Van succesvolle, regionale pilot naar landelijke invoering PaTz

IKNL en 1ste Lijn Amsterdam gaan intensiever samenwerken om de Palliatieve Thuiszorg (PaTz)-methodiek landelijk in te voeren. In PaTz-bijeenkomsten voeren huisartsen, (wijk)verpleegkundigen en een inhoudelijk deskundige gesprekken om (vroeg)tijdig patiënten te identificeren en gepaste palliatieve zorg te bieden. De gesprekken vragen om gerichte, inhoudelijke ondersteuning en intensiveren de samenwerking tussen huisartsen en (wijk)verpleegkundigen. Partijen werken nauw samen binnen stichting PaTz en vinden dat deze methodiek de potentie heeft om de hoeksteen van de palliatieve infrastructuur in de eerste lijn te worden. 

Stichting PaTz heeft de ambitie om de methodiek landelijk in te voeren, van de huidige 80 PaTz-groepen naar 150 over twee jaar. Op dit moment zijn hier al ruim 400 huisartsen en 200 (wijk)verpleegkundigen bij betrokken.  
Een PaTz-groep bestaat uit huisartsen en (wijk)verpleegkundigen uit hetzelfde werkgebied. Zesmaal per jaar komen zij samen en bespreken die mensen waarvan zij verwachten dat zij binnen een jaar zullen overlijden. Een inhoudelijk deskundige, consulent palliatieve zorg of kaderopgeleide huisarts, begeleidt de groep. 

Samenwerkingsovereenkomst
Om de komende twee jaar een extra impuls te geven aan het verbeteren van de palliatieve zorg thuis hebben 1ste Lijn Amsterdam   en IKNL de samenwerking geïntensiveerd en geformaliseerd in een samenwerkingsovereenkomst. De extra impuls is nodig om regionaal werkgroepen op te zetten, die meewerken om het aantal PaTz-groepen te verveelvoudigen. De ervaring leert dat het motiveren en initiëren van nieuwe PaTz-groepen met mensen en kennis uit de regio de meeste kans van slagen heeft. 
Daarnaast biedt IKNL aanvullende financiering en de mogelijkheid  om bij 50 PaTz-groepen per jaar consulenten als inhoudelijk deskundigen in te zetten.

Pluspunten
PaTz heeft tot doel de samenwerking tussen huisartsen en (wijk)verpleegkundigen te bevorderen en hun deskundigheid te verhogen, waardoor de kwaliteit van de palliatieve thuiszorg verbetert. De lijnen tussen huisarts en wijkverpleging worden korter. Huisartsen zeggen: ‘Voor mij is het belangrijkste dat we nu samen aan tafel zitten. Ik zie het als verbinding maken, zodat we elkaar beter kunnen bereiken’, ‘Ik zie dat er steeds meer vertrouwen onderling is en dat mensen meer van zichzelf laten zien, ook waar ze onzeker over zijn’ en ‘In de palliatieve zorg sta je er alleen voor, in de PaTz-groep kun je je zorgen delen en dat is heerlijk’.
Door de bijdrage van de inhoudelijk deskundige nemen zowel kennis als vaardigheden toe. En uit evaluatie van PaTz-groepen in de pilotfase blijkt dat deelname uiteindelijk tijd scheelt, doordat de samenwerking verbetert en men meer vooruit denkt. 

Project kennisspreiding
Met subsidie van het verbeterprogramma Palliatieve zorg van ZonMw zijn binnen het project kennisspreiding in 2014 tien PaTz-groepen opgezet en begeleid. De ervaringen van deze groepen worden gebruikt bij het opstarten van nieuwe groepen. Tussen de eerste interesse en de uiteindelijke start van de groep zit enkele maanden tot een half jaar. Het duurt even voordat iedere deelnemer overtuigd is van de waarde. Wanneer de initiatiefnemer een huisarts was en de bespreking ging plaatsvinden in een bestaand overleg, was het makkelijker om een PaTz-groep te starten. Verpleegkundigen hadden het lastiger: ‘In de opstart was het wat moeilijk om huisartsen warm te krijgen […]. Het was best trekken om een groep bij elkaar te krijgen. Als je dat als wijkverpleegkundige wil, dan is het belangrijk dat je al een goede band hebt met huisartsen.'

Meetbare resultaten
EMGO VUmc heeft in 2010 de eerste PaTz-groepen geëvalueerd. Hieruit kwam naar voren dat meer dan 90% van de deelnemers aan de PaTz-groepen vindt dat de samenwerking tussen huisartsen en (wijk)verpleegkundigen is verbeterd en meer dan 75% vindt dat de geleverde zorg is verbeterd. Het aantal patiënten voor wie palliatieve zorg vroegtijdig (≥ drie maanden) is ingezet neemt toe (49% vóór invoering van PaTz; 57% na invoering van PaTz), het aantal zorgplannen neemt significant toe (van 33% naar 80%) en het aantal ziekenhuisopnames in de laatste maand is gedaald (van 51% naar 37%). 

Betrokken partijen
Binnen stichting PaTz wordt nauw samengewerkt tussen de initiatiefnemers: EMGO VUmc, het netwerk palliatieve zorg Amsterdam/Diemen (namens Fibula), 1ste Lijn Amsterdam (namens het ROS directeurennetwerk), de beroepsgroepen PalHag/NHG en V&VN en IKNL.

Meer informatie over PaTz en een overzicht van de huidige PaTz-groepen in Nederland staan op de website van Stichting PaTz.

categorie: Palliatieve fase
Gerelateerd

Pancreasadenocarcinoom: toename incidentie, geringe verbetering overleving

Pancreasadenocarcinoom: toename incidentie, geringe verbetering overleving

De incidentie van ductaal pancreasadenocarcinoom is tussen 1997 en 2016 toegenomen in Nederland. In deze periode verdubbelde het aandeel resecties, nam de sterfte na resectie af, en steeg het aandeel patiënten dat adjuvante of palliatieve chemotherapie kreeg. Echter, doordat een meerderheid van de patiënten uitsluitend ondersteunende zorg ontving, was de algehele overlevingsverbetering met circa drie weken verwaarloosbaar klein, aldus Anouk Latenstein (Amsterdam UMC) en collega’s.

lees verder

Toegenomen inzet HER2-test en trastuzumab bij slokdarm- en maagkanker

Toegenomen inzet HER2-test en trastuzumab bij slokdarm- en maagkanker

Patiënten met uitgezaaide slokdarm- of maagkanker zijn tussen 2010 en 2016 aanzienlijk vaker getest op HER2-status en kregen ook significant vaker palliatieve chemotherapie met toevoeging van trastuzumab. Willemieke Dijksterhuis (IKNL & Amsterdam UMC) en collega’s constateren echter ook dat er grote verschillen zijn tussen ziekenhuizen in het aandeel HER2-geteste patiënten (29% tot 100%) en het voorschrijven van trastuzumab. Ze pleiten daarom voor meer bewustwording en frequenter testen met biomarkers.

lees verder