Proef voor vergoeding psychosociale zorg voor (ex-)patiënten met kanker

Op 1 maart 2018 start een proef voor (ex-)patiënten met kanker met psychische klachten. Uit onderzoek van Kantar Public (2016) in opdracht van KWF Kankerbestrijding blijkt dat veel (ex-)patiënten met kanker jaren na de behandeling nog met klachten rondlopen. Bij sommige mensen kan dit leiden tot een aanpassingsstoornis. In de proef wordt nagegaan of passende psychologische zorg weer in aanmerking kan komen voor vergoeding via het basispakket. In 2012 is deze zorg namelijk uit het basispakket gehaald. KWF Kankerbestrijding, IKNL, NFK, KNGF-NVFL, NVPO, IPSO, V&VN Oncologie en PAZ/LVMP werken samen om hier verandering in te brengen. 

Een ruime meerderheid (86%) van de mensen die wordt of is behandeld voor kanker ervaart psychische klachten, zelfs jaren na de behandeling. Emoties zoals angst, onzekerheid en somberheid, vermoeidheid en impact op de relatie komen het meest voor. Veel (ex-)kankerpatiënten zijn in staat om zich lichamelijk en emotioneel staande te houden en aan te passen aan de veranderingen die de ziekte tot gevolg heeft, maar dat lukt niet iedereen. In dat geval kan een patiënt een zogeheten aanpassingsstoornis ontwikkelen. 

Vergoeding aanpassingsstoornissen

In 2012 is het vergoeden van zorg bij aanpassingsstoornissen uit het basispakket van de zorgverzekeraars gehaald. Sindsdien valt een deel van de (ex-)kankerpatiënten met een aanpassingsstoornis tussen wal en schip. Wanneer een patiënt met een aanpassingsstoornis niet adequaat en tijdig wordt behandeld, ontstaat risico op verergering van de problemen. Dit heeft een verminderde kwaliteit van leven tot gevolg. 

Denk hierbij aan problemen in het dagelijks functioneren, zoals uitvallen op het werk of in de relatiesfeer. Veel (ex-)patiënten hebben dan uiteindelijk intensievere, geestelijke gezondheidszorg nodig. Dit is niet in het belang van de patiënt en leidt bovendien tot onnodige, hogere maatschappelijke kosten.

Tweejarige proef

KWF Kankerbestrijding, IKNL, NFK, KNGF-NVFL, NVPO, IPSO, V&VN Oncologie en PAZ/LVMP hebben daarom samen het initiatief genomen om een proef op te zetten om het effect, omvang en kosteneffectiviteit van passende psychologische zorg voor deze (ex-)patiënten te onderzoeken. Dit gebeurt via het Landelijk Overleg Psychosociale Oncologische Zorg, een samenwerkingsverband dat zich al jaren inzet voor goede toegankelijkheid van passende psychosociale zorg voor (ex)kankerpatiënten. Het gaat om tweejarige proef die antwoord moet geven op een aantal vragen:

  • Wat is het effect van psychologische zorg op het welzijn van (ex-) patiënten met kanker?

  • Hoe groot is de groep van (ex-)patiënten met kanker dat in aanmerking komt voor een psychosociale behandeling?

  • Is vroegtijdig signaleren en behandelen van (ex-)patiënten met kanker met een aanpassingsstoornis kosteneffectief?

De proef wordt gefinancierd door het Ministerie van VWS en KWF Kankerbestrijding .

categorie: Ondersteunende zorg
Gerelateerd

Gering effect bewegingsinterventies op slaapstoornissen kankerpatiënten

Gering effect bewegingsinterventies op slaapstoornissen kankerpatiënten

Bewegingsinterventies hebben geen significant effect op het verminderen van slaapstoornissen bij patiënten met kanker. Ook de slaapkwaliteit neemt niet significant toe na deelname aan bewegingsinterventies. Dat concludeert een internationale onderzoeksgroep na analyse van gegevens van 2.173 volwassenen patiënten. Volgens de auteurs dienen bewegingsinterventies daarom vooralsnog beschouwd te worden als “aanvullende therapie” ten opzichte van andere behandelingen bij slaapproblemen. In toekomstig onderzoek zouden uitgebreidere metingen uitgevoerd moeten worden, bijvoorbeeld met de Insomnia Severity Index en de Sleep Disorders Questionnaire.  

lees verder

Bewegingsinterventies hebben gunstig effect op vermoeidheid

Bewegingsinterventies hebben statistisch significante, gunstige effecten op het verminderen van vermoeidheid bij (ex-)patiënten met kanker. Dat blijkt uit een uitgebreide studie (POLARIS) uitgevoerd door Jonna van Vulpen (UMCU) en collega’s uit Nederland, VS, Canada, Duitsland, Groot-Brittannië, Noorwegen en Australië. De waargenomen effecten zijn consistent ongeacht de demografische en klinische kenmerken van de deelnemers. Begeleide bewegingsinterventies blijken een significant groter effect te hebben op afname van vermoeidheid dan niet-begeleide. Mogelijk is dit het gevolg van betere uitvoering van de oefeningen, hogere therapietrouw, selectie van patiënten, trouwere monitoring en verschil in doelstellingen.

lees verder