Presentatie 'Rare Cancer Agenda 2030' in Europees Parlement

Het project Joint Action on Rare Cancers (JARC) is afgesloten met de presentatie van de ‘Rare Cancer Agenda 2030’ in het Europees Parlement. Vierendertig partijen uit 18 lidstaten hebben de laatste drie jaar bijgedragen aan het ontwikkelen van concrete handvatten om de uitkomsten en ongelijkheden voor alle Europese patiënten met een zeldzame kanker te verminderen. Het project levert tien gedragen en innovatieve aanbevelingen op voor de zeldzame kankers op het gebied van kwaliteit van zorg, onderzoek, onderwijs, diagnostiek en behandeling. 

Tijdens slotbijeenkomst in het Europees Parlement zijn de aanbevelingen uit de JARC, 'Rare Cancer Agenda 2030', gepresenteerd. Deze aanbevelingen kunnen via de Europese Referentie Netwerken (ERN’s) voor zeldzame kankers in alle lidstaten geïmplementeerd worden.

Aanbevelingen

De tien aanbevelingen vanuit de JARC: 

  1. Rare cancers are the rare disease of oncology 

  2. Rare cancers should be monitored 

  3. Health systems should exploit networking 

  4. Medical education should exploit and serve healthcare networking 

  5. Research should be fostered by networking and should take into account an expected higher degree of uncertainty 

  6. Patient-physician shared clinical decision-making should be especially valued 

  7. Appropriate state-of-the-art instruments should be developed in rare cancer 

  8. Regulation on rare cancers should tolerate a higher degree of uncertainty 

  9. Policy strategies on rare cancers and sustainability of interventions should be based on networking 

  10. Rare cancer patients should be engaged

Europese referentienetwerken voor zeldzame kankers

Om de kwaliteit van zorg voor patiënten met zeldzame kanker binnen Europa te verbeteren, zijn in 2017 Europese referentienetwerken (ERN) opgericht. Het uitgangspunt is dat alle patiënten met een zeldzame kanker gelijke kansen krijgen, onafhankelijk waar in Europa zij wonen. De ERN’s zijn virtuele netwerken van zorgverleners in Europa. 

Voor de zeldzame kankers zijn er vier ERN’s: 

Netwerk van Netwerken

Het doel van de verschillende ERN’s voor zeldzame kanker is dat iedere Europese staatsburger toegang heeft tot dezelfde (hoge) kwaliteit van zorg. Daarmee valt of staat het functioneren van een ERN met het wel dan niet hebben van een goed landelijk netwerk voor patiënten met een zeldzame kanker. Uit een inventarisatie die is uitgevoerd door de Organisation of European Cancer Institutes (OECI) en IKNL blijkt dat de organisatie van nationale netwerken zeer uiteenloopt. Zo zien we dat in zo’n 30% van de Europese lidstaten er geen netwerken voor patiënten met een zeldzame kanker zijn. Bij de 60% van de Europese lidstaten die wel netwerken voor patiënten met een zeldzame kanker hebben ontwikkeld, is er niet voor alle soorten zeldzame kanker een netwerk beschikbaar. 

Het succes van de integratie van ERN’s voor zeldzame kanker wordt mede bepaald door het bestaan van netwerken voor patiënten met een zeldzame kanker op lidstaat niveau. In dit perspectief heeft elke Europese lidstaat de verantwoordelijkheid om nationale netwerken voor zeldzame kanker te ontwikkelen. Alleen zo hebben alle Europese burgers toegang tot hetzelfde expertiseniveau in heel Europa. 

Voor het borgen van de kwaliteit van deze netwerken zijn binnen de JARC standaarden ontwikkeld. Deze standaarden kunnen voor de verschillende lidstaten als handvatten dienen om netwerken te ontwikkelen. Het ontwikkelen van uniforme netwerkstandaarden dient bij te dragen aan de toegang tot hoge kwaliteitszorg voor alle patiënten met een zeldzame kanker in Europa. Uiteindelijk zou dit moeten leiden tot een netwerk van netwerken.

Contact

Neem voor vragen en opmerkingen contact op met dr. Jan Maarten van der Zwan of dr. Annemiek Kwast

categorie: Zeldzame kanker
Gerelateerd

Verbeterde overleving en toename incidentie stadium IV neuroblastoom

Kinderen van 18 maanden en ouder met stadium IV neuroblastoom hebben betere overleving

De incidentie van hoog risico neuroblastoom, stadium IV is in Nederland onder kinderen van 18 maanden en ouder tussen 1990 en 2014 gestegen. Tegelijkertijd nam de 5-jaarsoverleving toe van alle kinderen met deze ziekte, met name kinderen met stadium IV neuroblastoom, zo blijkt uit onderzoek van Michelle Tas en Ardine Reedijk (beiden Prinses Máxima Centrum) en collega’s van onder andere IKNL. De verbetering in overleving  hangt samen met introductie van hoge doseringen chemotherapie gevolgd door stamceltransplantatie en immunotherapie. De oorzaak van de toegenomen incidentie van stadium IV neuroblastoom is onbekend.

lees verder

Zorg voor patiënten met hoofd-halskanker in diverse EU-landen suboptimaal

De kwaliteit van zorg voor patiënten met hoofd-halskanker is suboptimaal in diverse EU-landen, zo blijkt uit een studie van het “Information Network on Rare Cancers”. Nederland en Slovenië scoren, vergeleken met Ierland en Italië, relatief goed. In eerstgenoemde landen krijgt circa 75% van de patiënten een behandeling in een topklinisch ziekenhuis, terwijl dat aandeel in Ierland en Italië en de meeste andere EU-landen aanzienlijk lager ligt. De onderzoekers concluderen dat niet voldaan wordt aan de belangrijkste kwaliteitsindicatoren en bepleiten daarom maatregelen voor het waarborgen van goede kwaliteit van zorg voor deze patiënten. Bijvoorbeeld door deze zorg te centraliseren in gespecialiseerde centra.

lees verder