CancerMath geeft nauwkeurige voorspelling overleving vroege borstkanker

Het predictiemodel CancerMath geeft een nauwkeurige voorspelling van de algehele overleving voor de meeste patiënten met een vroeg stadium van borstkanker. Bij sommige subgroepen patiënten moeten de uitkomsten wel zorgvuldig worden geïnterpreteerd. Dat concluderen Liza Hoveling, Marissa van Maaren (IKNL) en collega’s in Breast Cancer Research and Treatment. De borstkankerspecifieke overleving wordt nauwkeurig voorspeld door CancerMath in alle subgroepen. Gelet op de uitkomsten van deze studie kan het model betrouwbaar worden gebruikt in de klinische praktijk in Nederland. 

Eén van de predictiemodellen van CancerMath voorspelt het te verwachten voordeel van adjuvante hormoon- en chemotherapie op de algehele en borstkankerspecifieke overleving. In deze studie is dit model van CancerMath gevalideerd bij patiënten met borstkanker in Nederland. Dit gebeurde aan de hand van gegevens van alle chirurgisch behandelde vrouwen met stadium I-III primaire invasieve borstkanker die in 2005 zijn opgenomen in de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). 

Opzet en resultaten

De kalibratie werd beoordeeld door een vergelijking te maken tussen de voorspelde en waargenomen 5- en 10-jaars algehele en borstkankerspecifieke overleving met behulp van Chi-kwadraattests. Een verschil van meer dan 3% werd als klinisch relevant beschouwd. Discriminatie van het model werd beoordeeld aan de hand van het gebied onder de ROC-curves (AUC). In totaal werden de gegevens van 8.032 vrouwen opgenomen. 

CancerMath onderschatte de algehele 5- en 10-jaars overleving met respectievelijk 2,2% en 1,9%. De gebieden onder de curves waren voor de 5- en 10-jaarsoverleving gelijk (beide 0,77). Het verschil tussen de voorspelde en waargenomen algehele overleving was het meest uitgesproken bij graad II, patiënten zonder positieve lymfeklieren, tumoren 1 tot 2 cm, hormoonreceptorpositieve ziekte en patiënten in de leeftijd van 60-69 jaar. CancerMath onderschatte de 5- en 10-jaars borstkankerspecifieke overleving met respectievelijk 0,5% en 0,6%. De gebieden onder de curves waren respectievelijk 0,78 en 0,73. Er werd geen significant verschil gevonden in een van de subgroepen.

Conclusie en nabeschouwing

Liza Hoveling en collega’s concluderen dat CancerMath de algehele overleving nauwkeurig voorspelt voor de meeste patiënten met een vroeg stadium van borstkanker, hoewel de resultaten bij sommige subgroepen patiënten, zoals genoemd hierboven, zorgvuldig geïnterpreteerd moeten worden. Dit geldt natuurlijk ook bij het interpreteren van over- of onderschattingen bij individuele patiënten in samenhang met de aanvankelijk voorspelde overleving zonder adjuvante systemische therapie. De borstkankerspecifieke overleving wordt nauwkeurig voorspeld in alle subgroepen. Gelet op deze uitkomsten kan CancerMath volgens de onderzoekers betrouwbaar worden gebruikt in de klinische praktijk in Nederland. CancerMath kan eventueel ook worden ingezet als aanvulling op PREDICT bij patiëntengroepen waar dit model minder nauwkeurig presteert. 

Omdat CancerMath ook inzicht geeft in absolute winst in levensjaren, kan het wellicht bij sommige patiënten ook het voorkeursmodel zijn, maar dit vergt eerst aanvullend onderzoek. Een beperking van het model is het ontbreken van voorspellingen over het gebruik van trastuzumab. Rekening houdend met het feit dat steeds meer patiënten worden behandeld met neoadjuvante in plaats van adjuvante chemotherapie, en dat noch PREDICT noch CancerMath voor deze specifieke patiëntengroep werd ontwikkeld, moeten beide modellen hiervoor worden bijgewerkt. Bovendien is het volgens de onderzoekers van groot belang om patiënten te vragen welk type of model ze prefereren wat betreft de presentatie van de resultaten en of ze informatie missen over bijvoorbeeld, bijwerkingen op lange termijn. 
Gerelateerd

Grote verschillen in uitzaaiingspatronen stadium IV inflammatoire borstkanker

Bij patiënten met stadium IV inflammatoire borstkanker worden belangrijke verschillen waargenomen in uitzaaiingspatronen en algehele overleving samenhangend met de verschillende subtypen (HR/HER2-status) van deze ziekte. Dat concluderen Dominique van Uden (Radboudumc) en collega’s in een publicatie in Breast Cancer Research and Treatment. Volgens de onderzoekers heeft dit inzicht belangrijke consequenties voor het adviseren van patiënten over hun prognose en eventuele behandelopties. De studie onderstreept tevens de mogelijkheid tot gerichtere stadiëring afgestemd op het subtype.

lees verder

Overleving na dikkedarm- en borstkanker verbeterd tussen ’03-‘12 in Nederland

De overleving van patiënten met dikkedarm- en borstkanker is tussen 2003 en 2012 in Nederland verbeterd, maar er zijn wel opmerkelijke verschillen te zien tussen oudere en jongere patiënten, met name bij borstkankerpatiënten. Dat concluderen Doris van Abbema (Universiteit Maastricht & Amsterdam) en collega’s. Bij oudere vrouwen met borstkanker is een opvallende toename te zien van endocriene therapieën en daling van het aandeel operaties. De onderzoekers vragen zich af of de richtlijnen bij deze groep patiënten consistent worden gevolgd. De gestegen overleving bij ouderen met dikkedarmkanker is vooral toe te schrijven aan ruimere inzet van adjuvante chemotherapie en verbeterde preoperatieve behandeling en chirurgie.

lees verder