Synoptische PA-verslagen bij slokdarm- en maagkanker vollediger

Introductie van synoptische verslaglegging leidt tot verbetering van de volledigheid van pathologieverslagen bij chirurgische behandeling van patiënten met slokdarm- en maagkanker. Dat concluderen Nikolaj Baranov (Radboudumc) en collega’s aan de hand van gegevens uit de PALGA-databank en Nederlandse Kankerregistratie (NKR). De volledigheid was beter wat betreft informatie over tumorgrootte, gradering, lokalisatie, tumorregressie na neoadjuvante therapie en lymfovasculaire & perineurale invasie. De onderzoekers adviseren synoptische verslaglegging een vast onderdeel te maken van de standaardzorg voor patiënten met slokdarm- en maagkanker.

Traditioneel zijn pathologieverslagen narratief: zonder vooraf vastgestelde structuur en vormgeving. Omdat dit type rapporten gevoelig is voor fouten en ontbrekende gegevens, wordt er steeds vaker gebruik gemaakt van gestructureerde, gestandaardiseerde verslagen. Zover bekend is dit de eerste studie op nationaal niveau waarin de impact van synoptische verslaglegging is beschreven op de volledigheid van pathologieverslagen bij slokdarm- en maagkanker.

Opzet en resultaten

Het gaat om een retrospectieve population-based cohortstudie met gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) en het Pathologisch-Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (PALGA) over de periode 2012 - 2016. In totaal werden 1.148 narratieve en 1.311 synoptische pathologieverslagen opgenomen in de analyses. Volledige verslaglegging werd bereikt in 56% van de narratieve verslagen versus 97% van de synoptische verslagen. Van de standaarditems (21) werden er vijftien significant vaker gerapporteerd in synoptische verslagen.

Conclusie en impact

Nikolaj Baranov en collega’s concluderen dat synoptische verslaglegging bijdraagt aan de volledigheid van het pathologieverslag bij chirurgische behandeling van slokdarm- en maagkanker, in het bijzonder als het gaat om informatie over tumorgrootte, gradering, lokalisatie en tumorregressie na neoadjuvante therapie. Synoptische verslaglegging leidt ook tot meer informatie over lymfovasculaire en perineurale invasie. Daarom zou synoptische verslaglegging onderdeel moeten zijn van de standaardzorg voor deze patiënten.

De onderzoekers wijzen er echter ook op dat essentiële items voor het vaststellen van de stadiëring, inclusief invasiediepte en aantal (gemetastaseerde) lymfeklieren, óók aanwezig waren in alle narratieve verslagen en dat ten aanzien van deze items slechts minimale verbetering kon worden bereikt met synoptische verslaglegging. Bij maagkanker, leidde synoptische verslaglegging wel tot een toename van informatie over histologisch subtypen adenocarcinomen. Dit is klinisch relevant, aangezien de verschillende subtypen een ander biologisch gedrag vertonen wat tot verschillende klinische uitkomsten kan leiden.

Niet enige factor

Hoewel verbeterde volledigheid van de pathologieverslagen (nog) geen directe impact lijkt te hebben op de behandeling van maag- en slokdarmkanker, zou dit in de toekomst wel relevant kunnen zijn. Bij dikkedarmkanker is die impact er wel, aangezien de aanwezigheid van lymfekliermetastasen en pT4-tumoren adjuvante therapie noodzakelijk maken.

De onderzoekers benadrukken, dat zij niet claimen dat introductie van synoptische verslaglegging de enige of belangrijkste factor is voor het verbeteren van pathologische verslagen. In dit verband wordt gewezen op andere factoren die mogelijk invloed hebben (gehad) op pathologische verslaglegging in Nederland, waaronder centralisatie van chirurgie voor slokdarm- en maagkanker, terugkoppeling door de Dutch Upper GI Cancer Audit (DUCA) en monitoring tijdens de CRITICS-trial.

Gerelateerd

Tot 12 weken wachten op chemotherapie na maagkankeroperatie niet nadelig

Wanneer patiënten met potentieel curabele maagkanker, die een gastrectomie hebben gekregen, binnen twaalf weken na de operatie starten met postoperatieve chemotherapie, dan heeft dat géén nadelig effect op hun algehele overleving. Dat concluderen Hylke Brenkman (UMC Utrecht) en collega’s op basis van een studie met patiëntengegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie over de periode 2010-2014. Dit betekent volgens de onderzoekers dat de wachttijd tussen operatie en aanvang van de postoperatieve chemotherapie veilig kan worden gebruikt om deze patiënten te laten herstellen en de condities te optimaliseren voordat met de postoperatieve behandeling wordt gestart.

lees verder

Aandeel maagkankeroperaties in hoogvolume upper GI-centra neemt toe

In Nederland worden steeds meer maagkankeroperaties uitgevoerd in ziekenhuizen die niet alleen gespecialiseerd zijn in maagkankerchirurgie, maar ook in slokdarm- en alvleesklierkankerchirurgie. Uitgebreide praktijkervaring met deze complexe (en samenhangende) chirurgische technieken zou ook tot betere postoperatieve resultaten bij maagkanker moeten leiden, zo beredeneerden Linde Busweiler (LUMC, Leiden) en collega’s. Zij onderzochten daarom het verband tussen de algehele ervaring in ziekenhuizen met complexe maagdarmkanaalresecties (upper GI) en belangrijke uitkomsten van maagkankeroperaties. Dit verband blijkt vermoedelijk te bestaan bij oudere patiënten die in deze ziekenhuizen een lagere 30-dagenmortaliteit hadden.

lees verder