Intensievere follow-up borstkanker na eerder recidief lijkt niet (kosten)effectief

Hoewel het risico op een later recidief hoog is bij patiënten met stadium I-III invasieve borstkanker, is de absolute incidentie van recidieven laag. Dat concluderen Yvonne Geurts (IKNL) en Annemieke Witteveen (IKNL/Universiteit Twente) en collega’s met behulp van data van de NKR in Breast Cancer Research and Treatment. Volgens de onderzoekers zou een intensievere follow-up om latere recidieven vroegtijdig te detecteren waarschijnlijk niet (kosten)effectief zijn, omdat bijna de helft van de tweede recidieven al in het eerste jaar na een eerder recidief wordt gedetecteerd waarin al meerdere nazorgbezoeken plaatsvinden. En in meer dan 80% van de gevallen gaat het om een metastase, waarbij vroege ontdekking niet leidt tot een betere overleving.

Tot dusver is weinig bekend over de incidentie, timing en prognostische factoren van eerste en ook latere lokale en regionale recidieven of afstandsrecidieven van borstkanker. Aangezien de huidige follow-up nog steeds gebaseerd is op consensus, kan meer informatie over de patronen en voorspellers van latere recidieven bijdragen aan het optimaliseren van gepersonaliseerde en betere afgestemde vervolgbeslissingen. 

Opzet studie en resultaten 
De onderzoekers selecteerden voor deze studie patiënten (n = 9.342) uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) gediagnosticeerd met stadium I-III invasieve borstkanker die een behandeling kregen met curatieve intentie. Met behulp van Cox-regressieanalyses met tijdsafhankelijke variabelen werd het risico op recidieven gemodelleerd gedurende een follow-up-periode van tien jaar voor locatiespecifieke eerste recidieven, maar ook eventuele tweede en derde lokale en regionale recidieven. In totaal hadden 362 patiënten een eerste lokaal recidief, 148 een eerste regionaal recidief en 1.343 een eerste afstandsrecidief.  

Het risico op een eerste recidief was het hoogste in het tweede jaar na de diagnose (3,9%) met vergelijkbare patronen voor lokale, regionale en afstandsrecidieven. Een jonge leeftijd (<40), tumorgrootte >2 cm, tumorstadium II - III, positieve lymfeklieren, multifocaliteit en ontbreken van chemotherapie waren prognostische factoren voor het optreden van eerste recidieven. Het risico op het ontwikkelen van een tweede recidief na een eerder lokaal of regionaal recidief (n = 176) was significant hoger na een regionaal recidief (50%) dan na een lokaal recidief (29%). Na een tweede lokaal of regionaal recidief werd meer dan de helft van de vrouwen gediagnosticeerd met een derde recidief.  

Conclusies en aanbevelingen 
Yvonne Geurts, Annemieke Witteveen en collega’s concluderen dat, hoewel het risico op een later recidief hoog is bij patiënten met invasieve borstkanker met stadium I-III, de absolute incidentie van recidieven laag is. Bijna de helft van de tweede recidieven wordt in het eerste jaar na een eerder recidief gedetecteerd en meer dan 80% betreft afstandsrecidieven. Dit suggereert volgens de onderzoekers dat een intensievere follow-up voor vroegtijdige detectie volgend op een eerder recidief waarschijnlijk niet (kosten)effectief zal zijn. 

Zover bekend is dit de eerste studie waarin rekening is gehouden met eerste en ook volgende locatiespecifieke recidieven na een eerder lokaal of regionaal recidief. Sterke punten van deze studie zijn de grote omvang van de steekproef, een follow-up van tien jaar en inclusie van een niet-geselecteerd patiëntcohort uit de NKR die representatief is voor de meeste patiënten met borstkanker. Aangezien de meeste van de onderzochte risicofactoren slechts bescheiden effecten hebben, dient volgens de onderzoekers ook rekening gehouden te worden met meerdere risicofactoren (en niet bijvoorbeeld alleen leeftijd) om tot een accurate risicovoorspelling te komen en daaropvolgende beslissingen wat betreft de nacontrole. 

Aan deze studie werkten onderzoekers mee van Universiteit Twente, IKNL, Radboud UMC, NKI-AvL Amsterdam en Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen.  

  • Geurts YM*, Witteveen A*, Bretveld R, Poortmans PM, Sonke GS, Strobbe LJA, Siesling S: ‘Patterns and predictors of first and subsequent recurrence in women with early breast cancer’. Breast Cancer Res Treat. 2017 Jul 4.

  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl

Gerelateerd

Huidige leeftijdsindeling voor follow-up van borstkanker is suboptimaal

Huidige leeftijdsindeling voor follow-up van borstkanker is suboptimaal

De huidige, op leeftijdsgroepen gebaseerde, aanbevelingen voor de follow-up volgend op de eerste vijf jaar follow-up van borstkanker zijn suboptimaal. Dat concluderen Annemieke Witteveen (Universiteit Twente) en collega’s aan de hand van een studie met gegevens van ruim 18.500 patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Om tot een echt gepersonaliseerde follow-up te komen, die het feitelijke risico op terugkeer van de ziekte beter reflecteert, dient met meer factoren rekening gehouden te worden.

lees verder

Borstkanker nacontrole kan minder intensief

Uit het promotieonderzoek van Annemieke Witteveen aan de Universiteit Twente blijkt dat het aantal nacontroles voor vrouwen behandeld voor borstkanker in Nederland met meer dan 9.000 nacontrole bezoeken per jaar omlaag zou kunnen. De nacontrole kan meer op maat worden aangeboden gebaseerd op het risico van terugkeer van ziekte, zodat de vrouwen met een laag risico mogelijk minder vaak naar het ziekenhuis hoeven voor een borstfoto (mammogram). Nacontrole op maat voorkomt onnodige belasting van zowel de patiënt, de zorgverleners als ook het zorgbudget. 

lees verder