Variatie in opnameduur in Nederlandse ziekenhuizen na longkankerchirurgie

Er bestaat in Nederland variatie tussen ziekenhuizen wat betreft opnameduur van patiënten na een longkankeroperatie. Gemiddeld gaat het hierbij om een opname die 1,5 dag korter tot bijna 2,5 dag langer kan zijn. Een korter verblijf hing niet samen met een hogere 30- of 90-dagen mortaliteit. Volgens chirurg Erik von Meyenfeldt (Albert Schweitzer Ziekenhuis) en collega’s is de variatie in opnameduur grotendeels toe te schrijven aan verschillen in peri-operatieve zorg. Deze zorgprotocollen kunnen geoptimaliseerd worden door evaluatie en overname van best practices. De onderzoekers benadrukken dat een korte opname geen doel op zichzelf mag zijn, maar het resultaat is van verbeterde peri-operatieve zorg. 

De duur van het verblijf in het ziekenhuis na longchirurgie wordt beïnvloed door patiëntkenmerken, tumorkarakteristieken, operatietechniek en peri-operatieve zorg. Het doel van deze studie was te bepalen of er verschillen zijn in opnameduur tussen ziekenhuizen die niet verklaard kunnen worden op basis van de eerder genoemde parameters. De resterende variatie in opnameduur kan mogelijk duiden op belangrijke verschillen in peri-operatieve zorgprotocollen en ontslagcriteria.

Opzet en resultaten
Voor deze studie analyseerden de onderzoekers gegevens van 10.195 patiënten met primair niet-kleincellig longcarcinoom die tussen 2010 en 2015 een chirurgische behandeling kregen. De gegevens van deze patiënten waren afkomstig uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Met multivariabele analyses, waarbij rekening is gehouden met meerdere factoren, werd de gemiddelde opnameduur bepaald en de samenhang tussen opnameduur en postoperatieve mortaliteit. Informatie over comorbiditeit(en) en sociaaleconomische status was niet beschikbaar. 

De mediane opnameduur in het ziekenhuis was 7 dagen (interkwartielafstand 5-10 dagen) en de gemiddelde opname bedroeg 8,3 dagen. De opnameduur werd negatief beïnvloed bij patiënten met grotere resecties, open chirurgie en bij patiënten met een hogere leeftijd, terwijl histologie en tumorstadium weinig invloed hadden. Over het geheel genomen bedroeg de sterfte na 30 dagen 2,1% en na 90 dagen 3,8%. In de groep ziekenhuizen met een kortere opnameduur lag deze (niet significant lager) op 1,7% respectievelijk 3,3%. Na case-mix-correctie voor patiënt-, tumor- en behandelkenmerken werd een resterende variatie in de gemiddelde opnameduur tussen ziekenhuizen waargenomen variërend van 1,5 dag korter tot bijna 2,5 dag langer.

Conclusies en aanbevelingen
Erik von Meyenfeldt en collega’s concluderen dat er in Nederland een klinisch relevante variatie wordt waargenomen tussen ziekenhuizen in opnameduur na longkankerchirurgie. Hoewel een geringe bijdrage door comorbiditeit(en) of sociaaleconomische status niet helemaal kan worden uitgesloten, is de gesignaleerde variatie grotendeels toe te schrijven aan verschillen in peri-operatieve zorgprotocollen. Evaluatie van best practices kan helpen bij het verder optimaliseren van de peri-operatieve zorg en opnameduur van patiënten met longkanker die een chirurgische behandeling krijgen. 

In de nabeschouwing wijzen de onderzoekers er op dat een korte opnameduur geen doel op zichzelf mag zijn, maar een gevolg is van goede peri-operatieve zorg. Uit een studie van JE Rosen et al. is gebleken dat het aandeel heropnames stijgt, wanneer patiënten (te) vroeg worden ontslagen uit ziekenhuizen waar een langere opnameduur tot dan toe gebruikelijk was. Afgezien van een toename van het aantal heropnames, zou verhoogde sterfte na ontslag na een korte opnameduur, een negatief effect kunnen zijn van vroegtijdig ontslag. In onderhavige studie is echter geen samenhang gevonden tussen een kortere opnameduur en een hogere 30- of 90-dagen mortaliteit. 

  • Von Meyenfeldt EM, Marres GMH, van Thiel E, Damhuis RAM. ‘Variation in length of hospital stay after lung cancer surgery in the Netherlands’. Eur J Cardiothorac Surg. 2018 Mar 5.

  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl

Gerelateerd

Behandelkeuze stadium I NSCLC: veel variatie ziekenhuizen; overleving gelijk

Behandelkeuze stadium I NSCLC: veel variatie ziekenhuizen; overleving gelijk

Door centralisatie is het aantal ziekenhuizen in Nederland gedaald dat zelf longkankeroperaties uitvoert. Hoewel dit bijdroeg aan de variatie in behandelkeuze tussen ziekenhuizen, heeft dit in de praktijk bij patiënten met stadium I niet-kleincellige longkanker (NSCLC) niet geleid tot een slechtere algemene overleving. Dit suggereert volgens Julianne de Ruiter (NKI-AvLen collega’s dat verdere centralisatie van longkankerchirurgie waarschijnlijk geen nadelige impact zal hebben op de uitkomsten van behandeling.

lees verder

Oudere patiënt met NSCLC krijgt vaker radiotherapie of ondersteunende zorg

Oudere patiënten (75+) met stadium I-II niet-kleincellige longkanker (NSCLC) krijgen in vergelijking met jongere patiënten (65 tot 74 jaar) minder vaak een chirurgische behandeling, maar juist vaker stereotactische radiotherapie, conventionele radiotherapie of de beste ondersteunende zorg. Elisabeth Driessen (VieCuri MC) en collega’s tonen met behulp van gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) aan dat de langetermijnsoverleving na chirurgie superieur is ten opzichte van stereotactische radiotherapie na correctie voor prognostische factoren. Echter, ook dan blijft de algehele overleving van patiënten van 75 jaar of ouder slechter vergeleken met jongere patiënten.

lees verder