Onderzoek chemotherapie bij synchroon gemetastaseerde dunnedarmkanker

IKNL is in samenwerking met het Catharina Ziekenhuis een population-based onderzoek gestart naar de chemotherapeutische behandeling van patiënten met synchroon gemetastaseerd adenocarcinoom van de dunnedarm. Doel is inzicht te krijgen in de verschillende systemische en doelgerichte therapieën die tussen 2007-2016 in Nederland zijn gebruikt bij de behandeling van deze patiënten. De studie wordt uitgevoerd door Laura Legué (Catharina ziekenhuis, IKNL) onder leiding van dr. Geert-Jan Creemers, dr. Felice van Erning en prof. dr. Valery Lemmens. Het onderzoek is mede mogelijk dankzij een subsidie van het Catharina Onderzoekfonds.

Adenocarcinomen van de dunnedarm, bestaande uit het duodenum, jejunum en ileum, zijn zeldzame gastro-intestinale tumoren die jaarlijks bij slechts enkele honderden patiënten wordt gediagnosticeerd. In 2016 ging het om 295 incidenties. 

De incidentie van dunnedarmkanker vertoont al jaren een stijgende lijn. Bron: NKR-cijfers.  

Over de jaren heen vertoont de incidentie van adenocarcinomen van de dunnedarm een stijgende lijn, vooral door sterke toename van het aantal patiënten met duodenumcarcinoom. Hoewel een exacte verklaring ontbreekt, wordt aangenomen dat dit samenhangt met verbeterde beeldvorming, waardoor duodenumtumoren nu beter worden herkend en niet langer foutief als pancreascarcinomen of bij een gemetastaseerde ziekte als adenocarcinoma of unknown primary (ACUP) worden aangezien.  

Aspecifieke klachten en slechte prognose

Patiënten met adenocarcinoom van de dunnedarm hebben vaak last van aspecifieke klachten en symptomen, zoals misselijkheid, braken, gewichtsverlies of anemie, waardoor het stellen van de diagnose wordt bemoeilijkt. Bekende risicofactoren voor het ontwikkelen van een adenocarcinoom van de dunnedarm zijn familiaire adenomateuze polyposis (FAP), het Lynch syndroom (HNPCC), het Peutz-Jeghers syndroom, de ziekte van Crohn en coeliakie. 

Uit eerder population-based onderzoek is gebleken dat de prognose van patiënten met een adenocarcinoom van de dunnedarm slecht is. De mediane overleving bedraagt 13 tot 14 maanden en de 5-jaarsoverleving voor de totale groep is minder dan 30%. Mede door de aspecifieke presentatie en moeilijke bereikbaarheid van de dunnedarm door middel van endoscopie, worden adenocarcinomen vaak pas in een relatief laat stadium gediagnosticeerd met als gevolg dat 35 tot 40% van de patiënten reeds bij diagnose een gemetastaseerde ziekte heeft. Ter vergelijking: bij patiënten met coloncarcinoom ligt dat op circa 20%.

Palliatieve chemotherapie

Door het zeldzame karakter van adenocarcinoom van de dunnedarm is er tot dusver weinig onderzoek verricht naar deze vorm van kanker. Uit enkele retrospectieve studies blijkt evenwel dat palliatieve chemotherapie leidt tot een betere algehele overleving van deze patiënten. Deze resultaten zijn echter voornamelijk verkregen uit kleine, oudere retrospectieve studies of fase II-studies, waarbij cytostatica werden gebruikt die nu niet meer gangbaar zijn. Door het ontbreken van een richtlijn omtrent palliatieve chemotherapie is onduidelijk hoe patiënten behandeld moeten worden en welke patiënten het meeste baat hebben bij palliatieve chemotherapie. Tot dusver is onduidelijk welke behandelingen het meest gangbaar zijn in Nederland.

Population-based studie

Het doel van de population-based studie van Laura Legué en collega’s is beter inzicht te krijgen in de effectiviteit van verschillende schema’s van systemische chemotherapie en targeted therapie die tussen 2007-2016 in Nederland zijn ingezet bij patiënten met synchroon gemetastaseerde adenocarcinomen van de dunnedarm. Specifieke aandachtspunten hierbij zijn onder andere gangbaarheid, doelmatigheid en factoren die samenhangen met het gebruik van chemotherapie en overleving. Het onderzoek is toegespitst op de volgende vraagstellingen:

  1. Chemotherapieregime: wat zijn in Nederland de meest gebruikte cytostatica voor de behandeling van synchroon gemetastaseerde dunne darmadenocarcinomen in de eerste, tweede en derde lijn?

  2. Patiëntenselectie: Zijn er specifieke patiënt- en tumorkarakteristieken die samenhangen met  het gebruik van chemotherapie?

  3. Overleving: wat is het effect van chemotherapie op de overleving van patiënten met gemetastaseerde dunne darmadenocarcinomen? 

Design en procedure

De onderzoekers maken voor deze population-based cohortstudie gebruik van gegevens van circa tweehonderd patiënten afkomstig uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) die tussen 2007- 2016 in Nederland zijn behandeld met palliatieve chemotherapie vanwege synchroon gemetastaseerde dunnedarmadenocarcinoom. De kracht van een population-based studie is dat het een adequate weergave geeft van de effecten van de ingezette therapie in de dagelijkse praktijk. Uitgesloten van deelname zijn patiënten met een neuro-endocriene tumor, gastro-intestinale stromale tumor, lymfoom of overig type gemetastaseerde tumor van de dunnedarm. 

  • Het onderzoek naar chemotherapie bij synchroon gemetastaseerde adenocarcinomen van de dunnedarm wordt uitgevoerd door Laura Legué (Catharina ziekenhuis, IKNL) onder leiding van dr. Geert-Jan Creemers (Catharina ziekenhuis), dr. Felice van Erning (IKNL) en prof. dr. Valery Lemmens (IKNL). Het onderzoek wordt financieel ondersteund door het Catharina Onderzoekfonds en zal naar verwachting in het voorjaar van 2019 worden afgerond.

Gerelateerd

Thesis klinische en pathologische aspecten dunnedarm- en appendixkanker

Thesis klinische en pathologische aspecten dunnedarm- en appendixkanker

Patiënten met zeldzame dunne darm- en appendixkanker krijgen in de klinische praktijk vaak nog eenzelfde behandeling als patiënten met maag- en dikkedarmkanker. De onderbouwing hiervoor ontbreekt grotendeels concludeert Laura Legué in haar proefschrift. Daarin toont ze aan dat dunne darm- en appendixkanker unieke kankersoorten zijn, met elk een zeer verschillend ziektebeloop. Verder blijkt dat bij gemetastaseerde dunnedarmkanker slechts een minderheid van de patiënten palliatieve chemotherapie ontvangt. En bij appendixkanker met uitzaaiingen naar het buikvlies heeft het histologisch subtype een belangrijke prognostische waarde.

lees verder

Effect toevoegen bevacizumab bij uitgezaaide dunnedarmkanker lijkt beperkt

Het toevoegen van bevacizumab aan de eerstelijns, palliatieve behandeling van patiënten met gemetastaseerd adenocarcinoom van de dunnedarm heeft slechts een beperkt effect (circa twee maanden) op de algehele overleving van deze patiënten. Dat concluderen Laura Legué (Catharina Ziekenhuis) en collega’s in een studie met behulp van gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Om de overlevingskansen van deze patiënten te verbeteren zou toekomstig onderzoek gericht moeten zijn op het identificeren van een subgroep van patiënten die mogelijk baat heeft bij therapie met VEGF-remmers.

lees verder