Leeftijd, geslacht en co-morbiditeiten belangrijk bij bepalen kwaliteit van leven

Het is dringend noodzakelijk om bij rapportages en onderzoek naar de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven (HRQoL) van patiënten met kanker rekening te houden met leeftijd, geslacht en aanwezigheid van (co-)morbiditeiten. Dat staat te lezen in een publicatie van Floortje Mols (Tilburg University, IKNL) en collega’s in Acta Oncologica. De onderzoekers trekken deze conclusie op basis van normatieve referentiedata die zij over een periode van vijf jaar hebben verzameld met gestandaardiseerde vragenlijsten onder een representatieve groep personen in Nederland. Deze gegevens kunnen, behalve voor wetenschappelijk onderzoek, worden gebruikt om patiënten (beter) te informeren over hun persoonlijke HRQoL-scores.

Kanker en de behandeling van deze ziekte hebben invloed op de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. Normatieve gegevens kunnen helpen om de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij deze patiënten te interpreteren. Het doel van de onderzoekers was longitudinale, normatieve data te genereren op basis van geslacht sekse, leeftijd en morbiditeit voor de QLQ-C30-vragenlijst van de European Organisation for Research and Treatment of Cancer (EORTC). De QLQ-C30-vragenlijst en de ‘Self-administered Comorbidity Questionnaire’ zijn in 2009 aangeboden aan een representatieve groep Nederlands sprekende personen in Nederland (n = 1.743), in 2010 (n = 2.050), 2011 (n = 2.040), 2012 (n = 2.194) en in 2013 (n = 2.333).

Resultaten

Met betrekking tot geslacht scoorden vrouwen bij de nulmeting statistisch significant en klinisch relevant slechter op vermoeidheid, pijn en slapeloosheid vergeleken met mannen. En gerelateerd aan leeftijdsgroepen én geslacht was de kwaliteit van leven lager in oudere leeftijdsgroepen bij zowel mannen als vrouwen. Bij mannen werden in de nulmeting significant en klinisch relevante leeftijdsverschillen gevonden op lichamelijk, rol en cognitief functioneren, de algehele QOL-schaal, vermoeidheid, pijn en dyspneu. De verandering gemeten over een periode van vijf jaar was groter in de oudere leeftijdsgroepen. 

Bij vrouwen werden in de nulmeting significante en klinisch relevante leeftijdsverschillen gevonden met betrekking tot fysiek functioneren, rolfunctie, misselijkheid / braken, pijn, dyspneu en slapeloosheid. Vrouwen zonder zelfgerapporteerde morbiditeiten rapporteerden een betere gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven vergeleken met vrouwen met een morbiditeit. Onder de respondenten die vijf evaluaties voltooiden, waren de samenvattende schaalscores stabiel in de tijd. De scores waren echter hoger (en dus beter) bij mannen dan bij vrouwen en hoger bij jongere vergeleken met oudere leeftijdsgroepen.

Conclusies en aanbevelingen

Floortje Mols en collega’s concluderen dat, hoewel de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven relatief stabiel bleef in de loop van de tijd, deze uitkomsten voorzichtig geïnterpreteerd dienen te worden, aangezien veel verstorende factoren invloed kunnen uitoefenen op de kwaliteit van leven. Dit onderzoek toont aan dat het dringend noodzakelijk is om leeftijd, geslacht en morbiditeit mee te nemen bij het rapporteren van HRQOL-resultaten. Daarnaast kunnen natuurlijk ook andere achtergrondkenmerken worden meegenomen.

Het feit dat QLQ-C30-scores slechter waren bij patiënten met morbide aandoeningen, kan bijdragen aan het vergroten van het inzicht van de invloed van co-morbiditeiten op de gezondheidscondities en gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij patiënten met kanker. Ook kunnen longitudinale referentiegegevens bijdragen aan een betere interpretatie van de QLQ-C30-resultaten bij patiënten met kanker door leeftijds- en geslachtsspecifieke normen en veranderingsscores te betrekken afkomstig van de algemene bevolking.

Ook voor patiënten 

Behalve voor wetenschappelijk onderzoek kunnen de gegevens uit dit onderzoek worden gebruikt om patiënten te informeren over hun persoonlijke, gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven door bijvoorbeeld een grafisch overzicht te geven van de eigen scores (in de loop van de tijd) in vergelijking met een normatieve populatie of kankerpopulatie, met dezelfde leeftijd en geslacht. 

Aangezien dit de eerste publicatie is van longitudinale referentiegegevens van de QLQ-C30-vragenlijst, doen de onderzoekers de aanbeveling dit onderzoek te herhalen, vooral in andere landen. De data die tijdens deze studie zijn verzameld, zijn vrij beschikbaar via www.profilesregistry.nl
 

  • Mols F, Husson O, Oudejans M, Vlooswijk C, Horevoorts N, van de Poll-Franse LV.: ‘Reference data of the EORTC QLQ-C30 questionnaire: five consecutive annual assessments of approximately 2000 representative Dutch men and women.’ Acta Oncol. 2018 Jun
  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl 
Gerelateerd

Lagere kwaliteit van leven voor kankeroverlevenden met cardiovasculaire ziekte

Overlevenden van kanker die ten tijde van de diagnose al hart- en vaatziekten hadden, rapporteren vaker een negatief effect op hun gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. Het gaat hierbij onder meer om hun algehele kwaliteit van leven, fysiek functioneren en symptomen als vermoeidheid en dyspneu. Dat concluderen Dounya Schoormans (CoRPS, Tilburg University) en collega’s in Acta Oncologica. Volgens de onderzoekers is het belangrijk dat zorgverleners extra aandacht schenken aan deze kwetsbare groep overlevenden. Daarbij dient ook rekening gehouden te worden met mogelijke progressie van cardiovasculaire aandoeningen, aangezien oncologische behandelingen cardiotoxisch kunnen zijn.

lees verder

Jonge ex-patiënten ervaren lagere kwaliteit van leven na behandeling lymfoom

Adolescenten en jong volwassenen die behandeld zijn vanwege een lymfoom, blijken hiervan significante en langdurige effecten te ondervinden op hun gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. Deze effecten hangen vooral samen met het wel of niet hebben van werk, geslacht, aanwezigheid van comorbiditeit(en), vermoeidheid en psychische nood. Dat staat te lezen in een publicatie van Olga Husson (Radboud UMC, IKNL) en collega’s in Acta Oncologica. De onderzoekers doen de aanbeveling om aanvullende studies uit te voeren naar psychosociale interventies die bij kunnen dragen aan het verminderen van deze negatieve effecten.

lees verder