Verschillen in relatieve overleving lopen op tussen jong & oud met NSCLC

Patiënten met niet-kleincellige longkanker (NSCLC) kregen tussen 1990 en 2014 vaker een behandeling met curatieve intentie. Dit heeft tevens bijgedragen aan verbetering van de relatieve overleving. Deze ontwikkeling was minder duidelijk zichtbaar bij patiënten van 70 jaar en ouder, zo blijkt uit onderzoek van Lizzy Driessen (VieCuri Medisch Centrum, Venlo) en collega’s. De verschillen tussen de leeftijdsgroepen (tot 70 jaar versus 70 jaar en ouder) leken in de loop der tijd kleiner te zijn geworden bij stadium I, maar bleven onveranderd voor patiënten met stadium II. Bij stadium III en IV liepen de uitkomsten verder uiteen, vooral ten nadele van ouderen.

Het doel van deze studie was het beschrijven van trends en verschillen in de behandeling en relatieve overleving tussen jongere en oudere patiënten met niet-kleincellige longkanker. In de studie werden alle patiënten (n = 187.315) geselecteerd die tussen 1990 en 2014 zijn opgenomen in de Nederlandse Kankerregistratie met de pathologisch geverifieerde diagnose niet-kleincellige longkanker. De onderzoekers analyseerden de behandeling en relatieve overleving (aangepast voor geslacht, histologie en behandeling) per leeftijdsgroep (tot 70 jaar versus 70 jaar of ouder), stadium en 5-jaarsperiode van diagnose.

Verschillen jongere en oudere patiënten
Tussen 1990 en 2014 steeg de relatieve 5-jaarsoverleving bij jongere patiënten van 17% naar 22% en bij oudere patiënten (70 jaar of ouder) van 12% naar 16%. Het aandeel patiënten met niet-kleincellige longkanker dat chirurgie kreeg, steeg in de loop van de tijd bij ouderen met stadium I, maar daalde bij ouderen met stadium II. Bij jongere patiënten (tot 70 jaar) was het aandeel chirurgie stabiel, maar wel hoger vergeleken met oudere patiënten. De verschillen in relatieve overleving tussen leeftijdsgroepen met stadium I werden kleiner in de periode sinds 2000-2004, maar veranderden niet over de tijd voor stadium II.

Bij patiënten met stadium III en IV nam het aandeel chemoradiotherapie en chemotherapie bij beide leeftijdsgroepen vanaf 2000 sterk toe, hoewel deze trend aanzienlijk lager was bij ouderen. De relatieve 1-, 3- en 5-jaarsoverleving steeg over de tijd sterker voor de groep jongere patiënten, wat leidde tot grotere verschillen tussen de leeftijdsgroepen bij stadium III of IV niet-kleincellige longkanker. De onderzoekers tekenen hierbij aan dat verbeteringen in de relatieve overleving voor specifieke stadia verklaard kunnen worden door veranderingen in behandelmogelijkheden, richtlijnen, diagnostiek en stadiëringsprocedures in de tijd, waarbij significante verbeteringen werden waargenomen in zowel relatieve overleving als relatieve oversterfte voor de gehele patiëntengroep.

Conclusie en aanbeveling
Lizzy Driessen en collega’s concluderen dat bij patiënten met niet-kleincellige longkanker over de tijd meer behandelingen met curatieve intentie zijn waargenomen en een stijging van de relatieve overleving. Deze ontwikkeling was echter minder duidelijk zichtbaar bij patiënten van 70 jaar en ouder. De verschillen tussen de leeftijdsgroepen lijken in de loop van de tijd kleiner te worden bij patiënten met stadium I, bleven onveranderd voor stadium II en liepen, ten nadele van ouderen, verder uiteen bij patiënten met stadium III en IV. Toekomstige studies dienen volgens de onderzoekers gericht te zijn op het optimaliseren van de selectie van behandeling en resultaten voor ouderen.

Aan deze studie werkten onderzoekers en zorgprofessionals mee van VieCuri Medisch Centrum (Venlo), IKNL, Zuyderland Medisch Centrum (Heerlen), MAASTRO Clinic, Maastricht Universitair Medisch Centrum (GROW School for Oncology and Developmental Biology en Department of Epidemiology).

  • Elisabeth J. Driessen, Mieke J. Aarts, Gerbern P. Bootsma, Judith G. van Loon en Maryska L. Janssen-Heijnen: ‘Trends in treatment and relative survival among Non-Small Cell Lung Cancer patients in the Netherlands (1990–2014): Disparities between younger and older patients’.

  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl

Gerelateerd

Toename behandeling en overleving NSCLC; verschil met oudere patiënt blijft

Patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) krijgen steeds vaker een behandeling met curatieve intentie. Dit heeft tussen 1990 en 2014 geleid tot verbetering van de relatieve overleving. Deze trend was echter minder sterk zichtbaar bij oudere patiënten, zo blijkt uit onderzoek van Elisabeth Driessen (VieCuri MC) en collega’s met gegevens van ruim 187.000 patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie. De verschillen tussen jongere en oudere patiënten leek in de tijd kleiner te worden bij stadium I, maar bleef onveranderd bij stadium II en werden zelfs groter bij stadium III en IV ten nadele van ouderen. In toekomstige studies dient de focus daarom gericht te zijn op voorspellende factoren bij oudere patiënten met NSCLC.  

lees verder