Verschillen in Europa in overleving van hairy-cell-leukemie

Patiënten met hairy-cell-leukemie (HCL) hebben in Europa gemiddeld een hoge relatieve 5-jaarsoverleving. Toch verschilt de overleving tussen landen. Dit blijkt uit een onderzoek van Avinash Dinmohamed (IKNL) met gegevens van RARECAREnet. Deze database bevat gegevens van 94 kankerregistraties afkomstig van 27 Europese landen, waaronder de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). De beperkte toegang tot passende behandelingen en ondersteunende maatregelen heeft volgens de onderzoeker waarschijnlijk bijgedragen aan de verschillen in overleving van HCL in Europa.

Hairy-cell-leukemie (HCL) is een zeer zeldzame vorm van beenmergkanker, waarbij afwijkingen optreden in B-lymfocyten. De behandeling van HCL-patiënten veranderde revolutionair aan het begin van de jaren negentig met de introductie van de purine-analogen (PNA) cladribine en pentostatin. Een PNA-behandeling kan voor een langdurige, volledige remissie van de ziekte zorgen.

HCL in Nederland

Een overgrote meerderheid van de patiënten met HCL in Nederland heeft uitzicht op een normale levensverwachting. Dit succes is voornamelijk toe te schrijven aan de introductie van PNA-behandelingen en vooruitgang in ondersteunende zorg. Deze positieve bevinding blijkt uit een eerdere studie van Avinash Dinmohamed (IKNL) en collega’s met behulp van gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Nog niet eerder was de invloed van PNA-behandelingen op de levensverwachting van HCL-patiënten op populatieniveau onderzocht.

Europese patiënten vergeleken

De database van RARECAREnet biedt de mogelijkheid om de incidentie en overleving van zeldzame kankersoorten per land in Europa te beoordelen. RARECAREnet omvat gegevens afkomstig van 94 kankerregistraties verspreid over 27 landen dan wel regio’s in Europa, waaronder de NKR. Voor de huidige studie werden gegevens gebruikt van 4.387 HCL-patiënten die tussen 2000 en 2007 zijn gediagnosticeerd in Europa en zijn opgenomen in de database van RARECAREnet. Patiënten werden tot eind 2008 gevolgd voor overlevingsuitkomsten.

Verschillen in overleving in Europa

De relatieve 5-jaarsoverleving van HCL in Europa was gemiddeld 90%. Dit toont aan dat de oversterfte aan HCL binnen vijf jaar na diagnose betrekkelijk laag is in Europa. Ten opzichte van het Europese gemiddelde was de relatieve 5-jaarsoverleving enigszins lager in Zuid-Europa en hoger in Centraal- en Noord-Europa. Nederland scoorde met 90% gemiddeld, de relatieve 5-jaarsoverleving was het laagst in Slovenië, namelijk 63%.

Volgens onderzoeker Avinash Dinmohamed is het aannemelijk dat beperkte toegang tot passende behandelingen en ondersteunende maatregelen heeft bijgedragen aan de verschillen tussen de Europese regio's en landen. De huidige studie dient als benchmark om te beoordelen of in de loop van de tijd ongelijkheden in de overleving van HCL in Europa verminderen.

Gerelateerd

Overleving oudere CML-patiënten blijft achter; ook in tijdperk van TK-remmers

Overleving oudere CML-patiënten blijft achter; ook in tijdperk van TK-remmers

De relatieve overleving van patiënten met chronische myeloïde leukemie (CML) is sinds 2001 significant verbeterd onder oudere patiënten in Nederland. Deze toename hangt zeer waarschijnlijk samen met de introductie en ruimere inzet van doelgerichte tyrosinekinase (TK)-remmers vanaf 2001. Dat neemt volgens Geneviève Ector (Radboudumc, IKNL) en collega’s niet weg dat de oversterfte onder oudere patiënten met CML nog steeds aanwezig is. Toekomstig onderzoek kan uitwijzen wat de achterliggende oorzaken zijn.

lees verder

Overleving patiënten met chronische lymfatische leukemie blijft nog stijgen

Overleving patiënten met chronische lymfatische leukemie blijft nog stijgen

De leeftijdgestandaardiseerde incidentie van chronische lymfatische leukemie is in Nederland tot 2003 geleidelijk blijven stijgen en bleef in de jaren daarna relatief stabiel. Dat blijkt uit onderzoek van Lina van der Straten (IKNL & Albert Schweitzer Ziekenhuis) en collega’s met data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). De relatieve overleving van deze patiënten vertoont nog steeds een opgaande lijn. De hoop is daarbij vooral gevestigd op bijdragen door nieuwe medicijnen, zoals kinaseremmers en pro-apoptotische middelen.

lees verder