Voedingsinfo kan gedragsverandering bevorderen, los van informatiebehoefte

Mensen die kanker hebben of hebben gehad die voedingsinformatie krijgen, veranderen hun voedingsgedrag vaker, ongeacht of ze vooraf behoefte hadden aan informatie over voeding. Dit blijkt uit onderzoek van Merel van Veen (IKNL, Wageningen University) en collega’s. Deze bevinding kan een aanwijzing zijn dat zorgverleners altijd voedingsinformatie zouden moeten verstrekken; dus niet alleen aan mensen die aangeven behoefte te hebben aan deze informatie. De onderzoekers adviseren daarom om al tijdens de behandeling te starten met het verstrekken van informatie over voeding en hiermee niet te wachten totdat mensen die kanker hebben (gehad) of hun naasten daar vragen over gaan stellen. 

In deze studie onderzochten Merel van Veen en collega’s of het krijgen van informatie over voeding bij kanker invloed heeft op gerapporteerde veranderingen in het voedingsgedrag van mensen die kanker hebben (gehad) en hun familieleden én of de behoefte aan informatie over voeding bij kanker hierop invloed uitoefent. De deelnemers aan dit onderzoek waren 239 mensen die kanker hebben (gehad) en hun familieleden, gerekruteerd uit een online panel met (ex-)patiënten en naasten.

Voedingspatroon gewijzigd
De leden van dit panel vulden een vragenlijst in met hun ervaringen met de verstrekking van voedingsinformatie door zorgprofessionals en informatie in de media in de periode na diagnose, hun informatiebehoeften met betrekking tot voeding en kanker en of ze hun voedingspatroon sinds de diagnose hadden gewijzigd. Uit de enquête blijkt dat 56% van de respondenten voedingsinformatie had ontvangen, meestal tijdens de behandeling. 

Respondenten die voedingsinformatie kregen, gaven aan dat zij hun voedingspatroon vaker na de diagnose hadden gewijzigd. Dit verband werd niet gewijzigd door het vooraf hebben van behoefte aan deze informatie. Respondenten meldden dat ze minder producten kiezen die gewichtstoename bevorderen, meer plantaardig voedsel eten en minder vlees en alcohol gebruiken. Deze veranderingen in voedingsgedrag zijn in overeenstemming met de aanbevelingen van het World Cancer Research Fund. 

Conclusie en aanbeveling
Merel van Veen en collega’s concluderen dat mensen die kanker hebben (gehad) en die voedingsinformatie ontvangen, hun voedingsgedrag vaker veranderen ongeacht of ze vooraf behoefte hadden aan het krijgen van informatie over voeding. Dit kan een aanwijzing zijn dat zorgverleners altijd voedingsinformatie moeten verstrekken, niet alleen aan (ex-)patiënten die aangeven behoefte te hebben aan deze informatie. De onderzoekers adviseren daarom al aan het begin van de behandeling te starten met het verstrekken van deze informatie en hiermee niet te wachten tot het moment dat (ex-)patiënten daar vragen over gaan stellen.

Dit is een van de eerste onderzoeken naar de samenhang tussen het verstekken van voedingsinformatie en veranderingen in voedingsgedrag. Eerdere studies over informatiebehoeften en informatieverstrekking bij overlevenden van kanker waren vaak gericht op een breed scala aan onderwerpen. Een belangrijk verschil ten opzichte van bestaande vakliteratuur is dat onderhavige studie zich specifiek richt op voeding en behoefte aan informatie over voeding. Aan deze studie werkten mee onderzoekers van IKNL en Wageningen University (Division of Human Nutrition).

  • Van Veen MR, Winkels RM, Janssen SHM, Kampman E, Beijer S. ‘Nutritional Information Provision to Cancer Patients and Their Relatives Can Promote Dietary Behavior Changes Independent of Nutritional Information Needs’. Nutr Cancer. 2018 Mar 14:1-7.

  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl 

Gerelateerd

Voeding & leefstijl bespreken tijdens en na behandeling kanker

Mensen die na de behandeling van dikkedarmkanker gezonder eten en meer bewegen, ervaren een betere kwaliteit van leven dan lotgenoten. Patiënten krijgen echter vaak geen of weinig voorlichting over leefstijl en voeding. Merel van Veen (IKNL, Wageningen University) concludeert in haar proefschrift dat zorgprofessionals al tijdens de behandeling dienen te beginnen met het geven van voedingsinformatie en niet moeten wachten tot patiënten of naasten daar naar vragen. Een voorwaarde is dat zorgverleners meer kennis krijgen over voeding en leefstijl, want dat inzicht is momenteel beperkt. Artsen zouden het belang van een gezonde leefstijl bovendien meer moeten benadrukken, met een leidende rol voor diëtisten in dit proces.

lees verder

Positieve impact voedingsinformatie van zorgverleners op kankeroverlevenden

Informatie over voeding verstrekt door zorgverleners heeft een positieve impact op de overtuigingen van overlevenden van dikkedarmkanker over de invloed van voeding op herstel en klachten na de behandeling en kans op een recidief. Herhaling van deze informatie blijft belangrijk om correcte opvattingen over voeding en kanker te versterken, aldus Merel van Veen (Wageningen University) en collega’s. Volgens de onderzoekers lijken de overtuigingen bij overlevenden sterker aanwezig wanneer zij informatie van drie verschillende zorgprofessionals ontvangen. De hypothese is dat informatie gegeven door meer dan één zorgverlener een grotere overtuigingskracht heeft op verandering van het voedingsgedrag.

lees verder