Langetermijnoverleving ovariumcarcinoom tussen 1989 en 2014 niet verbeterd

Ondanks alle inzet om de behandeling van patiënten met epitheliaal ovariumcarcinoom in Nederland te verbeteren, is er de afgelopen 25 jaar weinig vooruitgang geboekt in de langetermijnoverleving van deze vrouwen. Deze teleurstellende, maar heldere conclusie trekken Maite Timmermans (IKNL) en collega’s in een publicatie in de European Journal of Cancer. De 5-jaarsoverleving nam wel toe, maar die hangt volgens de onderzoekers vooral samen met betere ziektebestrijding, en deels met betere stadiëring en stadiummigratie, en biedt nog geen uitzicht op betere kansen op genezing. Wanneer alle patiënten en stadia worden gecombineerd, dan blijkt dat de 10-jaarsoverleving tussen 1989 en 2014 niet is verbeterd. 

Het doel van deze studie was veranderingen te onderzoeken in de behandeling en langetermijnoverleving van patiënten met epitheliaal ovariumcarcinoom in Nederland. De onderzoekers selecteerden alle patiënten met epitheliaal ovariumcarcinoom die tussen 1989 en 2014 zijn gediagnosticeerd in Nederland en opgenomen zijn in de databank van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Veranderingen in de therapie werden bestudeerd en gerelateerd aan de algehele overleving met behulp van multivariabele Cox-regressiemodellen. 

Patiëntenpopulatie
In totaal werden 32.540 patiënten gediagnosticeerd met epitheliaal ovariumcarcinoom, van wie 22.047 patiënten (68%) met een gevorderd ziektestadium. Bij patiënten met een vroeg stadium nam het aandeel lymfklierdissecties als onderdeel van chirurgische stadiëringsprocedures toe van 4% in 1989-1993 naar 62% in 2009-2014. Het aandeel patiënten met een vergevorderd stadium dat een optimale behandeling kreeg (chirurgie en chemotherapie) steeg van 55% in 1989-1993 tot 67% in 2009-2014.  

De 5-jaarsoverleving verbeterde in de tijd bij zowel patiënten met een vroeg stadium (74% versus 79%) als patiënten met een gevorderd stadium (16% versus 24%) en bij alle patiënten en stadia gecombineerd (31% versus 34%). De 10-jaarsoverleving nam echter enigszins toe bij een vroege stadium (62% versus 67%) en bij een gevorderd stadium (10% versus 13%), maar bleef in essentie onveranderd met een aandeel van 24% voor alle patiënten samen. 

Conclusie 
Maite Timmermans en collega’s concluderen dat ondanks de intensievere behandel- en stadiëringsprocedures de langetermijnoverleving van vrouwen met epitheliaal ovariumcarcinoom de afgelopen 25 jaar niet wezenlijk is verbeterd. De waargenomen verbeteringen in algehele 5-jaarsoverleving weerspiegelen vooral een betere, langdurige ziektebestrijding in plaats van betere kansen op genezing. Bovendien zijn de duidelijk betere langetermijnresultaten bij afzonderlijke analyse van patiënten met vroege versus gevorderde stadia grotendeels te danken aan verbeterde stadiëringsprocedures en de daaropvolgende stadiummigratie. Deze effecten verdwijnen echter bij gecombineerde analyse van alle patiënten. 

In de discussie gaan de onderzoekers onder meer in op het gegeven dat in de meeste gepubliceerde, population-based studies een verbetering van de 5-jaars (relatieve) overleving bij deze patiënten wordt gesignaleerd. In combinatie met een afname van de incidentie leidt dit vaak tot optimistische conclusies over sterfte door ovariumcarcinoom, aldus de onderzoekers. In andere population-based studies wordt echter gewezen op nivellering van de 5-jaarsoverleving in het begin van deze eeuw in lijn met de bevindingen in deze studie. Daar komt bij dat in deze studie gegevens over een langdurige follow-up beschikbaar waren, waaruit blijkt dat de 10-jaarsoverleving tussen 1989 en 2014 niet is verbeterd. 
 

  • Timmermans M, Sonke GS, Van de Vijver KK, van der Aa MA, Kruitwagen RFPM. ‘No improvement in long-term survival for epithelial ovarian cancer patients: A population-based study between 1989 and 2014 in the Netherlands: A population-based study between 1989 and 2014 in the Netherlands’. Eur J Cancer. 2017 Nov 24;88:31-37.

  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl

Gerelateerd

CA125 is onafhankelijke prognostische factor bij gevorderde eierstokkanker

Peri-operatieve verandering in CA125-niveau (kankerantigen 125) na primaire chirurgie is een onafhankelijke prognostische factor voor het schatten van de algehele overleving van patiënten met gevorderde epitheliale eierstokkanker. Die conclusie trekken Maite Timmermans (IKNL) en collega’s in de European Journal of Obstetrics & Gynecology and Reproductive Biology aan de hand van gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Om de prognose van deze patiënten beter te kunnen voorspellen, pleiten zij voor een gecombineerd model, waarbij de restziekte wordt beoordeeld door een gynaecoloog aangevuld met het vaststellen van verandering van het peri-operatief CA125-niveau.

lees verder

Incidentie en overleving van zeldzame vormen van eierstokkanker 1989-2015

De incidentie van kiemceltumoren en sexcord-stromaceltumoren, beide zeldzame vormen van niet-epitheliale eierstokkanker, is de afgelopen decennia niet significant veranderd. Dat blijkt uit onderzoek van Olga van der Hel (IKNL) en collega’s aan de hand van gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). De meeste patiënten met niet-epitheliale tumoren worden in een vroeg stadium gediagnosticeerd. Dat is volgens de onderzoekers de verklaring voor de goede prognose van deze patiënten, een prognose die tijdens de onderzoeksperiode nog enigszins toenam. Primaire sarcomen van de eierstok zijn nog zeldzamer, maar patiënten met deze ziekte hebben daarentegen nog steeds een slechte prognose.

lees verder