumor, de tumorgrootte en de aangeboden behandeling. Dat blijkt uit een landelijke, retrospectieve studie uitgevoerd door specialisten en onderzoekers van Radboudumc, Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis en IKNL. Volgens de onderzoekers is het belangrijk om de rol van leeftijd en en biologische tumoreigenschappen verder te onderzoeken in toekomstige, klinische studies. 

De onderzoekers voerden een landelijke, retrospectieve studie uit om de voorspellende waarde van de leeftijd te verkennen bij patiënten met synoviaal sarcoom (wekedelenkanker) aan de hand van gegevens van 613 patiënten afkomstig uit de databank van de Nederlandse Kankerregistratie. De prognostische relevantie van leeftijdsgroepen (kinderen, adolescenten en jonge volwassenen, volwassenen en ouderen) werd geschat met behulp van Kaplan-Meier overlevingscurves en multivariabele Cox-risicomodellen.

Resultaten
In totaal hadden 461 patiënten een gelokaliseerde ziekte bij diagnose. De totale 5-jaarsoverleving was 89,3 ± 4,6% bij kinderen (n = 54); 73,0 ± 3,8% bij adolescenten en jonge volwassenen (n = 148); 54,7 ± 3,6% bij volwassenen (n = 204) en 43,0 ± 7,0% bij ouderen (n = 55). Uit de univariabele analyses op de behandelde patiënten bleek dat behandelingsmethoden geen significant effect hadden op de overleving. Multivariabele analyses identificeerden echter leeftijd bij diagnose, tumorlokalisatie en grootte van de tumor als belangrijke onafhankelijke factoren die invloed uitoefenen op de overleving van deze groep. Zowel tumorlokalisatie als tumorgrootte waren gelijkmatig verdeeld over de leeftijdsgroepen.

Conclusies
Myrella Vlenterie (Radboudumc) en collega’s komen tot de conclusie dat het resultaat van behandeling van synoviaal sarcoom significant afneemt met het stijgen van de leeftijd van deze patiënten, ongeacht de locatie van de primaire tumor, de grootte van de tumor en de aangeboden behandeling. Volgens de onderzoekers zijn de uitkomsten van deze studie van belang bij het ontwerpen van toekomstige, klinische studies naar gelokaliseerd synoviaal sarcoom. Verder onderzoek naar verschillen in biologische tumoreigenschappen bij de diverse leeftijdsgroepen kan bijdragen aan behandelmethodieken gericht op tumorspecifieke kenmerken.

  • Vlenterie M, Ho VK, Kaal SE, Vlenterie R, Haas R, van der Graaf WT: ‘Age as an independent prognostic factor for survival of localised synovial sarcoma patients.’

  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl

categorie: Prognostiek
Gerelateerd

QLQ-C30-samenvattingsscore heeft sterkere prognostische waarde overleving

QLQ-C30-samenvattingsscore heeft sterkere prognostische waarde dan andere subschalen

De QLQ-C30-samenvattingsscore (waarin alle symptomen en functioneringsschalen zijn opgenomen) heeft een aanzienlijk sterkere prognostische waarde voor het bepalen van de algehele overleving van patiënten met kanker dan de veelgebruikte schalen voor fysiek functioneren en algemene kwaliteit van leven. Tot die conclusie komen Olga Husson (NKI, Royal Marsden NHS Foundation Trust, Londen) en collega’s. Deze bevinding heeft belangrijke implicaties voor de klinische praktijk, niet alleen bij diagnose maar ook tijdens de follow-up. De onderzoekers adviseren daarom monitoringssystemen te implementeren om overlevenden van kanker langer te volgen.

lees verder

Meeste patiënten met NLPHL hebben uitzicht op normale levensverwachting

Een meerderheid van de patiënten met de nodulaire lymfocytenrijke variant van het hodgkinlymfoom (NLPHL) heeft in Nederland het vooruitzicht op een normale levensverwachting. Dat concluderen Hidde Posthuma (Amsterdam UMC, locatie VUmc) en collega’s in een studie met gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Daarin wordt onder andere gesignaleerd dat de incidentie van deze ziekte tussen 1993 en 2016 is toegenomen, waarschijnlijk door toegenomen bewustzijn van clinici en pathologen en verbetering van diagnostische technieken. Verder stellen zij vast dat de toevoeging van rituximab aan bestaande therapieschema’s geen bijdrage lijkt te leveren aan het verbeteren van de overleving.

lees verder