Gevorderde eierstokkanker: internist kiest vaker NACT-IDS; gynaecoloog PDS

Medisch-oncologen in Nederland (met name in niet-academische centra) beschouwen neoadjuvante chemotherapie gevolgd door interval-debulking-chirurgie (NACT-IDS) als eerste keus voor eerstelijnsbehandeling van patiënten met primaire, gevorderde eierstokkanker. Dit in tegenstelling tot de meeste gynaecologen die de voorkeur geven aan primaire debulking-chirurgie  (PDS). Dat blijkt een studie van Maite Timmermans (IKNL) en collega’s. De beslissing om patiënten te plannen voor PDS of NACT-IDS is voornamelijk gebaseerd op pre-operatieve beeldvorming. De deelnemende specialisten vinden het optimaliseren van het selectieproces van patiënten die baat kunnen hebben bij behandeling met PDS van het allergrootste belang. 

Primaire debulking-chirurgie gevolgd door adjuvante chemotherapie werd in het verleden aanbevolen als eerstelijnsbehandeling bij patiënten met eierstokkanker in een gevorderd stadium. Twee gerandomiseerde studies toonden echter aan dat een vergelijkbare overleving en verminderde toxiciteit kan worden bereikt na NACT-IDS. Desalniettemin varieert het gebruik van NACT-IDS in Nederland sterk tussen ziekenhuizen; een variatie die niet verklaard kan worden door verschillen in patiëntenpopulaties. 

Opzet studie

Met behulp van een enquête evalueerden de onderzoekers de meningen over NACT-IDS onder alle Nederlandse gynaecologen en medisch-oncologen die betrokken zijn bij de behandeling van patiënten met eierstokkanker. Alle medisch-oncologen en gynaecologen kregen via e-mail een verzoek voor het invullen van een online vragenlijst, ongeacht hun (sub)specialisaties. De gegevens werden geanalyseerd met behulp van beschrijvende statistiek om de verschillen tussen deze disciplines te evalueren.

Resultaten

In totaal kregen 340 artsen een uitnodiging om de vragenlijst in te vullen. Na twee herinneringen werd antwoord ontvangen van 167 artsen (49%). Van de respondenten vond 82% van de gynaecologen en 93% van de medisch-oncologen dat het beschikbare bewijs voldoende overtuigend was om patiënten met een gevorderd stadium van eierstokkanker te behandelen met NACT-IDS. 

Bovendien gaf 33% van de gynaecologen en 62% van de medisch-oncologen de voorkeur aan NACT-IDS boven PDS als eerstelijnsbehandeling. Hoewel de meeste respondenten (86%) aangaven dat het moeilijk is de juiste patiënten te selecteren voor NACT-IDS, hadden patiënten met een hoge intra-abdominale tumorload (zoals een omentale cake), een FIGO-stadium IV of metastasen rondom de porta hepatica de meeste kans om NACT-IDS te krijgen.

Conclusies en nabeschouwing 

Maite Timmermans en collega’s concluderen dat een meerderheid van de gynaecologen en medisch-oncologen in Nederland NACT-IDS gebruiken als alternatieve behandelmethode voor patiënten met gevorderde, primaire eierstokkanker. Ongeveer tweederde van de medisch-oncologen en een derde van de gynaecologen geeft de voorkeur aan NACT-IDS boven PDS als eerstelijnsbehandeling in deze setting. Het verbeteren van de selectie van patiënten voor deze behandeling wordt van het allergrootste belang geacht.

De beslissing om patiënten te plannen voor PDS of NACT-IDS is voornamelijk gebaseerd op pre-operatieve beeldvorming in verband met de waarschijnlijkheid van een succesvolle debulking-operatie (resterende ziekte maximaal 1 centimeter of minder). In lijn met vorige enquêtestudies gaf een meerderheid van de artsen aan dat de uitkomsten van debulking-chirurgie niet (voldoende) betrouwbaar kan worden voorspeld. De diversiteit in het gebruik van NACT-IDS kan volgens de onderzoekers verder een weerspiegeling zijn van de nog lopende discussie over de uitkomsten van klinische trials. Daarnaast kunnen logistieke redenen, waaronder langere wachtlijsten voor gespecialiseerde, gecentraliseerde chirurgische behandeling, een rol spelen bij het gebruik van NACT-IDS in Nederland. 

Bijdrage aan debat 

De onderzoekers stellen verder vast dat de adoptiesnelheid van neoadjuvante chemotherapie hoog is in Nederland bij patiënten met gevorderde eierstokkanker en volgens een meerderheid van de medisch-oncologen de eerste behandelkeuze is bij patiënten met FIGO stadium IIIC en IV. Semi-gespecialiseerde gynaecologen kiezen daarentegen nog vaak voor PDS als eerstelijnsbehandeling. Deze keuze lijkt voornamelijk af te hangen van de kans op een succesvolle operatie in de primaire omgeving. De onderzoekers hopen met deze studie inzicht te geven in het voortdurende debat over de timing van operaties bij gevorderde eierstokkanker.

  • Timmermans M, Sonke GS, van Driel WJ, Lalisang RI, Ottevanger PB, de Kroon CD, Van de Vijver KK, van der Aa MA en Kruitwagen RF. ‘Neoadjuvant chemotherapy or primary debulking surgery in FIGO IIIC and IV patients; results from a survey study in the Netherlands’. Eur J Obstet Gynecol Reprod Biol. 2018 Apr;223:98-102.

  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl

Gerelateerd

Incomplete vs. optimale chirurgie bij patiënten met gevorderde eierstokkanker

Patiënten met gevorderde eierstokkanker hebben een langere overleving na behandeling met neoadjuvante chemotherapie in combinatie met optimale cytoreductieve chirurgie vergeleken met patiënten na incomplete cytoreductieve chirurgie. De gunstigste overlevingsresultaten worden waargenomen bij patiënten zonder macroscopische restziekte. De overleving van deze vrouwen is vergelijkbaar met patiënten na primaire cytoreductieve chirurgie. Dit concluderen Maite Timmermans en collega’s op basis van een uitgebreide literatuurstudie. De vraag is echter in welke mate optimale chirurgie bijdraagt aan een langere overleving in vergelijking met suboptimale chirurgie.

lees verder

Betere overleving laag stadium eierstokkanker na adjuvante chemotherapie

Bij patiënten met een laag stadium (FIGO I) van hooggradige eierstokkanker leidt een optimale stadiëringsoperatie in combinatie met adjuvante chemotherapie tot zowel een langere recidiefvrije overleving als algehele overleving. Dat is een belangrijke bevinding, concluderen Juliëtte van Baal (NKI-AvL) en collega’s, omdat er in Nederland tot dusver geen consensus was over de toegevoegde waarde van adjuvante chemotherapie bij deze patiënten. Volgens de onderzoekers dienen de uitkomsten van dit onderzoek betrokken te worden bij het gezamenlijke besluitvormingsproces tussen arts en patiënt.

lees verder