Systemische therapie lijkt ook bij peritoneale metastasen veelbelovend

Systemische therapie lijkt ook bij patiënten met metachrone peritoneale metastasen van colorectale oorsprong bij te dragen aan een verbetering van de overleving. Dat blijkt uit een studie van Thijs van Oudheusden (Catharina Ziekenhuis, IKNL) en collega’s. De onderzoekers spreken van een ‘veelbelovende’ behandeling, waarvan de resultaten vooralsnog ‘voorzichtig geïnterpreteerd dienen te worden’. Dit vanwege de beperkte opzet van de studie. Aanvullend klinisch onderzoek is nodig om daar meer zekerheid over te geven. 

Een combinatie van chemotherapie en doelgerichte therapieën heeft geleid tot een betere overleving van patiënten met uitgezaaide dikkedarmkanker. Het resultaat van deze behandeling bij patiënten met metachrone peritoneale metastasen blijft echter onbekend. In deze population-based studie is daarom het gebruik en het effect van deze systemische behandeling onderzocht bij patiënten met metachrone peritoneale carcinomatosis van colorectale oorsprong. 

Patiëntenpopulatie
De onderzoekers maakten voor deze studie gebruik van gegevens van patiënten die tussen 2003 en 2008 werden gediagnosticeerd met stadium M0 dikkedarmkanker en vervolgens tussen 2010 en 2011 metachrone peritoneale metastasen ontwikkelden. Voor de analyses werden patiëntengegevens en gedetailleerde gegevens over de chemotherapeutische behandeling verzameld en vergeleken. De gebruikte data waren afkomstig van de Nederlandse Kankerregistratie.

Van de patiënten met metachrone peritoneale carcinomatosis kregen 92 patiënten palliatieve systemische therapie en 94 patiënten geen behandeling. Bij 36 patiënten werd bevacizumab toegevoegd aan de behandeling met chemotherapie (39%). De totale overleving was 20,3 maanden bij systemische behandeling + bevacizumab (p <0,001), respectievelijk 13 maanden bij systemische behandeling en 3,4 maanden bij geen behandeling. 
 
Hogere overlevingskans
De onderzoekers stellen vast dat 40 procent van de patiënten met metachrone peritoneale metastasen zowel chemotherapie als bevacizumab kregen aangeboden. De resultaten van deze studie suggereren dat palliatieve behandeling met systemische chemotherapie, vooral in combinatie met bevacizumab, kan bijdragen aan verbetering van de overleving van deze patiënten. 

Wanneer de patiënten die géén behandeling ontvingen buiten beschouwing worden gelaten, dan blijkt dat toevoeging van bevacizumab niet leidt tot een significante daling van de sterftekans. Dit is waarschijnlijk te wijten aan de beperkte steekproef in deze studie. 

Aanvullend onderzoek noodzakelijk
Aanvullend klinisch onderzoek blijft noodzakelijk om daar meer zekerheid over te geven. Mede omdat het besluit om wel of juist geen chemotherapeutica voor te schrijven én het type behandeling eveneens afhankelijk is van specifieke kenmerken van de patiënt en keuzes van de behandelend arts. Om die reden dienen de uitkomsten van dit onderzoek volgens de onderzoekers voorzichtig geïnterpreteerd te worden.
 

  • Van Oudheusden TR, Razenberg LG, van Gestel YR, Creemers GJ, Lemmens VE, de Hingh IH: ‘Systemic treatment of patients with metachronous peritoneal carcinomatosis of colorectal origin’.

  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl

Gerelateerd

Vergelijking uitkomst na CRS+HIPEC vs. conventionele darmkankerchirurgie

Bij jonge patiënten met dikkedarmkanker én peritoneale metastasen komen na behandeling met CRS + HIPEC meer complicaties voor dan bij patiënten na conventionele chirurgie. Het gaat hierbij meestal om milde complicaties die veroorzaakt worden door minder gunstige tumoreigenschappen en een uitgebreidere operatie, maar die niet samenhangen met een verhoogde behandelgerelateerde mortaliteit. Dat blijkt uit een studie van Geert Simkens (Catharina Ziekenhuis) en collega’s uit Denemarken en Nederland (IKNL, Erasmus MC). De auteurs benadrukken dat bij vergelijkingen tussen ziekenhuizen in colorectale, chirurgische audits een adequate casemixcorrectie gehanteerd dient te worden.

lees verder

Betere overleving na behandeling uitzaaiingen buikvlies met CRS + HIPEC

Behandeling van uitzaaiingen in het buikvlies door middel van cytoreductieve chirurgie gecombineerd met hypertherme intraperitoneale chemotherapie (CRS + HIPEC) kan bijdragen aan het verhogen van de overlevingskansen van patiënten met dikkedarmkanker. Zorgvuldige selectie van patiënten blijft echter nodig om te bepalen of deze operatie haalbaar is. Dit is één van de conclusies in het proefschrift ‘Clinical Experiences with Peritoneal Carcinomatosis’, waarop Thijs van Oudheusden (IKNL, Catharina Ziekenhuis) 8 april promoveert aan Maastricht University. Hierin gaat hij onder meer in op de pre-operatieve selectie van patiënten, CRS + HIPEC bij terugkerende ziekte en uniformiteit van behandelprotocollen. 

lees verder