Tijdige chemotherapie na debulkingoperatie voor gevorderd ovariumcarcinoom

Uit onderzoek met gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) blijkt dat een langer tijdsinterval tussen chirurgie en chemotherapie geassocieerd is met een slechtere overleving voor patiënten met gevorderde eierstokkanker (ovariumcarcinoom). Dit geldt zowel voor patiënten die met neoadjuvante chemotherapie zijn behandeld, als voor patiënten die initieel geopereerd zijn zonder chemotherapie voorafgaand aan de operatie. Het onderzoek is uitgevoerd door Maite Timmermans, arts-onderzoeker bij IKNL en collega’s. Het is het eerste onderzoek naar de wachtperiode tussen debulking en chemotherapie met Nederlandse data van ovariumcarcinoom patiënten. 

Maite: ‘Patiënten die worden gediagnosticeerd met een gevorderd ovariumcarcinoom hebben gemiddeld een slechte prognose. Door de uitkomsten van behandelingen te vergelijken hopen we aanknopingspunten voor verbetering te vinden. Tot nu toe waren er geen aanknopingspunten dat het tijdsinterval tussen chirurgie en chemotherapie van invloed kan zijn op de overleving van patiënten met een gevorderd ovariumcarcinoom. Deze nieuwe bevindingen brengen daar mogelijk verandering in.’ 
 
De behandeling van gevorderd ovariumcarcinoom bestaat uit een combinatie van debulking-chirurgie en chemotherapie. Mede op basis van de uitgebreidheid van de ziekte, en de fysieke gesteldheid van deze patiënten kan voor twee behandelopties worden gekozen. Beide zijn in dit onderzoek meegenomen: 
• Debulkingoperatie (waarbij zoveel mogelijk van de tumor wordt verwijderd) gevolgd door adjuvante chemotherapie (PDS). 
• Chemotherapie voorafgaand aan de debulking operatie die ook weer gevolgd wordt door chemotherapie (NACT-IDS).
 
Studieopzet 
Alle patiënten in Nederland die van 2008 tot 2015 een optimale (tumor na de operatie ≤1 cm in maximale diameter) of een complete (geen macroscopische tumor afwijkingen meer aanwezig) debulking operatie ondergingen zijn in de studie opgenomen. Dat waren in totaal 4.097 patiënten met een gevorderd ovariumcarcinoom (FIGO IIb-IV). 1.612 van hen ondergingen PDS en 2.485 ondergingen NACT-IDS, waarbij deze beide groepen apart geanalyseerd werden. 

De patiënten werden in gedeeld in drie groepen op basis van de periode tussen debulking en de start van de daaropvolgende chemotherapie. De 25% patiënten met de kortste periode hiertussen zaten in de eerste groep (<24 dagen), de middengroep met een periode van 25 tot 37 dagen, en de 25% van de patiënten met de langste wachttijd (>37 dagen) werden ingedeeld in de laatste groep.  
 
Resultaten 
De groep met de langste periode tussen operatie en chemotherapie had de slechtste overleving, zowel bij PDS als bij NACT-IDS. Logistische regressie toonde aan dat een  oudere leeftijd (65 jaar of ouder), een complete debulking, postoperatieve complicaties en een ziekenhuisopname van meer dan tien dagen samenhangen met een langere periode tussen debulking en de start van de chemotherapie. De periode tussen debulking en de adjuvante chemotherapie bleek onafhankelijk van bovenstaande patiëntkenmerken negatief geassocieerd met de overleving. Dit verband was het sterkst bij patiënten die een complete debulking ondergingen, dus bij wie er geen macroscopische tumor meer aanwezig was. Juist bij deze groep lijkt het dus belangrijk om de chemotherapie binnen vijf tot zes weken te starten. 
 
Conclusie 
Geldt hoe vroeger hoe beter? ‘Nee, we hebben niet aan kunnen tonen dat heel vroeg starten tot een nog betere overleving leidt. Patiënten kunnen dus de tijd krijgen om te herstellen van de, vaak ingrijpende, operatie. Bovendien zijn er vaak redenen waarom de chemotherapie later wordt gestart, zoals perioperatieve complicaties, waardoor een latere start niet altijd te voorkomen is. Het bewustzijn dat de timing van de chemotherapie invloed kan hebben op de overleving zou de inspanningen voor een optimale planning van de chemotherapie kunnen verhogen. Bij patiënten bij wie er tumorrest is achtergebleven zagen we een minder duidelijk verband. De verklaring hiervoor is nog onduidelijk. Maar het is goed om ons te beseffen dat de gunstige prognose van patiënten met een complete debulking mogelijk verbeterd kan worden als de chemotherapie tijdig gestart wordt.’  
 
Publicatie: Interval between debulking surgery and adjuvant chemotherapy is associated with overall survival in patients with advanced ovarian cancer. Gynaecologic Oncology. 150 (2018) pp. 446-450.
Final article available online 16 Aug 2018.
 
Eerdere nieuwsberichten over debulking operatie bij eierstokkanker:  
• Gevorderde eierstokkanker: internist kiest vaker NACT-IDS; gynaecoloog PDS 
• Diagnoseziekenhuis bepaalt niet langer kans op operatie bij eierstokkanker
• Regiorapportages endometrium- en ovariumcarcinoom: leren door te delen

Gerelateerd

Proefschrift biedt inzicht in opties voor betere zorg bij gevorderde eierstokkanker

In Nederland krijgen elk jaar circa 1.300 vrouwen de diagnose ‘eierstokkanker’. Hoewel de 5-jaarsoverleving van deze patiënten de afgelopen decennia is verbeterd, is de langetermijnoverleving helaas niet gestegen. Dat blijkt uit het proefschrift ‘Optimising patient selection to improve outcome in advanced ovarian cancer’, waarop Maite Timmermans vrijdag 30 augustus 2019 promoveert aan de Universiteit Maastricht. Daarin onderzocht ze allerlei factoren die mogelijk kunnen bijdragen of bijgedragen hebben aan verbetering van de uitkomsten van zorg, zoals centralisatie van chirurgie, ziekenhuisvolume, regionale variatie, prognostische factoren, behandelvolgorde, wachtperiode bij chemotherapie en optimalisering van patiëntenselectie.

lees verder

Betere overleving laag stadium eierstokkanker na adjuvante chemotherapie

Bij patiënten met een laag stadium (FIGO I) van hooggradige eierstokkanker leidt een optimale stadiëringsoperatie in combinatie met adjuvante chemotherapie tot zowel een langere recidiefvrije overleving als algehele overleving. Dat is een belangrijke bevinding, concluderen Juliëtte van Baal (NKI-AvL) en collega’s, omdat er in Nederland tot dusver geen consensus was over de toegevoegde waarde van adjuvante chemotherapie bij deze patiënten. Volgens de onderzoekers dienen de uitkomsten van dit onderzoek betrokken te worden bij het gezamenlijke besluitvormingsproces tussen arts en patiënt.

lees verder