Eerste richtlijn ‘Palliatieve zorg bij nierfalen’ in commentaarfase

Het concept van de evidence based richtlijn ‘Palliatieve zorg bij eindstadium nierfalen’ is recent voor commentaar naar de relevante landelijke verenigingen en regionale professionals en werkgroepen gestuurd. De richtlijn is geïnitieerd door het platform PAZORI (PAlliatieve Zorg Richtlijnen) en is in ontwikkeling onder begeleiding van IKNL. In de richtlijnwerkgroep zijn gemandateerde leden van de wetenschappelijke verenigingen en beroeps- en patiëntenorganisaties vertegenwoordigd van NVN, NHG, NIV/NfN, VMWN, NVZA, Palliactief, Verenso en V&VN.

Ruim één miljoen mensen in Nederland hebben te maken met chronische nierschade. Bij ruim 16.000 mensen werken de nieren zo slecht dat ze afhankelijk zijn van nierdialyse en/of op de wachtlijst staan voor een niertransplantatie. Met de toename van het aantal oudere patiënten met een eindstadium van nierfalen ontstaat een steeds grotere groep patiënten die er bewust voor kiest om niet te gaan dialyseren. De behandeling bestaat dan zowel uit therapie, gericht op maximaal behoud van nierfunctie, als uit behandeling van symptomen. Afhankelijk van de leeftijd, de mate van achteruitgang van de nierfunctie in voorgaande periode en aanwezigheid van een comorbiditeit, kan deze fase van ‘maximaal conservatieve therapie’ maanden tot jaren duren.

Kwetsbare, oudere patiënten
De mortaliteit van dialysepatiënten is hoog en het aantal kwetsbare, oudere patiënten met ernstig nierfalen neem toe. In deze groep is de behoefte aan palliatieve zorg groot. Binnen een jaar na start van de dialyse is 58% van de groep meest kwetsbare ouderen overleden of functioneert slechter dan vóór aanvang van de dialyse. Circa 5 tot 10% van deze kwetsbare ouderen besluit zelf binnen zes maanden na start van de dialyse te stoppen. Zowel conservatieve therapie als dialyse kan gepaard gaan met veel bijwerkingen en complicaties veroorzaakt door de behandeling (medicatie en dialyse). Dit beperkt de kwaliteit van leven van deze patiënten in hoge mate. De ervaren symptoomlast van dialysepatiënten is hoog en vergelijkbaar met die van veel patiënten met kanker.

Conceptrichtlijn
Ondanks deze signalen ontbrak tot op heden een richtlijn voor palliatieve zorg voor patiënten met nierfalen. In deze patiëntengroep doen zich specifieke situaties voor ten aanzien van behandelkeuzes, symptomen en (medicamenteuze) behandeling die een aparte richtlijn rechtvaardigen. Op grond van een knelpuntenanalyse is er voor gekozen om alleen die symptomen aan bod te laten komen die bij patiënten met nierfalen een andere behandeling rechtvaardigen (pijn, dyspneu, slaapstoornissen, jeuk, restless legs, depressie en delier), dan bij de groep patiënten zonder nierfalen.

In de conceptrichtlijn die voor commentaar is aangeboden, ligt de focus op de invulling van palliatieve zorgbehoeften bij zowel patiënten die een nierfunctievervangende therapie ondergaan als patiënten die afzien van of stoppen met een nierfunctievervangende therapie. Ook wordt ingegaan op de karakteristieken van patiënten met nierfalen die een grote behoefte hebben aan palliatieve zorg.

Naast de behandeling van symptomen komen de karakteristieken van patiënten met nierfalen die een grote behoefte hebben aan palliatieve zorg aan de orde. Ook worden onderwerpen over organisatie van zorg en vroegtijdige zorgplanning (ACP) uitgewerkt. Het effect van communicatie- en/of conflicttechnieken in de besluitvorming (over het stoppen of het wel of niet starten met dialyse) heeft een belangrijke plaats in de richtlijn gekregen.

categorie: Palliatieve fase
Gerelateerd

Toenemend aantal patiënten vraagt mogelijk om efficiëntere organisatie MDO’s

De meeste patiënten met kanker worden in Nederland over het algemeen besproken in een multidisciplinair overleg, hoewel er verschillen zijn tussen de diverse tumorsoorten. Dat blijkt uit onderzoek van Janneke Walraven (Radboudumc & IKNL) en collega’s met gegevens van ruim honderdduizend patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Gelet op het stijgend aantal patiënten lijkt efficiëntere organisatie van MDO’s nodig om ook in de toekomst hoogwaardige, oncologische zorg te kunnen garanderen. De auteurs doen daarom een aantal aanbevelingen voor een andere werkwijze van MDO’s als aftrap voor een inhoudelijk debat.

lees verder

Verwijzing voor gamma knife: vaak jongere patiënten met lager stadium NSCLC

Patiënten met niet-kleincellige longkanker (NSCLC) en synchrone hersenmetastasen die verwezen worden voor een gamma-knife-behandeling, zijn doorgaans jonger en hebben een lager tumorstadium. Dat concluderen Deirdre ten Berge (Gamma Knife Center, Tilburg) en collega’s in Clinical Oncology. Doordat met gamma-knife-behandeling een hoog niveau van lokale controle kan worden bereikt, biedt deze techniek aanzienlijke kansen voor aanvullende behandeling van de primaire longtumor. Extra onderzoek is nodig om na te gaan of meer patiënten met niet-kleincellige longkanker en hersenmetastasen potentieel baat kunnen hebben bij een gamma-knife-behandeling.

lees verder