Laag risico op locoregionaal recidief bij 75+ vrouwen met T1-2N0 borstkanker

Vrouwen van 75 jaar en ouder met T1-2N0 borstkanker hebben een laag risico op het ontwikkelen van een locoregionaal recidief, ondanks het feit dat slechts 39% van deze patiënten tussen 2003 en 2009 endocriene therapie kreeg voorgeschreven. Zelfs patiënten die behandeld zijn in ziekenhuizen met een lager dan gemiddelde inzet van radiotherapie, is het risico op een locoregionaal recidief laag. Deze bevindingen spreken volgens Anna de Boer (LUMC) en collega’s zorgen tegen dat het weglaten van radiotherapie bij oudere patiënten zonder endocriene therapie tot een onacceptabel hoog locoregionaal recidiefrisico zou leiden. Dat biedt redelijke gronden om radiotherapie achterwege te laten bij patiënten van 75 jaar en ouder.

In Nederland wordt radiotherapie na borstsparende chirurgie weggelaten bij ongeveer 30% van de patiënten van 75 jaar en ouder. Hoewel studies hebben aangetoond dat radiotherapie veilig achterwege gelaten kan worden bij oudere vrouwen die adjuvant worden behandeld met endocriene therapie, ontvangt in Nederland de meerderheid van deze laag-risico-patiënten géén systemische behandeling zoals aanbevolen in de Nederlandse richtlijnen. Daarom was het doel van deze studie het effect te evalueren van het achterwege laten van radiotherapie op het risico van ontwikkelen van een locoregionaal recidief in deze patiëntenpopulatie.

Studieopzet

De onderzoekers selecteerden alle patiënten van 75 jaar en ouder in de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) die tussen 2003 en 2009 zijn gediagnosticeerd met T1-2N0 borstkanker en borstsparende chirurgie kregen. Aangezien verschillen in patiënt- en tumoreigenschappen tussen patiënten die wel of geen radiotherapie kregen leiden tot “confounding by indication”, oftewel een vertekende vergelijking van de uitkomsten, werd ziekenhuisvariatie als alternatief gebruikt om het effect van weglaten van radiotherapie te bestuderen.

Er werden drie groepen geconstrueerd: ziekenhuizen die een hoger, gemiddeld en lager percentage patiënten behandelden met radiotherapie. Verschillen in locoregionaal recidiefrisico tussen patiënten in deze groepen werden vergeleken met patiënten die een behandeling kregen in ziekenhuizen met hogere inzet van radiotherapie (referentiegroep). In totaal werden 2.390 patiënten geïncludeerd.

Resultaten

Van de patiënten met hormoongevoelige borstkanker werd 39% behandeld met adjuvante endocriene therapie. Het percentage patiënten dat radiotherapie kreeg, was 96% in de groep met hogere inzet van radiotherapie, 88% in de groep met gemiddelde inzet van radiotherapie en 72% in de groep met lagere inzet van radiotherapie. De 5-jaarsincidenties van locoregionale recidieven voor patiënten behandeld in ziekenhuizen met een hogere, gemiddelde en lagere inzet van radiotherapie waren respectievelijk 1,9%, 2,8% en 3%. De 9-jaarsincidenties waren respectievelijk 2,2%, 3,1% en 3,2%.

De gecorrigeerde hazard ratio’s waren 1,46 (95% betrouwbaarheidsinterval 0,77-2,78) voor patiënten behandeld in ziekenhuizen met gemiddelde inzet van radiotherapie en 1,50 (95% betrouwbaarheidsinterval 0,79-2,85) voor patiënten behandeld in ziekenhuizen met een lagere inzet van radiotherapie, ten opzichte van patiënten behandeld in ziekenhuizen met hogere inzet van radiotherapie.

Conclusie en aanbeveling

Anna de Boer en collega’s concluderen dat het locoregionale recidiefrisico laag was bij patiënten van 75 jaar en ouder met stadium T1-2N0 borstkanker, ondanks het feit dat endocriene therapie bij slechts 39,3% van de patiënten was voorgeschreven. Zelfs bij patiënten die een behandeling kregen in ziekenhuizen met een lager dan gemiddeld gebruik van radiotherapie. De uitkomsten van deze studie bieden redelijke gronden om radiotherapie achterwege te laten bij patiënten van 75 jaar en ouder met stadium T1-2N0 borstkanker.

De frequente bezoeken aan het ziekenhuis voor radiotherapie kunnen bovendien een aanzienlijke belasting zijn voor patiënten op hogere leeftijd vanwege verminderde mobiliteit, gebrek aan vervoer en sociale ondersteuning en extra druk op mantelzorgers. In plaats van standaard elke patiënt na een borstsparende operatie te bestralen, achten de onderzoekers gedeelde besluitvorming wat betreft de radiotherapie op zijn plaats bij alle patiënten van 75 jaar en ouder met T1-2N0 borstkanker.

Gerelateerd

Hoger risico op recidief bij 75-79 jarigen met niet-gemetastaseerde borstkanker

Vrouwen van 75-79 jaar met niet-gemetastaseerde borstkanker lopen meer risico op afstandsrecidieven in vergelijking met lotgenoten van 70-74 jaar, ondanks het hogere risico op sterfte door andere oorzaken dan borstkanker in deze oudere groep. Dat concluderen Anna de Boer (LUMC) en collega’s op basis van een studie met gegevens van bijna 18.500 patiënten. Volgens de onderzoekers kunnen deze resultaten duiden op onderbehandeling in de oudste groep. De studie toont echter ook aan dat de kans op overlijden zónder recidief sterk toeneemt op hogere leeftijd en dat bij patiënten met een hoog risico op overlijden door andere oorzaken dan borstkanker snel sprake is van overbehandeling.

lees verder

Overleving oudere patiënten (65-75 jaar) met gevorderde borstkanker verbeterd

De overleving van oudere vrouwen (65-75 jaar) met gevorderde borstkanker is tussen 1990 en 2015 verbeterd. Dit is zeer waarschijnlijk het gevolg van ruimere inzet van chemotherapieën bij patiënten met stadium III borstkanker. Dat concluderen Nienke de Glas (LUMC) en collega’s op basis van een studie met gegevens van bijna 240.000 patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Uit dit onderzoek blijkt echter ook dat de overleving van vrouwen (boven 75 jaar) met stadium I-III borstkanker níet is toegenomen. In toekomstige studies dient daarom meer rekening gehouden te worden met comorbiditeit(en) en geriatrische parameters, om de behandeling van deze oudste groep verder te personaliseren.

lees verder