Chirurgische complicaties en overleving dikkedarmkanker stadium I-III

Frequent voorkomende complicaties na chirurgie, zoals naadlekkage, (buik)sepsis en overmatig bloedverlies, hebben bij patiënten met dikkedarmkanker ernstige gevolgen voor de uitkomsten op korte en lange termijn. Die conclusie staat te lezen in een publicatie van Anne Breugom (LUMC) en collega’s op basis van een studie in vijf ziekenhuizen in West-Nederland. De studie bevestigt de langdurige effecten van chirurgische complicaties die onder meer leiden tot een verminderde 1-jaarsoverleving, daling van de algehele 5-jaarsoverleving en toegenomen kans op recidieven bij deze patiënten.

Het doel van deze studie was om de tien meest voorkomende complicaties te identificeren bij patiënten na operatie van stadium I-III dikkedarmkanker en het verband te evalueren tussen deze complicaties en de algehele en conditionele overleving en het optreden van recidieven.

Opzet studie en analyses
De onderzoekers identificeerden alle patiënten met stadium I-III darmkanker die een operatie kregen in vijf ziekenhuizen in West-Nederland. Met behulp van Cox proportional hazard-modellen werd de samenhang bestudeerd tussen het optreden van complicaties en de 1-jaarsoverleving, 5-jaarsoverleving, de conditionele 5-jaarsoverleving en de 5-jaarsziektevrijeperiode. Voor de analyses maakten de onderzoekers gebruik van gegevens van 761 patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR), inclusief regionale gegevens uit het zogeheten KIC-project (Kwaliteitsinformatie Colorectale tumoren) van patiënten die in 2006-2008 zijn gediagnosticeerd en gegevens van eventuele recidieven tijdens de follow-up in vijf van de negen ziekenhuizen. 

De aanwezigheid van complicaties bleek samen te hangen met een daling van de 1-jaarsoverleving, de 5-jaarsoverleving en de algehele, conditionele 5-jaarsoverleving, terwijl bij een toenemend aantal complicaties geen extra impact werd gevonden. Naadlekkage, overmatig bloedverlies, en (buik)sepsis werden in verband gebracht met een verminderde 1-jaarsoverleving. En naadlekkage, delier, abces, en (buik)sepsis hing samen met een daling van de 5-jaarsoverleving. Het optreden van naadlekkage, delier en abces waren geassocieerd met een afname van de conditionele 5-jaarsoverleving. Naadlekkage, verstoring van de elektrolytenhuishouding en abcessen waren risicofactoren voor een recidief binnen vijf jaar. 
 

Conclusie
Anne Breugom en collega’s concluderen dat de resultaten van deze studie aantonen dat bij patiënten met dikkedarmkanker de meest frequent voorkomende complicaties na chirurgie, ernstige gevolgen hebben voor de uitkomsten op korte en lange termijn. De studie bevestigt en voegt belangrijke informatie toe over de impact van langdurige effecten van chirurgische complicaties en laat tevens zien dat deze complicaties niet alleen leiden tot verminderde 1-jaarsoverleving, maar ook tot minder gunstige uitkomsten op lange termijn. Zelfs bij patiënten die het eerste jaar hebben overleefd, is er vijf jaar na het postoperatieve jaar nog steeds een verband tussen chirurgische complicaties en overleving.

Discussie
Meer dan 40% van alle patiënten met stadium I-III darmkanker in dit onderzoek had te maken met tenminste één complicatie. Eerdere studies toonden postoperatieve complicaties aan bij ongeveer 30-35% van de patiënten. Een mogelijke verklaring voor het hogere aandeel in dit onderzoek zou kunnen zijn dat in sommige studies alleen chirurgische complicaties zijn onderzocht, terwijl in andere studies niet alle specifieke complicaties afzonderlijk zijn geregistreerd. Gelet op het feit dat alle patiënten werden geopereerd tussen 2006 en 2008 kan het bovendien zijn dat er in de tijd verbeteringen zijn opgetreden binnen de chirurgie en perioperatieve zorg met als gevolg minder complicaties. In lijn met eerdere studies laten de resultaten van deze studie zien dat er een verband is tussen complicaties en een verminderde, algehele overleving. 

Een opmerkelijke bevinding in deze studie is dat er geen significant verschil is gevonden in de algehele overleving tussen patiënten met één complicatie en patiënten met twee of meer complicaties. Dit kan volgens de onderzoekers gerelateerd zijn aan de omvang van de onderzochte populatie. Mogelijk is de eerste, geregistreerde complicatie de meest ernstige en heeft deze complicatie vooral invloed op overleving, terwijl latere complicaties minder ernstig zijn of gerelateerd aan de eerste complicatie. In diverse studies is aangetoond dat het effect van colorectale kankerchirurgie en postoperatieve complicaties verder gaat dan de 30-dagen postoperatieve mortaliteit. Een belangrijk gegeven is dat tot 25% van de sterfgevallen in het eerste postoperatieve jaar na colorectale kankerchirurgie wordt toegeschreven aan postoperatieve complicaties.

  • Breugom AJ, van Dongen DT, Bastiaannet E, Dekker FW, van der Geest LG, Liefers GJ, Marinelli AW, Mesker WE, Portielje JE, Steup WH, Tseng LN, van de Velde CJ, Dekker JW: ‘Association Between the Most Frequent Complications After Surgery for Stage I-III Colon Cancer and Short-Term Survival, Long-Term Survival, and Recurrences’.

  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl

Gerelateerd

Vergelijking endoscopische resectie en primaire chirurgie bij T1 darmkanker

Een aanvullende darmoperatie na endoscopische resectie zou alleen overwogen moeten worden bij patiënten met stadium T1 darmkanker met een hoog histologisch risico of een positieve resectiemarge. Dat advies geven Tim Belderbos (UMC Utrecht) en collega’s van IKNL, Catharina Ziekenhuis, AMC en Radboudumc op basis van een studie met data van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Een risicovolle histologie verhoogt de kans op lymfekliermetastasen, maar hangt niet samen met een grotere kans op recidieven op lange termijn. De onderzoekers verwachten dat goed geselecteerde patiënten baat kunnen hebben bij een additionele operatie na initiële endoscopische resectie.

lees verder

Betere overleving na behandeling uitzaaiingen buikvlies met CRS + HIPEC

Behandeling van uitzaaiingen in het buikvlies door middel van cytoreductieve chirurgie gecombineerd met hypertherme intraperitoneale chemotherapie (CRS + HIPEC) kan bijdragen aan het verhogen van de overlevingskansen van patiënten met dikkedarmkanker. Zorgvuldige selectie van patiënten blijft echter nodig om te bepalen of deze operatie haalbaar is. Dit is één van de conclusies in het proefschrift ‘Clinical Experiences with Peritoneal Carcinomatosis’, waarop Thijs van Oudheusden (IKNL, Catharina Ziekenhuis) 8 april promoveert aan Maastricht University. Hierin gaat hij onder meer in op de pre-operatieve selectie van patiënten, CRS + HIPEC bij terugkerende ziekte en uniformiteit van behandelprotocollen. 

lees verder